Jozua 18:24
Chefar-haammonai, en Ofni, en Gaba; twaalf steden en haar dorpen.
Chefar-haammonai, en Ofni, en Gaba; twaalf steden en haar dorpen.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
21De steden nu van den stam der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen, zijn: Jericho, en Beth-hogla, en Emek-Keziz,
22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,
23En Haavvim, en Para, en Ofra,
25Gibeon, en Rama, en Beeroth,
26En Mizpa, en Chefira, en Moza,
27En Rekem, en Jirpeel, en Tharala,
28En Zela, Elef en Jebusi (deze is Jeruzalem), Gibath, Kirjath: veertien steden mitsgaders haar dorpen. Dit is het erfdeel der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen.
16En Ain en haar voorsteden, en Jutta en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden; negen steden van deze twee stammen.
17En van den stam van Benjamin, Gibeon en haar voorsteden, Geba en haar voorsteden;
18Anathoth en haar voorsteden, en Almon en haar voorsteden: vier steden.
50En Anab, en Estemo, en Anim,
51En Gosen, en Holon, en Gilo; elf steden en haar dorpen.
53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,
54En Humta, en Kirjath-Arba, die is Hebron, en Zior; negen steden en haar dorpen.
55Maon, Karmel, en Zif, en Juta,
56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,
57Kain, Gibea, en Timna; tien steden en haar dorpen.
58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,
59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.
60Kirjath-Baal, die is Kirjath-Jearim, en Rabba; twee steden en haar dorpen.
6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.
7Ain, Rimmon, en Ether, en Asan; vier steden en haar dorpen;
60Van den stam van Benjamin nu: Geba en haar voorsteden, en Allemeth en haar voorsteden, en Anathoth en haar voorsteden. Al hun steden, in hun huisgezinnen, waren dertien steden.
40En Chabbon, en Lahmas, en Chitlis,
41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.
44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,
45En Jehud, en Bene-Berak, en Gath-Rimmon,
22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.
36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.
21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.
37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,
38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.
24Ajalon en haar voorsteden, Gath-Rimmon en haar voorsteden: vier steden.
25En van den halven stam van Manasse, Thaanach en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden: twee steden.
15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.
32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.
44En Kehila, en Achzib, en Mareza; negen steden en haar dorpen.
32En hun dorpen waren Etam en Ain, Rimmon en Tochen, en Asan; vijf steden.
30En Umma, en Afek, en Rehob; twee en twintig steden en haar dorpen.
31De kinderen van Benjamin nu van Geba woonden in Michmas, en Aja, en Beth-El, en haar onderhorige plaatsen,
18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,
19En Hafaraim, en Sion, en Anacharath,
33Hazor, Rama, Gitthaim,
34Hadid, Zeboim, Neballat,
29Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.
27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,
24Zif, en Telem, en Bealoth,
8En Gath, en Maresa, en Zif,
18Hodia, Hasum, Bezai,
10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.