Ezra 2:54

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 7:49-57
    9 verzen
    94%

    49De kinderen van Hanan, de kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar;

    50De kinderen van Reaja, de kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda;

    51De kinderen van Gazzam, de kinderen van Uzza, de kinderen van Paseah;

    52De kinderen van Bezai, de kinderen van Meunim, de kinderen van Nefussim;

    53De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

    54De kinderen van Bazlith, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

    55De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

    56De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa;

    57De kinderen der knechten van Salomo; de kinderen van Sotai, de kinderen van Sofereth, de kinderen van Perida;

  • Ezra 2:42-53
    12 verzen
    80%

    42De kinderen der poortiers. De kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai; deze allen waren honderd negen en dertig.

    43De Nethinim. De kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

    44De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon;

    45De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Akkub;

    46De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;

    47De kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar, de kinderen van Reaja;

    48De kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda, de kinderen van Gazzam;

    49De kinderen van Uza, de zonen van Paeah, de kinderen van Bezai;

    50De kinderen van Asna, de kinderen der Mehunim, de kinderen der Nefusim;

    51De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

    52De kinderen van Bazluth, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

    53De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

  • Ezra 2:55-58
    4 verzen
    78%

    55De kinderen der knechten van Salomo. De kinderen van Sotai, de kinderen van Sofereth, de kinderen van Peruda;

    56De kinderen van Jaala, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;

    57De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.

    58Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

  • 29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

  • Neh 7:46-47
    2 verzen
    75%

    46De Nethinim: de kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;

    47De kinderen van Keros, de kinderen van Sia, de kinderen van Padon;

  • 59De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pochereth van Zebaim, de kinderen van Amon;

  • 60De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en vijftig.

  • 8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

  • 22Pelatja, Hanan, Anaja,

  • Ezra 2:3-4
    2 verzen
    72%

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

  • Neh 10:18-19
    2 verzen
    72%

    18Hodia, Hasum, Bezai,

    19Harif, Anathoth, Nebai,

  • 4Te Jeruzalem dan woonden sommigen van de kinderen van Juda, en van de kinderen van Benjamin. Van de kinderen van Juda: Athaja, de zoon van Uzzia, den zoon van Zacharja, den zoon van Amarja, den zoon van Sefatja, den zoon van Mahalaleel, van de kinderen van Perez;

  • Ezra 2:14-15
    2 verzen
    72%

    14De kinderen van Bigvai, twee duizend zes en vijftig.

    15De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.

  • 54De kinderen van Salma waren de Bethlehemieten, en de Netofathieten, Atroth, Beth-Joab, en de helft der Manathieten, en de Zorieten.

  • 10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

  • 13Hodia, Bani, Beninu;

  • 24En Hananja, en Elam, en Antothija,

  • 27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.

  • 2Amarja, Malluch, Hattus,

  • 12De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

  • 22De mannen van Netofa, zes en vijftig.

  • 43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.

  • 21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.

  • 62De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en veertig.