Nehemia 10:23
Hosea, Hananja, Hassub,
Hosea, Hananja, Hassub,
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
24Hallohes, Pilha, Sobek,
25Rehum, Hasabna, Maaseja,
26En Ahia, Hanan, Anan,
17Ater, Hizkia, Azzur,
18Hodia, Hasum, Bezai,
19Harif, Anathoth, Nebai,
20Magpias, Mesullam, Hezir,
21Mesezabeel, Zadok, Jaddua,
22Pelatja, Hanan, Anaja,
10En hun broederen: Sebanja, Hodia, Kelita, Pelaja, Hanan,
11Micha, Rehob, Hasabja,
12Zakkur, Serebja, Sebanja,
13Hodia, Bani, Beninu;
2Seraja, Azarja, Jeremia,
3Pashur, Amarja, Malchia,
4Hattus, Sebanja, Malluch,
5Harim, Meremoth, Obadja,
6Daniel, Ginnethon, Baruch,
7Mesullam, Abia, Mijamin,
20En Hasuba, en Ohel, en Berechja, en Hasadja, Jusabhesed; vijf.
21De kinderen van Hananja nu waren Pelatja en Jesaja. De kinderen van Refaja, de kinderen van Arnan, de kinderen van Obadja, de kinderen van Sechanja.
22De kinderen nu van Sechanja waren Semaja; en de kinderen van Semaja waren Hattus, en Jigeal, en Bariah, en Nearja, en Safat; zes.
23En Abdon, en Zichri, en Hanan,
24En Hananja, en Elam, en Antothija,
25En Jifdeja, en Pnuel waren zonen van Sasak.
28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.
29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.
30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.
31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,
32Benjamin, Malluch, Semarja.
33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.
36Vanja, Meremoth, Eljasib,
37Mattanja, Mathnai, en Jaasai,
22En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa.
40Machnadbai, Sasai, Sarai,
41Azareel, Selemja, Semarja,
42Sallum, Amarja, Jozef.
18Dezes zonen waren Malchiram, en Pedaja, en Senazar, Jekamja, Hosama en Nedabja.
2Amarja, Malluch, Hattus,
3Sechanja, Rehum, Meremoth,
46De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;
36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,
23Het zestiende voor Hananja; zijn zonen en zijn broederen, twaalf.
32En achter hen ging Hosaja, en de helft der vorsten van Juda.
33En Azarja, Ezra, en Mesullam,
6Semaja, en Jojarib, Jedaja,
15Bunni, Azgad, Bebai,
25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.
5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;
11Hilkia was de tweede, Tebalja de derde, Zecharja de vierde; al de kinderen en broederen van Hosa waren dertien.