Lukas 4:30

Statenvertaling (States Bible)

Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joh 10:39 : 39 Zij zochten dan wederom Hem te grijpen, en Hij ontging uit hun hand.
  • Joh 8:59 : 59 Zij namen dan stenen op, dat zij ze op Hem wierpen. Maar Jezus verborg Zich, en ging uit den tempel, gaande door het midden van hen; en ging alzo voorbij.
  • Joh 18:6-7 : 6 Als Hij dan tot hen zeide: Ik ben het; gingen zij achterwaarts, en vielen ter aarde. 7 Hij vraagde hun dan wederom: Wien zoekt gij? En zij zeiden: Jezus den Nazarener.
  • Hand 12:18 : 18 En als het dag was geworden, was er geen kleine beroerte onder de krijgsknechten, wat toch aan Petrus mocht geschied zijn.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Luk 4:28-29
    2 verzen
    83%

    28En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden.

    29En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen.

  • 59Zij namen dan stenen op, dat zij ze op Hem wierpen. Maar Jezus verborg Zich, en ging uit den tempel, gaande door het midden van hen; en ging alzo voorbij.

  • Joh 4:3-4
    2 verzen
    76%

    3Zo verliet Hij Judea, en ging wederom heen naar Galilea.

    4En Hij moest door Samaria gaan.

  • 11En het geschiedde, als Hij naar Jeruzalem reisde, dat Hij door het midden van Samaria en Galilea ging.

  • Luk 18:36-37
    2 verzen
    76%

    36En deze, horende de schare voorbijgaan, vraagde, wat dat ware.

    37En zij boodschapten hem, dat Jezus de Nazarener voorbijging.

  • 45Maar hij uitgegaan zijnde, begon vele dingen te verkondigen, en dat woord te verbreiden, alzo dat Hij niet meer openbaar in de stad kon komen, maar was buiten in de woeste plaatsen; en zij kwamen tot Hem van alle kanten.

  • 30En van daar weggaande, reisden zij door Galilea; en Hij wilde niet, dat het iemand wist.

  • 34En ziet, de gehele stad ging uit, Jezus tegemoet; en als zij Hem zagen, baden zij, dat Hij uit hun landpalen wilde vertrekken.

  • 42En als het dag werd, ging Hij uit, en trok naar een woeste plaats; en de scharen zochten Hem, en kwamen tot bij Hem, en hielden Hem op, dat Hij van hen niet zou weggaan.

  • 30Zij dan gingen uit de stad, en kwamen tot Hem.

  • 19En als het nu laat geworden was, ging Hij uit buiten de stad.

  • 31En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen.

  • 4Maar zij zwegen stil. En Hij nam hem, en genas hem, en liet hem gaan.

  • 1En Jezus, ingekomen zijnde, ging door Jericho.

  • 39Zij zochten dan wederom Hem te grijpen, en Hij ontging uit hun hand.

  • 9En van daar voortgaande, kwam Hij in hun synagoge.

  • 28En dit gezegd hebbende, reisde Hij voor hen heen, en ging op naar Jeruzalem.

  • 13En Hij ging wederom uit naar de zee; en de gehele schare kwam tot Hem, en Hij leerde hen.

  • Marc 1:38-39
    2 verzen
    73%

    38En Hij zeide tot hen: Laat ons in de bijliggende vlekken gaan, opdat Ik ook daar predike; want daartoe ben Ik uitgegaan.

    39En Hij predikte in hun synagogen, door geheel Galilea, en wierp de duivelen uit.

  • 22En Hij reisde van de ene stad en vlek tot de andere, lerende, en richtende Zijn reis naar Jeruzalem.

  • 1En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en Zijn discipelen volgden Hem.

  • 7En Jezus vertrok met Zijn discipelen naar de zee; en Hem volgde een grote menigte van Galilea, en van Judea.

  • 6En zij, uitgaande, doorgingen al de vlekken, verkondigende het Evangelie, en genezende de zieken overal.

  • 28En zij kwamen nabij het vlek, daar zij naar toegingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou.

  • 1En in het schip gegaan zijnde, voer Hij over en kwam in Zijn stad. En ziet, zij brachten tot Hem een geraakte, op een bed liggende.

  • 3Maar zij namen en sloegen hem, en zonden hem ledig heen.

  • 36En als Hij voort reisde, spreidden zij hun klederen onder Hem op den weg.

  • 35En op denzelfden dag, als het nu avond geworden was, zeide Hij tot hen: Laat ons overvaren aan de andere zijde.

  • 15En als Hij hun de handen opgelegd had, vertrok Hij van daar.

  • 21En zij kwamen binnen Kapernaum; en terstond op den sabbatdag in de synagoge gegaan zijnde, leerde Hij.

  • 20Deze woorden sprak Jezus bij de schatkist, lerende in den tempel; en niemand greep Hem; want Zijn ure was nog niet gekomen.

  • 12Als nu Jezus gehoord had, dat Johannes overgeleverd was, is Hij wedergekeerd naar Galilea;

  • 17En Jezus, opgaande naar Jeruzalem, nam tot Zich de twaalf discipelen alleen op de weg, en zeide tot hen:

  • 31En bij geval kwam een zeker priester denzelven weg af, en hem ziende, ging hij tegenover hem voorbij.

  • 1Nadat Hij nu al Zijn woorden voleindigd had, ten aanhore des volks, ging Hij in te Kapernaum.

  • 18En Jezus, vele scharen ziende rondom Zich, beval aan de andere zijde over te varen.

  • 43En na de twee dagen ging Hij van daar en ging heen naar Galilea;

  • 15Maar Jezus, dat wetende, vertrok van daar, en vele scharen volgden Hem, en Hij genas ze allen.

  • 51En het geschiedde, als de dagen Zijner opneming vervuld werden, zo richtte Hij Zijn aangezicht, om naar Jeruzalem te reizen.

  • 29En als zij van Jericho uitgingen, is Hem een grote schare gevolgd.

  • 26En Hij zond hem naar zijn huis, zeggende: Ga niet in het vlek, en zeg het niemand in het vlek.

  • 45En gegaan zijnde in den tempel, begon Hij uit te drijven degenen, die daarin verkochten en kochten,

  • 29En Jezus, van daar vertrekkende, kwam aan de zee van Galilea, en klom op den berg, en zat daar neder.

  • 37En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen des omliggenden lands.

  • 46En als Hij aan dezelve hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden.

  • 6En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en omging de vlekken daar rondom, lerende.