2 Samuël 23:33

Statenvertaling (States Bible)

Samma, de Harariet; Ahiam, de zoon van Sarar, de Harariet;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Sam 23:11 : 11 Na hem nu was Samma, de zoon van Age, de Harariet. Toen de Filistijnen verzameld waren in een dorp, en aldaar een stuk akkers was vol linzen, en het volk voor het aangezicht der Filistijnen vluchtte;
  • 1 Kron 11:27 : 27 Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;
  • 1 Kron 11:35 : 35 Ahiam, de zoon van Sachar, de Harariet; Elifal, de zoon van Ur;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 85%

    25Samma, de Harodiet; Elika, de Harodiet;

    26Helez, de Paltiet; Ira, de zoon van Ikes, de Thekoiet;

    27Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;

    28Zalmon, de Ahohiet; Maharai, de Netofathiet;

    29Heleb, de zoon van Baena, de Netofathiet; Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins;

    30Benaja, de Pirhathoniet; Hiddai, van de beken van Gaas;

    31Abi-Albon, de Arbathiet; Azmaveth, de Barhumiet;

    32Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;

  • 84%

    32Hurai, van de beken van Gaas; Abiel; de Arbathiet;

    33Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;

    34Van de kinderen van Hasem, den Gizoniet, was Jonathan, de zoon van Sage, de Harariet;

    35Ahiam, de zoon van Sachar, de Harariet; Elifal, de zoon van Ur;

    36Hefer, de Mecherathiet; Ahia, de Peloniet;

  • 27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;

  • 78%

    34Elifelet, de zoon van Ahasbai, de zoon van een Maachathiet; Eliam, de zoon van Achitofel, de Giloniet;

    35Hezrai, de Karmeliet; Paerai, de Arbiet;

  • 34En de zonen van Semer waren Ahi en Rohega, Jehubba en Aram.

  • 5Eluzai, en Jerimoth, en Bealja, en Semarja, en Sefatja, de Harufiet;

  • 73%

    31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,

    32Benjamin, Malluch, Semarja.

    33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  • 73%

    9De kinderen van Simei waren Selomith, en Haziel, en Haran, drie; dezen waren de hoofden der vaderen van Ladan.

    10De kinderen van Simei nu waren Jahath, Zina, en Jeus, en Beria; dezen waren de kinderen van Simei; vier.

  • 72%

    37Zelek, de Ammoniet; Naharai, de Beerothiet, de wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

    38Ira, de Jethriet; Gareb, de Jethriet;

  • 11Na hem nu was Samma, de zoon van Age, de Harariet. Toen de Filistijnen verzameld waren in een dorp, en aldaar een stuk akkers was vol linzen, en het volk voor het aangezicht der Filistijnen vluchtte;

  • 44Uzzia, de Asterathiet; Sama, en Jeiel, de zoon van Hotham, den Aroeriet;

  • 21En Adaja, en Beraja, en Simrath waren kinderen van Simei.

  • 46Den zoon van Amzi, den zoon van Bani, den zoon van Semer,

  • 14En Ahjo, Sasak en Jeremoth,

  • 3Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.

  • 71%

    39Zelek, de Ammoniet; Nahrai, de Berothiet, wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

    40Ira, de Jithriet; Gareb, de Jithriet;

    41Uria, de Hethiet; Zabad, de zoon van Ahlai;

  • 19De kinderen van Semida nu waren Ahjan, en Sechem, en Likhi, en Aniam.

  • 26En Samserai, en Seharja, en Athalja,

  • 13En de drie grootste zonen van Isai gingen heen; zij volgden Saul na in den krijg. De namen nu zijner drie zonen, die in den krijg gingen, waren: Eliab, de eerstgeborene, en zijn tweede Abinadab, en de derde Samma.

  • 70%

    40Machnadbai, Sasai, Sarai,

    41Azareel, Selemja, Semarja,

  • 29Sibbechai, de Husathiet; Ilai, de Ahohiet;

  • 18Simei, de zoon van Ela, in Benjamin.

  • 15Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;

  • 18Van de kinderen van Jizhar was Selomith het hoofd.

  • 18Van Bilga, Sammua; van Semaja, Jonathan;

  • 46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

  • 22Van de Jizharieten was Selomoth; van de kinderen van Selomoth was Jahath.

  • 24Van de kinderen van Uzziel was Micha; van de kinderen van Micha was Samir;

  • 24De kinderen van Harif, honderd en twaalf;

  • 30Zijn zoon Simea; zijn zoon Haggija; zijn zoon Asaja.

  • 16En den Arvadiet, en den Zemariet, en den Hamathiet.