Johannes 4:43

Statenvertaling (States Bible)

En na de twee dagen ging Hij van daar en ging heen naar Galilea;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joh 4:40 : 40 Als dan de Samaritanen tot Hem gekomen waren, baden zij Hem, dat Hij bij hen bleef; en Hij bleef aldaar twee dagen.
  • Joh 4:46 : 46 Zo kwam dan Jezus wederom te Kana in Galilea, waar Hij het water wijn gemaakt had. En er was een zeker koninklijk hoveling, wiens zoon krank was, te Kapernaum.
  • Rom 15:8 : 8 En ik zeg, dat Jezus Christus een dienaar geworden is der besnijdenis, vanwege de waarheid Gods, opdat Hij bevestigen zou de beloftenissen der vaderen;
  • Matt 4:13 : 13 En Nazareth verlaten hebbende, is komen wonen te Kapernaum, gelegen aan de zee, in de landpale van Zebulon en Nafthali;
  • Matt 15:21-24 : 21 En Jezus van daar gaande, vertrok naar de delen van Tyrus en Sidon. 22 En ziet, een Kananese vrouw, uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere! Gij Zone Davids, ontferm U mijner! mijn dochter is deerlijk van den duivel bezeten. 23 Doch Hij antwoordde haar niet een woord. En Zijn discipelen, tot Hem komende, baden Hem, zeggende: Laat haar van U; want zij roept ons na. 24 Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels.
  • Marc 7:27-28 : 27 Maar Jezus zeide tot haar: Laat eerst de kinderen verzadigd worden; want het is niet betamelijk dat men het brood der kinderen neme, en den hondekens voor werpe. 28 Maar zij antwoordde en zeide tot Hem: Ja, Heere, doch ook de hondekens eten onder de tafel van de kruimkens der kinderen.
  • Joh 1:42 : 42 Deze vond eerst zijn broeder Simon, en zeide tot hem: Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Joh 4:3-4
    2 verzen
    83%

    3Zo verliet Hij Judea, en ging wederom heen naar Galilea.

    4En Hij moest door Samaria gaan.

  • 54Dit tweede teken heeft Jezus wederom gedaan, als Hij uit Judea in Galilea gekomen was.

  • Joh 4:44-47
    4 verzen
    79%

    44Want Jezus heeft Zelf getuigd, dat een profeet in zijn eigen vaderland geen eer heeft.

    45Als Hij dan in Galilea kwam, ontvingen Hem de Galileers, gezien hebbende al de dingen, die Hij te Jeruzalem op het feest gedaan had; want ook zij waren tot het feest gegaan.

    46Zo kwam dan Jezus wederom te Kana in Galilea, waar Hij het water wijn gemaakt had. En er was een zeker koninklijk hoveling, wiens zoon krank was, te Kapernaum.

    47Deze, gehoord hebbende, dat Jezus uit Judea in Galilea kwam, ging tot Hem, en bad Hem, dat Hij afkwame, en zijn zoon gezond maakte; want hij lag op zijn sterven.

  • Joh 4:39-42
    4 verzen
    78%

    39En velen der Samaritanen uit die stad geloofden in Hem, om het woord der vrouw, die getuigde: Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb.

    40Als dan de Samaritanen tot Hem gekomen waren, baden zij Hem, dat Hij bij hen bleef; en Hij bleef aldaar twee dagen.

    41En er geloofden er veel meer om Zijns woords wil;

    42En zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld.

  • 40En Hij ging wederom over de Jordaan, tot de plaats, waar Johannes eerst doopte; en Hij bleef aldaar.

  • Matt 4:12-13
    2 verzen
    76%

    12Als nu Jezus gehoord had, dat Johannes overgeleverd was, is Hij wedergekeerd naar Galilea;

    13En Nazareth verlaten hebbende, is komen wonen te Kapernaum, gelegen aan de zee, in de landpale van Zebulon en Nafthali;

  • Joh 2:11-13
    3 verzen
    75%

    11Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.

    12Daarna ging Hij af naar Kapernaum, Hij, en Zijn moeder, en Zijn broeders, en Zijn discipelen; en zij bleven aldaar niet vele dagen.

    13En het pascha der Joden was nabij, en Jezus ging op naar Jeruzalem.

  • 9En als Hij deze dingen tot hen gezegd had, bleef Hij in Galilea.

  • Joh 11:6-7
    2 verzen
    75%

    6Als Hij dan gehoord had, dat hij krank was, toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats, waar Hij was.

    7Daarna zeide Hij verder tot de discipelen: Laat ons wederom naar Judea gaan.

  • 43En hij leidde hem tot Jezus. En Jezus, hem aanziende, zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jonas; gij zult genaamd worden Cefas, hetwelk overgezet wordt Petrus.

  • 1Na dezen vertrok Jezus over de zee van Galilea, welke is de zee van Tiberias.

  • 7En Jezus vertrok met Zijn discipelen naar de zee; en Hem volgde een grote menigte van Galilea, en van Judea.

  • 30Zij dan gingen uit de stad, en kwamen tot Hem.

  • 22Na dezen kwam Jezus en Zijn discipelen in het land van Judea, en onthield Zich aldaar met hen, en doopte.

  • 1En het geschiedde, toen Jezus deze woorden geeindigd had, dat Hij vertrok van Galilea, en kwam over de Jordaan, in de landpalen van Judea.

  • 37En die twee discipelen hoorden hem dat spreken, en zij volgden Jezus.

  • 45Maar hij uitgegaan zijnde, begon vele dingen te verkondigen, en dat woord te verbreiden, alzo dat Hij niet meer openbaar in de stad kon komen, maar was buiten in de woeste plaatsen; en zij kwamen tot Hem van alle kanten.

  • 30Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.

  • 3Zo zeiden dan Zijn broeders tot Hem: Vertrek van hier, en ga heen in Judea, opdat ook Uw discipelen Uw werken mogen aanschouwen, die Gij doet.

  • 39Wat zoekt gij? En zij zeiden tot Hem: Rabbi! (hetwelk is te zeggen, overgezet zijnde, Meester) waar woont Gij?

  • 1En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en Zijn discipelen volgden Hem.

  • 28Zo verliet de vrouw dan haar watervat, en ging heen in de stad en zeide tot de lieden:

  • 1En op den derden dag was er een bruiloft te Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was aldaar.

  • 8(Want Zijn discipelen waren heengegaan in de stad, opdat zij zouden spijze kopen.)

  • 54Jezus dan wandelde niet meer vrijelijk onder de Joden; maar ging van daar naar het land bij de woestijn, naar de stad, genaamd Efraim, en verkeerde aldaar met Zijn discipelen.

  • 38En Hij zeide tot hen: Laat ons in de bijliggende vlekken gaan, opdat Ik ook daar predike; want daartoe ben Ik uitgegaan.

  • 25En vele scharen volgden Hem na, van Galilea en van Dekapolis, en van Jeruzalem, en van Judea, en van over de Jordaan.

  • 35Des anderen daags wederom stond Johannes, en twee uit zijn discipelen.

  • 29En Jezus, van daar vertrekkende, kwam aan de zee van Galilea, en klom op den berg, en zat daar neder.

  • 42En als het dag werd, ging Hij uit, en trok naar een woeste plaats; en de scharen zochten Hem, en kwamen tot bij Hem, en hielden Hem op, dat Hij van hen niet zou weggaan.

  • 50Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw zoon leeft. En de mens geloofde het woord, dat Jezus tot hem zeide, en ging heen.

  • 11En het geschiedde, als Hij naar Jeruzalem reisde, dat Hij door het midden van Samaria en Galilea ging.

  • 17Jezus dan, gekomen zijnde, vond, dat hij nu vier dagen in het graf geweest was.

  • 28Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.

  • 30En van daar weggaande, reisden zij door Galilea; en Hij wilde niet, dat het iemand wist.

  • 22Des anderen daags de schare, die aan de andere zijde der zee stond, ziende, dat aldaar geen ander scheepje was dan dat ene, daar Zijn discipelen ingegaan waren, en dat Jezus met Zijn discipelen in dat scheepje niet was gegaan, maar dat Zijn discipelen alleen weggevaren waren;

  • 44En Hij predikte in de synagogen van Galilea.

  • 14En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galilea; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land.

  • 32Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.