Ezra 8:6

Statenvertaling (States Bible)

En van de kinderen van Adin, Ebed, de zoon van Jonathan; en met hem vijftig manspersonen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezra 2:15 : 15 De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.
  • Neh 7:20 : 20 De kinderen van Adin, zeshonderd vijf en vijftig;
  • Neh 10:16 : 16 Adonia, Bigvai, Adin,

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ezra 8:3-5
    3 verzen
    77%

    3Van de kinderen van Sechanja, van de kinderen van Paros, Zacharja; en met hem werden bij geslachtsregisters gerekend, aan manspersonen, honderd en vijftig.

    4Van de kinderen van Pahath-Moab, Eljehoenai, van de zoon van Zerahja; en met hem tweehonderd manspersonen.

    5Van de kinderen van Sechanja, de zoon van Jahaziel; en met hem driehonderd manspersonen.

  • Ezra 8:7-14
    8 verzen
    76%

    7En van de kinderen van Elam, Jesaja, de zoon van Athalja; en met hem zeventig manspersonen.

    8En van de kinderen van Sefatja, Zebadja, de zoon van Michael; en met hem tachtig manspersonen.

    9En van de kinderen van Joab, Obadja, de zoon van Jehiel; en met hem tweehonderd en achttien manspersonen.

    10En van de kinderen van Selomith, de zoon van Josifja; en met hem honderd en zestig manspersonen.

    11En van de kinderen van Babai, Zacharja, de zoon van Bebai; en met hem acht en twintig manspersonen.

    12En van de kinderen van Azgad, Johanan, de zoon van Katan; en met hem honderd en tien manspersonen.

    13En van de laatste kinderen van Adonikam, welker namen deze waren: Elifelet, Jehiel, en Semaja; en met hen zestig manspersonen.

    14En van de kinderen van Bigvai, Uthai en Zabbud; en met hen zeventig manspersonen.

  • 20De kinderen van Adin, zeshonderd vijf en vijftig;

  • 15De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.

  • 74%

    7De kinderen van Semaja waren Othni, en Refael, en Obed, en Elzabad, zijn broeders, kloeke lieden; Elihu, en Semachja.

    8Deze allen waren uit de kinderen van Obed-Edom; zij, en hun kinderen, en hun broeders, kloeke mannen in kracht tot den dienst; daar waren er twee en zestig van Obed-Edom.

  • 36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,

  • 15En Zebadja, en Arad, en Eder,

  • 16Adonia, Bigvai, Adin,

  • 32Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;

  • 72%

    17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

    18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.

    19En Jakim, en Zichri, en Zabdi,

    20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 41Den zoon van Ethni, den zoon van Zerah, den zoon van Adaja,

  • 8En Elisama, en Eljada, en Elifelet, negen.

  • 71%

    22En Jispan, en Eber, en Eliel,

    23En Abdon, en Zichri, en Hanan,

  • 8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;

  • 19En Hasabja, en met hem Jesaja, van de kinderen van Merari, met zijn broederen, en hun zonen, twintig;

  • 70%

    8Uit de kinderen van Elizafan was overste Semaja, en van zijn broederen waren tweehonderd.

    9Uit de kinderen van Hebron was Eliel overste, en zijn broederen waren tachtig.

    10Uit de kinderen van Uzziel was Amminadab overste, en zijn broederen waren honderd en twaalf.

  • 10De kinderen van Jediael nu waren Bilhan; en de kinderen van Bilhan waren Jeus en Benjamin, en Ehud, en Chenaana, en Zethan, en Tharsis, en Ahi-sahar.

  • 30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.

  • 24En de kinderen van Eljoenai waren Hodajeva, en Eljasib, en Pelaja, en Akkub, en Johanan, en Delaja, en Anani; zeven.

  • 18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;

  • 42Adina, de zoon van Siza, de Rubeniet, was het hoofd der Rubenieten; nochtans waren er dertig boven hem;

  • 28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.

  • 24Dezen nu waren de hoofden hunner vaderlijke huizen, te weten: Hefer, en Jisei, en Eliel, en Azriel, en Jeremia, en Hodavja, en Jahdiel; mannen sterk van kracht, mannen van naam, hoofden der huizen hunner vaderen.

  • 9Ezer was het hoofd; Obadja de tweede; Eliab de derde;

  • 69%

    11Attai de zesde; Eliel de zevende;

    12Johanan de achtste; Elzabad de negende;

  • 16En Elischama, en Eljade, en Elifeleth.

  • 17En uit Benjamin was Eljada, een kloek held; en met hem tweehonderd duizend, die met boog en schild gewapend waren.

  • 26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.

  • 14En hun broederen, dappere helden, waren honderd acht en twintig; en opziener over hen was Zabdiel, de zoon van Gedolim.

  • 4Obed-Edom had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneel de vijfde.

  • 43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.