Jozua 19:43
En Elon, en Timnatha, en Ekron,
En Elon, en Timnatha, en Ekron,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,
45En Jehud, en Bene-Berak, en Gath-Rimmon,
42En Saalabbin, en Ajalon, en Jithla,
42Libna, en Ether, en Asan,
43En Jiftah, en Asna, en Nezib,
44En Kehila, en Achzib, en Mareza; negen steden en haar dorpen.
45Ekron, en haar onderhorige plaatsen, en haar dorpen.
46Van Ekron, en naar de zee toe; alle, die aan de zijde van Asdod zijn, en haar dorpen;
19En Hafaraim, en Sion, en Anacharath,
20En Rabbith, en Kisjon, en Ebez,
21En Remeth, en En-gannim, en En-hadda, en Beth-Pazzez.
36En Adama, en Rama, en Hazor,
37En Kedes, en Edrei, en En-Hazor,
38En Jiron, en Migdal-El, Horem en Beth-Anath, en Beth-Semes; negentien steden en haar dorpen.
23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,
9En Adoraim, en Lachis, en Azeka,
37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,
38En Dilan, en Mizpa, en Jokteel,
39Lachis, en Bozkath, en Eglon,
3En Hazar-Sual, en Bala, en Azem,
4En Eltholad, en Bethul, en Horma,
5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,
6En Beth-Lebaoth, en Saruhen; dertien steden en haar dorpen.
29Baala, en Ijim, en Azem,
30En Eltholad, en Chesil, en Horma,
9De zoon van Deker in Makaz, en in Saalbim, en Beth-Semes, en Elon-Beth-hanan.
33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,
3Van de Sichor, die voor aan Egypte is, tot aan de landpale van Ekron tegen het noorden, dat den Kanaanieten toegerekend wordt; vijf vorsten der Filistijnen, de Gazatiet en Asdodiet, de Askeloniet, de Gathiet en Ekroniet, en de Avvieten.
26En Allammelech, en Am-ad, en Mis-al; en zij reikt aan Karmel westwaarts, en aan Sichor-Libnath;
27En wendt zich tegen den opgang der zon naar Beth-Dagon, en reikt aan Zebulon, en aan het dal Jiftha-El noordwaarts naar Beth-Emek, en Nehiel, en komt uit tot Kabul ter linkerhand;
28En Ebron, en Rehob, en Hammon, en Kana, tot aan groot Sidon.
33Hazor, Rama, Gitthaim,
34Hadid, Zeboim, Neballat,
19Harif, Anathoth, Nebai,
56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,
57Kain, Gibea, en Timna; tien steden en haar dorpen.
58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,
59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.
69En Ajalon en haar voorsteden, en Gath-Rimmon en haar voorsteden.
22En Kibzaim en haar voorsteden, en Beth-horon en haar voorsteden: vier steden.
23En van den stam van Dan, Elteke en haar voorsteden, Gibbethon en haar voorsteden;
22En Beth-araba, en Zemaraim, en Beth-El,
23En Haavvim, en Para, en Ofra,
15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.
11En na hem richtte Israel Elon, de Zebuloniet, en hij richtte Israel tien jaren.
12En Elon, de Zebuloniet, stierf, en werd begraven te Ajalon, in het land van Zebulon.
20En den gansen gemengden hoop, en allen koningen des lands van Uz; en allen koningen van der Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;
20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,
29En te En-Rimmon, en te Zora, en te Jarmuth,
53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,