Jozua 21:24

Statenvertaling (States Bible)

Ajalon en haar voorsteden, Gath-Rimmon en haar voorsteden: vier steden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joz 10:12 : 12 Toen sprak Jozua tot den HEERE, ten dage als de HEERE de Amorieten voor het aangezicht de kinderen Israels overgaf, en zeide voor de ogen der Israelieten: Zon, sta stil te Gibeon, en gij, maan, in het dal van Ajalon!
  • Joz 19:42 : 42 En Saalabbin, en Ajalon, en Jithla,
  • 1 Kron 6:69 : 69 En Ajalon en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Joz 21:22-23
    2 verzen
    82%

    22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.

    23En van den stam van Dan, Elteke en haar voorsteden, Gibbethon en haar voorsteden;

  • Joz 21:25-26
    2 verzen
    82%

    25En van den halven stam van Manasse, Thaanach en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden: twee steden.

    26Al de steden voor de huisgezinnen van de overige kinderen van Kahath zijn tien, met haar voorsteden.

  • 80%

    68En Jokmeam en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden,

    69En Ajalon en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden.

  • Joz 21:14-19
    6 verzen
    80%

    14En Jatthir en haar voorsteden, en Esthemoa en haar voorsteden;

    15En Holon en haar voorsteden, en Debir en haar voorsteden;

    16En Ain en haar voorsteden, en Jutta en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden; negen steden van deze twee stammen.

    17En van den stam van Benjamin, Gibeon en haar voorsteden, Geba en haar voorsteden;

    18Anathoth en haar voorsteden, en Almon en haar voorsteden: vier steden.

    19Al de steden der kinderen van Aaron, de priesteren, waren dertien steden en haar voorsteden.

  • Joz 21:29-33
    5 verzen
    80%

    29Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.

    30En van den stam van Aser, Misal en haar voorsteden, Abdon en haar voorsteden;

    31En Helkath en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden: vier steden.

    32En van den stam van Nafthali, de vrijstad des doodslagers, Kedes in Galilea, en haar voorsteden, en Hammoth-Dor en haar voorsteden, en Karthan en haar voorsteden: drie steden.

    33Al de steden der Gersonieten, naar hun huisgezinnen, zijn dertien steden en haar voorsteden.

  • 35Dimna en haar voorsteden, Nahalal en haar voorsteden: vier steden.

  • Joz 21:37-39
    3 verzen
    77%

    37Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden: vier steden.

    38Van den stam van Gad nu, de vrijstad des doodslagers, Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden;

    39Hesbon en haar voorsteden, Jaezer en haar voorsteden: al die steden zijn vier.

  • 24Chefar-haammonai, en Ofni, en Gaba; twaalf steden en haar dorpen.

  • 42En Saalabbin, en Ajalon, en Jithla,

  • 21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.

  • Joz 21:41-42
    2 verzen
    72%

    41Al de steden der Levieten, in het midden van de erfenis der kinderen Israels, waren acht en veertig steden en haar voorsteden.

    42Deze steden waren elk met haar voorsteden rondom haar; alzo was het met al die steden.

  • Joz 19:44-45
    2 verzen
    72%

    44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,

    45En Jehud, en Bene-Berak, en Gath-Rimmon,

  • 7Ain, Rimmon, en Ether, en Asan; vier steden en haar dorpen;

  • 51En Gosen, en Holon, en Gilo; elf steden en haar dorpen.

  • 41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.

  • 60Van den stam van Benjamin nu: Geba en haar voorsteden, en Allemeth en haar voorsteden, en Anathoth en haar voorsteden. Al hun steden, in hun huisgezinnen, waren dertien steden.

  • 32En hun dorpen waren Etam en Ain, Rimmon en Tochen, en Asan; vijf steden.

  • 38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.

  • 9Verder gaven zij van den stam der kinderen van Juda, en van den stam der kinderen van Simeon, deze steden, die men bij name noemde;

  • 6Voorts kwamen zij in Gilead, en in het lage land Hodsi; ook kwamen zij tot Dan-Jaan, en rondom bij Sidon.

  • 15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.

  • 36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.

  • 32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.

  • Joz 15:57-59
    3 verzen
    68%

    57Kain, Gibea, en Timna; tien steden en haar dorpen.

    58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,

    59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.

  • 5En aan de overgebleven kinderen van Kahath vielen, bij het lot, van de huisgezinnen van den stam van Efraim, en van den stam van Dan, en van den halven stam van Manasse, tien steden.

  • 10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.

  • 7Aan de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, twaalf steden.

  • 80En van den stam van Gad: Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden,

  • 27En Rekem, en Jirpeel, en Tharala,

  • 21De steden nu van den stam der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen, zijn: Jericho, en Beth-hogla, en Emek-Keziz,

  • 30En Umma, en Afek, en Rehob; twee en twintig steden en haar dorpen.

  • 31De kinderen van Benjamin nu van Geba woonden in Michmas, en Aja, en Beth-El, en haar onderhorige plaatsen,