Numeri 17:1
Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot de kinderen Israels, en neem van hen voor elk vaderlijk huis een staf, van al hun oversten, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; eens iegelijken naam zult gij schrijven op zijn staf.
3Doch Aarons naam zult gij schrijven op den staf van Levi; want een staf zal er zijn voor het hoofd van het huis hunner vaderen.
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
17Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
7En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
6Mozes dan sprak tot de kinderen Israels, en al hun oversten gaven aan hem een staf, voor elken overste een staf, naar het huis hunner vaderen, twaalf staven; Aarons staf was ook onder hun staven.
7En Mozes legde deze staven weg, voor het aangezicht des HEEREN, in de tent der getuigenis.
9Toen bracht Mozes al deze staven uit, van voor het aangezicht des HEEREN, tot al de kinderen Israels; en zij zagen het, en namen elk zijn staf.
15Toen sprak Mozes tot den HEERE, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
1Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
1Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
11Ook heeft de HEERE tot Mozes gesproken, zeggende:
23En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
9Toen nam Mozes den staf van voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als Hij hem geboden had.
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
5Toen zeide de HEERE tot Mozes: Ga heen voor het aangezicht des volks, en neem met u uit de oudsten van Israel; en neem uw staf in uw hand, waarmede gij de rivier sloegt, en ga heen.
8En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
16Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
22En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Wijders sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
17Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
16Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
26Daarna sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
5En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
11Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
10Ga heen, spreek tot Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels uit zijn land trekken late.
48Want de HEERE had tot Mozes gesproken, zeggende:
37En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: