Mattheüs 19:15

Statenvertaling (States Bible)

En als Hij hun de handen opgelegd had, vertrok Hij van daar.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Jes 40:11 : 11 Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.
  • Marc 10:16 : 16 En Hij omving ze met Zijn armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij dezelve.
  • 1 Kor 7:14 : 14 Want de ongelovige man is geheiligd door de vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd door den man; want anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig.
  • 2 Tim 3:15 : 15 En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 84%

    13En zij brachten kinderkens tot Hem, opdat Hij ze aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen, die ze tot Hem brachten.

    14Maar Jezus, dat ziende, nam het zeer kwalijk, en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.

    15Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan.

    16En Hij omving ze met Zijn armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij dezelve.

    17En als Hij uitging op den weg, liep een tot Hem, en voor Hem op de knieen vallende, vraagde Hem: Goede Meester! wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beerve?

  • 82%

    13Toen werden kinderkens tot Hem gebracht, opdat Hij de handen hun zou opleggen en bidden; en de discipelen bestraften dezelve.

    14Maar Jezus zeide: Laat af van de kinderkens, en verhindert hen niet tot Mij te komen; want derzulken is het Koninkrijk der hemelen.

  • Luk 18:15-16
    2 verzen
    78%

    15En zij brachten ook de kinderkens tot Hem, opdat Hij die zou aanraken; en de discipelen, dat ziende, bestraften dezelve.

    16Maar Jezus riep dezelve kinderkens tot Zich, en zeide: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.

  • 76%

    29En Jezus, van daar vertrekkende, kwam aan de zee van Galilea, en klom op den berg, en zat daar neder.

    30En vele scharen zijn tot Hem gekomen, hebbende bij zich kreupelen, blinden, stommen, lammen, en vele anderen, en wierpen ze voor de voeten van Jezus; en Hij genas dezelve.

  • Marc 9:36-37
    2 verzen
    75%

    36En nemende een kindeken, stelde Hij dat midden onder hen, en omving het met Zijn armen, en zeide tot hen:

    37Zo wie een van zodanige kinderkens zal ontvangen in Mijn Naam, die ontvangt Mij; en zo wie Mij zal ontvangen, die ontvangt Mij niet, maar Dien, Die Mij gezonden heeft.

  • 18En Jezus bestrafte hem, en de duivel ging van hem uit, en het kind werd genezen van die ure af.

  • 2En Jezus een kindeken tot Zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen;

  • Matt 19:1-2
    2 verzen
    74%

    1En het geschiedde, toen Jezus deze woorden geeindigd had, dat Hij vertrok van Galilea, en kwam over de Jordaan, in de landpalen van Judea.

    2En vele scharen volgden Hem, en Hij genas ze aldaar.

  • 40En als de zon onderging, brachten allen, die kranken hadden, met verscheidenen ziekten bevangen, die tot Hem, en Hij legde een iegelijk van hen de handen op, en genas dezelve.

  • Luk 24:50-51
    2 verzen
    73%

    50En Hij leidde hen buiten tot aan Bethanie, en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen.

    51En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel.

  • 30Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.

  • 15En Hij raakte haar hand aan, en de koorts verliet haar; en zij stond op, en diende henlieden.

  • 27En Jezus, hem bij de hand grijpende, richtte hem op; en hij stond op.

  • 9En van daar voortgaande, kwam Hij in hun synagoge.

  • 14En Jezus uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming over hen bewogen, en genas hun kranken.

  • 15Maar Jezus, dat wetende, vertrok van daar, en vele scharen volgden Hem, en Hij genas ze allen.

  • 18En Jezus, vele scharen ziende rondom Zich, beval aan de andere zijde over te varen.

  • 13En Hij, de hand uitstrekkende, raakte hem aan; en zeide: Ik wil, word gereinigd! En terstond ging de melaatsheid van hem.

  • Marc 5:23-24
    2 verzen
    71%

    23En bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden worde, en zij zal leven.

    24En Hij ging met hem; en een grote schare volgde Hem, en zij verdrongen Hem.

  • 47Maar Jezus, ziende de overleggingen hunner harten, nam een kindeken, en stelde dat bij Zich;

  • Matt 9:18-19
    2 verzen
    71%

    18Als Hij deze dingen tot hen sprak, ziet, een overste kwam en aanbad Hem, zeggende: Mijn dochter is nu terstond gestorven, doch kom en leg Uw hand op haar, en zij zal leven.

    19En Jezus opgestaan zijnde, volgde hem, en Zijn discipelen.

  • 46En zij sloegen hun handen aan Hem, en grepen Hem.

  • 7En Jezus, bij hen komende, raakte hen aan, en zeide: Staat op en vreest niet.

  • 5En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinigen zieken de handen op, en genas hen.

  • 29En als zij van Jericho uitgingen, is Hem een grote schare gevolgd.

  • 17En hen verlatende, ging Hij van daar uit de stad, naar Bethanie, en overnachtte aldaar.

  • 53En het is geschied, als Jezus deze gelijkenissen geeindigd had, vertrok Hij van daar.

  • 46En als Hij aan dezelve hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden.

  • 32En zij brachten tot Hem een dove, die zwaarlijk sprak, en baden Hem, dat Hij de hand op hem legde.

  • 19En al de schare zocht Hem aan te raken; want er ging kracht van Hem uit, en Hij genas ze allen.

  • 17En Jezus, opgaande naar Jeruzalem, nam tot Zich de twaalf discipelen alleen op de weg, en zeide tot hen:

  • 42En als het dag werd, ging Hij uit, en trok naar een woeste plaats; en de scharen zochten Hem, en kwamen tot bij Hem, en hielden Hem op, dat Hij van hen niet zou weggaan.

  • 34En ziet, de gehele stad ging uit, Jezus tegemoet; en als zij Hem zagen, baden zij, dat Hij uit hun landpalen wilde vertrekken.

  • 17En zij begonnen Hem te bidden, dat Hij van hun landpalen wegging.

  • 4Maar zij zwegen stil. En Hij nam hem, en genas hem, en liet hem gaan.

  • 28Zo nam hij Hetzelve in zijn armen, en loofde God, en zeide:

  • 5En zo wie zodanig een kindeken ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij.

  • 25Als nu de schare uitgedreven was, ging Hij in, en greep haar hand; en het dochtertje stond op.