1 Kronieken 8:33

Statenvertaling (States Bible)

Ner nu gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, Abinadab, en Esbaal.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Sam 9:1 : 1 Er was nu een man van Benjamin, wiens naam was Kis, een zoon van Abiel, den zoon van Zeror, den zoon van Bechorath, den zoon van Afiah, den zoon eens mans van Jemini, een dapper held.
  • 1 Sam 31:2 : 2 En de Filistijnen hielden dicht op Saul en zijn zonen; en de Filistijnen sloegen Jonathan, en Abinadab, en Malchisua, de zonen van Saul.
  • 2 Sam 2:8 : 8 Abner nu, de zoon van Ner, de krijgsoverste, dien Saul gehad had, nam Isboseth, Sauls zoon, en voerde hem over naar Mahanaim,
  • 2 Sam 4:12 : 12 En David gebood zijn jongens, en zij doodden hen, en hieuwen hun handen en hun voeten af, en hingen ze op bij den vijver te Hebron, maar het hoofd van Isboseth namen zij, en begroeven het in Abners graf te Hebron.
  • 1 Kron 9:39-44 : 39 En Ner gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, en Abinadab, en Esbaal. 40 En Jonathans zoon van Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha. 41 De kinderen van Micha nu waren Pithon, en Melech, en Thaerea. 42 En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza; 43 En Moza gewon Bina; wiens zoon was Refaja; wiens zoon was Elasa; wiens zoon was Azel. 44 Azel nu had zes zonen, en dit zijn hun namen: Azrikam, Bochru, en Ismael, en Searja, en Obadja, en Hanan; dezen zijn Azels zonen.
  • Hand 13:21 : 21 En van toen aan begeerden zij een koning; en God gaf hun Saul, den zoon van Kis, een man uit den stam van Benjamin, veertig jaren.
  • 1 Sam 14:49-51 : 49 De zonen van Saul nu waren: Jonathan, en Isvi, en Malchi-sua; en de namen zijner twee dochteren waren deze: de naam der eerstgeborenen was Merab, en de naam der kleinste Michal. 50 En de naam van Sauls huisvrouw was Ahinoam, een dochter van Ahimaaz; en de naam van zijn krijgsoverste was Abner, een zoon van Ner, Sauls oom. 51 En Kis was Sauls vader, en Ner, Abners vader, was een zoon van Abiel.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 96%

    36En Abdon was zijn eerstgeboren zoon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Ner, en Nadab.

    37En Gedor, en Ahio, en Zacharja, en Mikloth.

    38Mikloth nu gewon Simeam; dezen woonden ook te Jeruzalem, tegenover hun broederen, met hun broederen.

    39En Ner gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, en Abinadab, en Esbaal.

    40En Jonathans zoon van Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha.

  • 34En Jonathans zoon was Merib-baal, en Merib-baal gewon Micha.

  • 81%

    49De zonen van Saul nu waren: Jonathan, en Isvi, en Malchi-sua; en de namen zijner twee dochteren waren deze: de naam der eerstgeborenen was Merab, en de naam der kleinste Michal.

    50En de naam van Sauls huisvrouw was Ahinoam, een dochter van Ahimaaz; en de naam van zijn krijgsoverste was Abner, een zoon van Ner, Sauls oom.

    51En Kis was Sauls vader, en Ner, Abners vader, was een zoon van Abiel.

  • 78%

    30En zijn eerstgeboren zoon was Abdon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Nadab,

    31En Gedor, en Ahio, en Zecher.

    32En Mikloth gewon Simea; en dezen woonden ook tegenover hun broederen te Jeruzalem, met hun broederen.

  • 77%

    12En Boaz gewon Obed, en Obed gewon Isai,

    13En Isai gewon Eliab, zijn eerstgeborene, en Abinadab, den tweede, en Simea, den derde,

    14Nethaneel, den vierde, Raddai, den vijfde,

  • 2En de Filistijnen hielden dicht op Saul en zijn zonen; en de Filistijnen sloegen Jonathan, en Abinadab, en Malchisua, de zonen van Saul.

  • 1Er was nu een man van Benjamin, wiens naam was Kis, een zoon van Abiel, den zoon van Zeror, den zoon van Bechorath, den zoon van Afiah, den zoon eens mans van Jemini, een dapper held.

  • 22En Obed gewon Isai; en Isai gewon David.

  • 27Zijn zoon Eliab; zijn zoon Jeroham; zijn zoon Elkana.

  • 2En de Filistijnen hielden dicht achter Saul aan en achter zijn zonen; en de Filistijnen sloegen Jonathan, en Abinadab, en Malchi-sua, de zonen van Saul.

  • 33De kinderen van Jonathan nu waren Peleth en Zaza. Dit waren de kinderen van Jerahmeel.

  • Matt 1:6-8
    3 verzen
    73%

    6En Jessai gewon David, den koning; en David, den koning, gewon Salomon bij degene, die Uria's vrouw was geweest;

    7En Salomon gewon Roboam, en Roboam gewon Abia, en Abia gewon Asa;

    8En Asa gewon Josafat, en Josafat gewon Joram, en Joram gewon Ozias;

  • 72%

    9En uit Hodes, zijn huisvrouw, gewon hij Joab, en Zibja, en Mesa, en Malcham,

    10En Jeuz, en Sochja, en Mirma; dezen zijn zijne zonen, hoofden der vaderen.

    11En uit Husim gewon hij Abitub en Elpaal.

  • 1Benjamin nu gewon Bela, zijn eerstgeborene, Asbel, den tweede, en Ahrah, den derde,

  • Luk 3:31-32
    2 verzen
    72%

    31Den zoon van Meleas, den zoon van Mainan, den zoon van Mattatha, den zoon van Nathan, den zoon van David,

    32Den zoon van Jesse, den zoon van Obed, den zoon van Booz, den zoon van Salmon, den zoon van Nahasson,

  • 8Abner nu, de zoon van Ner, de krijgsoverste, dien Saul gehad had, nam Isboseth, Sauls zoon, en voerde hem over naar Mahanaim,

  • 32Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 12David nu was de zoon van den Efrathischen man van Bethlehem-Juda, wiens naam was Isai, en die acht zonen had, en in de dagen van Saul was hij een man, oud, afgaande onder de mannen.

  • 71%

    40En Elasa gewon Sismai, en Sismai gewon Sallum,

    41En Sallum gewon Jekamja, en Jekamja gewon Elisama.

  • 36En Achaz gewon Jehoadda, en Jehoadda gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; Zimri nu gewon Moza;

  • 29Aangaande Kis: de kinderen van Kis waren Jerahmeel.

  • 17David nu klaagde deze klage over Saul en over Jonathan, zijn zoon;

  • 1 Kron 6:8-9
    2 verzen
    70%

    8En Ahitub gewon Zadok, en Zadok gewon Ahimaaz;

    9En Ahimaaz gewon Azarja, en Azarja gewon Johanan;

  • 24Zijn zoon Tahath; zijn zoon Uriel; zijn zoon Uzzia, en zijn zoon Saul.

  • 16En Saul en zijn zoon Jonathan, en het volk, dat bij hen gevonden was, bleven te Gibea-Benjamins; maar de Filistijnen waren te Michmas gelegerd.

  • 42En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;

  • 11En Jojada gewon Jonathan, en Jonathan gewon Jaddua.

  • 13En Zorobabel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor;

  • 18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.

  • 11En Chelub, de broeder van Suha, gewon Mechir; hij is de vader van Eston.

  • 31En de kinderen van Appaim waren Jisei; en de kinderen van Jisei waren Sesan; en de kinderen van Sesan, Achlai.

  • 33Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;