Numeri 34:16
Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
1Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:
50En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:
9Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
16Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
17Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
52En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
11Ook heeft de HEERE tot Mozes gesproken, zeggende:
44Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
6En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
3Mozes dan en Eleazar, de priester, spraken hen aan, in de vlakke velden van Moab, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:
1Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
23En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
22En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
48Daarna sprak de HEERE tot Mozes, op dienzelfden dag, zeggende:
26Daarna sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
13En Mozes gebood den kinderen Israels, zeggende: Dit is het land, dat gij door het lot ten erve innemen zult, hetwelk de HEERE aan de negen stammen en den halven stam van Manasse te geven geboden heeft.
10Ga heen, spreek tot Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels uit zijn land trekken late.
21En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
15Twee stammen en een halve stam hebben hun erfenis ontvangen aan deze zijde van de Jordaan, van Jericho oostwaarts tegen den opgang.
44En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
25Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
12Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
32Dat is het, wat Mozes ten erve uitgedeeld had in de velden van Moab, op gene zijde der Jordaan van Jericho, tegen het oosten.
10Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
7En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
14En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, zeggende:
15De HEERE dan sprak tot Jozua, zeggende:
48Want de HEERE had tot Mozes gesproken, zeggende:
15Toen sprak Mozes tot den HEERE, zeggende:
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
11En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Jozua, zeggende:
17Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
17Dit zijn de namen der mannen, die ulieden het land ten erve zullen uitdelen: Eleazar, de priester, en Jozua, de zoon van Nun.
23En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
11Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
25En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: