Lukas 3:32

Statenvertaling (States Bible)

Den zoon van Jesse, den zoon van Obed, den zoon van Booz, den zoon van Salmon, den zoon van Nahasson,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ruth 4:18-22 : 18 Dit nu zijn de geboorten van Perez: Perez gewon Hezron; 19 En Hezron gewon Ram; en Ram gewon Amminadab; 20 En Amminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon Salma; 21 En Salmon gewon Boaz, en Boaz gewon Obed; 22 En Obed gewon Isai; en Isai gewon David.
  • 1 Kron 2:10-15 : 10 Ram nu gewon Amminadab, en Amminadab gewon Nahesson, den vorst der kinderen van Juda; 11 En Nahesson gewon Salma, en Salma gewon Boaz. 12 En Boaz gewon Obed, en Obed gewon Isai, 13 En Isai gewon Eliab, zijn eerstgeborene, en Abinadab, den tweede, en Simea, den derde, 14 Nethaneel, den vierde, Raddai, den vijfde, 15 Ozem, den zesde, David, den zevende.
  • Matt 1:3-6 : 3 En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar; en Fares gewon Esrom, en Esrom gewon Aram; 4 En Aram gewon Aminadab, en Aminadab gewon Nahasson, en Nahasson gewon Salmon; 5 En Salmon gewon Booz bij Rachab, en Booz gewon Obed bij Ruth, en Obed gewon Jessai; 6 En Jessai gewon David, den koning; en David, den koning, gewon Salomon bij degene, die Uria's vrouw was geweest;
  • Hand 13:22-23 : 22 En dezen afgezet hebbende, verwekte Hij hun David tot een koning; denwelken Hij ook getuigenis gaf, en zeide: Ik heb gevonden David, den zoon van Jesse; een man naar Mijn hart, die al Mijn wil zal doen. 23 Van het zaad dezes heeft God Israel, naar de belofte, verwekt den Zaligmaker Jezus;
  • Ps 72:20 : 20 De gebeden van David, den zoon van Isai, hebbende een einde.
  • Jes 11:1-2 : 1 Want er zal een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isai, en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen. 2 En op Hem zal de Geest des HEEREN rusten, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest des raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreze des HEEREN.
  • Num 1:7 : 7 Van Juda, Nahesson, de zoon van Amminadab.
  • Num 2:3 : 3 Die zich nu legeren zullen oostwaarts tegen den opgang, zal zijn de banier des legers van Juda, naar hun heiren; en Nahesson, de zoon van Amminadab, zal de overste der zonen van Juda zijn.
  • Num 7:12 : 12 Die nu op den eersten dag zijn offerande offerde, was Nahesson, de zoon van Amminadab, voor den stam van Juda.
  • 1 Sam 17:58 : 58 En Saul zeide tot hem: Wiens zoon zijt gij, jongeling? En David zeide: Ik ben een zoon van uw knecht Isai, den Bethlehemiet.
  • 1 Sam 20:31 : 31 Want al de dagen, die de zoon van Isai op den aardbodem leven zal, zo zult gij noch uw koninkrijk bevestigd worden; nu dan, schik heen, en haal hem tot mij, want hij is een kind des doods.
  • 1 Kon 12:16 : 16 Toen gans Israel zag, dat de koning naar hen niet hoorde, zo gaf het volk den koning weder antwoord, zeggende: Wat deel hebben wij aan David? Ja, geen erve hebben wij aan den zoon van Isai; naar uw tenten, o Israel! Voorzie nu uw huis, o David! Zo ging Israel naar zijn tenten.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Matt 1:1-10
    10 verzen
    85%

    1Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den zoon van Abraham.

    2Abraham gewon Izak, en Izak gewon Jakob, en Jakob gewon Juda, en zijn broeders;

    3En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar; en Fares gewon Esrom, en Esrom gewon Aram;

    4En Aram gewon Aminadab, en Aminadab gewon Nahasson, en Nahasson gewon Salmon;

    5En Salmon gewon Booz bij Rachab, en Booz gewon Obed bij Ruth, en Obed gewon Jessai;

    6En Jessai gewon David, den koning; en David, den koning, gewon Salomon bij degene, die Uria's vrouw was geweest;

    7En Salomon gewon Roboam, en Roboam gewon Abia, en Abia gewon Asa;

    8En Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram, en Joram gewon Ozias;

    9En Ozias gewon Joatham, en Joatham gewon Achaz, en Achaz gewon Ezekias;

    10En Ezekias gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josias;

  • Luk 3:24-31
    8 verzen
    85%

    24Den zoon van Matthat, den zoon van Levi, den zoon van Melchi, den zoon van Janna, den zoon van Jozef,

    25Den zoon van Mattathias, den zoon van Amos, den zoon van Naum, den zoon van Esli, den zoon van Naggai,

    26Den zoon van Maath, den zoon van Mattathias, den zoon van Semei, den zoon van Jozef, den zoon van Juda,

    27Den zoon van Johannes, den zoon van Rhesa, den zoon van Zorobabel, den zoon van Salathiel, den zoon van Neri,

    28Den zoon van Melchi, den zoon van Addi, den zoon van Kosam, den zoon van Elmodam, den zoon van Er,

    29Den zoon van Joses, den zoon van Eliezer, den zoon van Jorim, den zoon van Matthat, den zoon van Levi,

    30Den zoon van Simeon, den zoon van Juda, den zoon van Jozef, den zoon van Jonan, den zoon van Eljakim,

    31Den zoon van Meleas, den zoon van Mainan, den zoon van Mattatha, den zoon van Nathan, den zoon van David,

  • Ruth 4:20-22
    3 verzen
    83%

    20En Amminadab gewon Nahesson; en Nahesson gewon Salma;

    21En Salmon gewon Boaz, en Boaz gewon Obed;

    22En Obed gewon Isai; en Isai gewon David.

  • 83%

    10Ram nu gewon Amminadab, en Amminadab gewon Nahesson, den vorst der kinderen van Juda;

    11En Nahesson gewon Salma, en Salma gewon Boaz.

    12En Boaz gewon Obed, en Obed gewon Isai,

    13En Isai gewon Eliab, zijn eerstgeborene, en Abinadab, den tweede, en Simea, den derde,

    14Nethaneel, den vierde, Raddai, den vijfde,

  • Luk 3:33-38
    6 verzen
    82%

    33Den zoon van Aminadab, den zoon van Aram, den zoon van Esrom, den zoon van Fares, den zoon van Juda,

    34Den zoon van Jakob, den zoon van Izak, den zoon van Abraham, den zoon van Thara, den zoon van Nachor,

    35Den zoon van Saruch, den zoon van Ragau, den zoon van Falek, den zoon van Heber, den zoon van Sala,

    36Den zoon van Kainan, den zoon van Arfaxad, den zoon van Sem, den zoon van Noe, den zoon van Lamech,

    37Den zoon van Mathusala, den zoon van Enoch, den zoon van Jared, den zoon van Malaleel, den zoon van Kainan,

    38Den zoon van Enos, den zoon van Seth, den zoon van Adam, den zoon van God.

  • 7Van Juda, Nahesson, de zoon van Amminadab.

  • 73%

    10Salomo's zoon nu was Rehabeam; zijn zoon was Abia; zijn zoon was Asa; zijn zoon was Josafat;

    11Zijn zoon was Joram; zijn zoon was Ahazia; zijn zoon was Joas;

  • Matt 1:12-15
    4 verzen
    73%

    12En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiel, en Salathiel gewon Zorobabel;

    13En Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor;

    14En Azor gewon Sadok, en Sadok gewon Achim, en Achim gewon Eliud;

    15En Eliud gewon Eleazar, en Eleazar gewon Matthan, en Matthan gewon Jakob;

  • 17En de naburinnen gaven hem een naam, zeggende: Aan Naomi is een zoon geboren; en zij noemden zijn naam Obed; deze is de vader van Isai, Davids vader.

  • 37En Zabad gewon Eflal, en Eflal gewon Obed,

  • 33Ner nu gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, Abinadab, en Esbaal.

  • 39En Ner gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, en Abinadab, en Esbaal.

  • 4Obed-Edom had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneel de vijfde.

  • 12David nu was de zoon van den Efrathischen man van Bethlehem-Juda, wiens naam was Isai, en die acht zonen had, en in de dagen van Saul was hij een man, oud, afgaande onder de mannen.

  • 40En Elasa gewon Sismai, en Sismai gewon Sallum,

  • 9En Ahimaaz gewon Azarja, en Azarja gewon Johanan;

  • 34Den zoon van Elkana, den zoon van Jeroham, den zoon van Eliel, den zoon van Toah,

  • 2De derde Absalom, de zoon van Maacha, de dochter van Thalmai, de koning te Gesur; de vierde Adonia, de zoon van Haggith;

  • 27Zijn zoon Eliab; zijn zoon Jeroham; zijn zoon Elkana.