Jozua 21:36

Statenvertaling (States Bible)

En van den stam van Ruben, Bezer en haar voorsteden, en Jahza en haar voorsteden;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joz 20:8 : 8 En aan gene zijde van de Jordaan, van Jericho oostwaarts, gaven zij Bezer in de woestijn, in het platte land, van den stam van Ruben; en Ramoth in Gilead, van den stam van Gad; en Golan in Bazan, van den stam van Manasse.
  • Deut 4:43 : 43 Bezer in de woestijn, in het effen land, voor de Rubenieten; en Ramoth in Gilead, voor de Gadieten; en Golan in Bazan, voor de Manassieten.
  • Joz 13:18 : 18 En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,
  • 1 Kron 6:78-79 : 78 En aan gene zijde van de Jordaan tegen Jericho, tegen het oosten aan de Jordaan, van den stam van Ruben: Bezer in de woestijn, en haar voorsteden, en Jahza en haar voorsteden, 79 En Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden;
  • Num 21:23 : 23 Doch Sihon liet Israel niet toe, door zijn landpale te trekken; maar Sihon vergaderde al zijn volk, en hij ging uit, Israel tegemoet, naar de woestijn, en hij kwam te Jahza, en streed tegen Israel;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 86%

    72En van den stam van Issaschar: Kedes en haar voorsteden, Dobrath en haar voorsteden,

    73En Ramoth en haar voorsteden, en Anem en haar voorsteden.

    74En van den stam van Aser: Masal en haar voorsteden, en Abdor en haar voorsteden,

    75En Hukok en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden.

    76En van den stam van Nafthali: Kedes in Galilea, en haar voorsteden, en Hammon en haar voorsteden, en Kirjathaim en haar voorsteden.

    77De overige kinderen van Merari hadden van den stam van Zebulon: Rimmono en haar voorsteden, Thabor en haar voorsteden;

    78En aan gene zijde van de Jordaan tegen Jericho, tegen het oosten aan de Jordaan, van den stam van Ruben: Bezer in de woestijn, en haar voorsteden, en Jahza en haar voorsteden,

    79En Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden;

    80En van den stam van Gad: Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden,

    81En Hesbon en haar voorsteden, en Jaezer en haar voorsteden.

  • 37Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden: vier steden.

  • 8En aan gene zijde van de Jordaan, van Jericho oostwaarts, gaven zij Bezer in de woestijn, in het platte land, van den stam van Ruben; en Ramoth in Gilead, van den stam van Gad; en Golan in Bazan, van den stam van Manasse.

  • Joz 21:34-35
    2 verzen
    78%

    34Aan de huisgezinnen nu van de kinderen van Merari, van de overige Levieten, werd gegeven van den stam van Zebulon, Jokneam en haar voorsteden, Kartha en haar voorsteden;

    35Dimna en haar voorsteden, Nahalal en haar voorsteden: vier steden.

  • Joz 21:25-31
    7 verzen
    76%

    25En van den halven stam van Manasse, Thaanach en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden: twee steden.

    26Al de steden voor de huisgezinnen van de overige kinderen van Kahath zijn tien, met haar voorsteden.

    27En aan de kinderen van Gerson, van de huisgezinnen der Levieten, van den halven stam van Manasse, de vrijstad des doodslagers, Golan in Bazan, en haar voorsteden, en Beesthera en haar voorsteden: twee steden.

    28En van den stam van Issaschar, Kisjon en haar voorsteden, en Dobrath en haar voorsteden;

    29Jarmuth en haar voorsteden, En-gannim en haar voorsteden: vier steden.

    30En van den stam van Aser, Misal en haar voorsteden, Abdon en haar voorsteden;

    31En Helkath en haar voorsteden, en Rehob en haar voorsteden: vier steden.

  • 7Aan de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, twaalf steden.

  • 39Hesbon en haar voorsteden, Jaezer en haar voorsteden: al die steden zijn vier.

  • Joz 21:15-17
    3 verzen
    74%

    15En Holon en haar voorsteden, en Debir en haar voorsteden;

    16En Ain en haar voorsteden, en Jutta en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden; negen steden van deze twee stammen.

    17En van den stam van Benjamin, Gibeon en haar voorsteden, Geba en haar voorsteden;

  • 37Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Jithran, en Beera.

  • 23De landpale nu der kinderen van Ruben was de Jordaan, en derzelver landpale; dat is het erfdeel der kinderen van Ruben, naar hun huisgezinnen, de steden en haar dorpen.

  • 43Bezer in de woestijn, in het effen land, voor de Rubenieten; en Ramoth in Gilead, voor de Gadieten; en Golan in Bazan, voor de Manassieten.

  • 3Ataroth, en Dibon, en Jaezer, en Nimra, en Hesbon, en Eleale, en Schebam, en Nebo, en Behon;

  • 21De steden nu van den stam der kinderen van Benjamin, naar hun huisgezinnen, zijn: Jericho, en Beth-hogla, en Emek-Keziz,

  • 22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.

  • 28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,

  • 9Verder gaven zij van den stam der kinderen van Juda, en van den stam der kinderen van Simeon, deze steden, die men bij name noemde;

  • 21Hun getelden van den stam van Ruben waren zes en veertig duizend en vijfhonderd.

  • 37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,

  • Num 32:36-37
    2 verzen
    71%

    36En Beth-Nimra, en Beth-Haran, vaste steden en schaapskooien.

    37En de kinderen van Ruben bouwden Hezbon, en Eleale, en Kirjathaim,

  • 27En te Hazar-Sual, en in Ber-Seba, en haar onderhorige plaatsen,

  • 42Deze steden waren elk met haar voorsteden rondom haar; alzo was het met al die steden.

  • 27En Rekem, en Jirpeel, en Tharala,

  • 21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.

  • 15Alzo gaf Mozes aan den stam der kinderen van Ruben, naar hun huisgezinnen,

  • Ezech 48:6-7
    2 verzen
    71%

    6En aan de landpale van Efraim, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Ruben een.

    7En aan de landpale van Ruben, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Juda een.

  • 16Dit is het erfdeel der kinderen van Zebulon, naar hun huisgezinnen; deze steden en haar dorpen.

  • 21De steden nu, van het uiterste van den stam der kinderen van Juda, tot de landpale van Edom, tegen het zuiden, zijn: Kabzeel, en Eder, en Jagur,

  • 30En Umma, en Afek, en Rehob; twee en twintig steden en haar dorpen.

  • 63De kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, hadden van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, bij het lot, twaalf steden.

  • 59En Asan en haar voorsteden, en Beth-Semes en haar voorsteden.