Ezra 2:53

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Neh 7:55 : 55 De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 7:46-59
    14 verzen
    93%

    46De Nethinim: de kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

    47De kinderen van Keros, de kinderen van Sia, de kinderen van Padon;

    48De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Salmai;

    49De kinderen van Hanan, de kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar;

    50De kinderen van Reaja, de kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda;

    51De kinderen van Gazzam, de kinderen van Uzza, de kinderen van Paseah;

    52De kinderen van Bezai, de kinderen van Meunim, de kinderen van Nefussim;

    53De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

    54De kinderen van Bazlith, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

    55De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

    56De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa;

    57De kinderen der knechten van Salomo; de kinderen van Sotai, de kinderen van Sofereth, de kinderen van Perida;

    58De kinderen van Jaela, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;

    59De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pochereth van Zebaim, de kinderen van Amon;

  • Ezra 2:43-52
    10 verzen
    82%

    43De Nethinim. De kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

    44De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon;

    45De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Akkub;

    46De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;

    47De kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar, de kinderen van Reaja;

    48De kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda, de kinderen van Gazzam;

    49De kinderen van Uza, de zonen van Paeah, de kinderen van Bezai;

    50De kinderen van Asna, de kinderen der Mehunim, de kinderen der Nefusim;

    51De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

    52De kinderen van Bazluth, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

  • Ezra 2:54-57
    4 verzen
    78%

    54De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa.

    55De kinderen der knechten van Salomo. De kinderen van Sotai, de kinderen van Sofereth, de kinderen van Peruda;

    56De kinderen van Jaala, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;

    57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

  • 33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  • 10De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.

  • Ezra 2:17-18
    2 verzen
    70%

    17De kinderen van Bezai, driehonderd drie en twintig.

    18De kinderen van Jora, honderd en twaalf.

  • 55En de huisgezinnen der schrijvers, die te Jabes woonden, de Tirathieten, de Simeathieten, de Suchathieten; dezen zijn de Kenieten, die gekomen zijn van Hammath, den vader van het huis van Rechab.

  • 1Benjamin nu gewon Bela, zijn eerstgeborene, Asbel, den tweede, en Ahrah, den derde,

  • 18Hodia, Hasum, Bezai,

  • 6En Naara baarde hem Ahuzzam, en Hefer, en Temeni, en Haahastari. Dit zijn de kinderen van Naara.

  • 53En de geslachten van Kirjath-Jearim waren de Jithrieten, en de Futhieten, en de Sumathieten, en de Misraieten; van dezen zijn uitgegaan de Zoraieten en de Esthaolieten.

  • 2Dan, Jozef en Benjamin, Nafthali, Gad en Aser.

  • 30Misma en Duma, Massa, Hadad en Thema,

  • 22Daartoe Jokim, en de mannen van Chozeba, en Joas, en Saraf (die over de Moabieten geheerst hebben) en de Jasubilehem; doch deze dingen zijn oud.

  • 37Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Jithran, en Beera.

  • 23En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.

  • 37De kinderen van Rehuel waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.

  • 31De kinderen van Beria nu waren Heber en Malchiel; hij is de vader van Birzavith.

  • 11En Jahath was het hoofd, en Zizza de tweede; maar Jeus en Beria hadden niet vele kinderen; daarom waren zij in het vaderlijke huis maar van een telling.

  • 29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

  • 15En Zebadja, en Arad, en Eder,

  • 20De kinderen van Gibbar, vijf en negentig.