1 Kronieken 24:13

Statenvertaling (States Bible)

Het dertiende voor Huppa, het veertiende voor Jesebeab,

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 82%

    7Het eerste lot nu ging uit voor Jojarib, het tweede voor Jedaja,

    8Het derde voor Harim, het vierde voor Seorim,

    9Het vijfde voor Malchia, het zesde voor Mijamin,

    10Het zevende voor Hakkoz, het achtste voor Abia,

    11Het negende voor Jesua, het tiende voor Sechanja,

    12Het elfde voor Eljasib, het twaalfde voor Jakim,

  • 82%

    14Het vijftiende voor Bilga, het zestiende voor Immer,

    15Het zeventiende voor Hezir, het achttiende voor Happizzes,

    16Het negentiende voor Petahja, het twintigste voor Jehezkel,

    17Het een en twintigste voor Jachin, het twee en twintigste voor Gamul,

    18Het drie en twintigste voor Delaja, het vier en twintigste voor Maazja.

  • 11Hilkia was de tweede, Tebalja de derde, Zecharja de vierde; al de kinderen en broederen van Hosa waren dertien.

  • 75%

    19Het twaalfde voor Hasabja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    20Het dertiende voor Subael; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    21Het veertiende voor Mattithja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    22Het vijftiende voor Jeremoth; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    23Het zestiende voor Hananja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    24Het zeventiende voor Josbekasa; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 73%

    13Het zesde voor Bukkia; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    14Het zevende voor Jesarela; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    15Het achtste voor Jesaja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    16Het negende voor Mattanja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 23En van de kinderen van Hebron was Jeria de eerste, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, Jekameam de vierde.

  • 2Amarja, Malluch, Hattus,

  • 71%

    26Het negentiende voor Mallothi; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.

    27Het twintigste voor Eliatha; zijn zonen en zijn broederen; twaalf.

    28Het een en twintigste voor Hothir; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 20En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusabhesed; vijf.

  • 71%

    10Mismanna de vierde; Jirmeja de vijfde;

    11Attai de zesde; Eliel de zevende;

    12Johanan de achtste; Elzabad de negende;

    13Jirmeja de tiende; Machbannai de elfde.

  • 24Hallohes, Pilha, Sobek,

  • 11Het vierde voor Jizri; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 11En Jahath was het hoofd, en Zizza de tweede; maar Jeus en Beria hadden niet vele kinderen; daarom waren zij in het vaderlijke huis maar van een telling.

  • 19En van Jojarib, Matthenai; van Jedaja, Uzzi;

  • 10Jesua nu gewon Jojakim, en Jojakim gewon Eljasib, en Eljasib gewon Jojada,

  • 4Iddo, Ginnethoi, Abia,

  • 13Van Ezra, Mesullam; van Amarja, Johanan;

  • 21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.

  • 3Elam de vijfde, Johanan de zesde, Eljoenai de zevende.

  • 19Aangaande de kinderen van Hebron: Jeria was het hoofd, Amarja de tweede, Jahaziel de derde, en Jekameam de vierde.

  • 22En Chesed, en Hazo, en Pildas, en Jidlaf, en Bethuel;

  • 69%

    30Het drie en twintigste voor Mahazioth; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

    31Het vier en twintigste voor Romamthi-Ezer; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.

  • 39Van Sefufam het geslacht der Sufamieten; van Hufam het geslacht der Hufamieten.

  • 13Hodia, Bani, Beninu;

  • 27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,

  • 4Aangaande Heman: de kinderen van Heman waren Bukkia, Mattanja, Uzziel, Sebuel, en Jerimoth, Hananja, Hanani, Eliatha, Giddalti, en Romamthi-Ezer, Josbekasa, Mallothi, Hothir, Mahazioth.

  • 15De twaalfde, in de twaalfde maand, was Heldai, de Nethofathiet, van Othniel; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.