Numeri 9:8

Statenvertaling (States Bible)

En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE u gebieden zal.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 85:8 : 8 Toon ons Uw goedertierenheid, o HEERE, en geef ons Uw heil.
  • Num 27:5 : 5 En Mozes bracht haar rechtzaak voor het aangezicht des HEEREN.
  • 2 Kron 20:17 : 17 Gij zult in dezen strijd niet te strijden hebben; stelt uzelven, staat en ziet het heil des HEEREN met u, o Juda en Jeruzalem! Vreest niet, en ontzet u niet, gaat morgen uit, hun tegen, want de HEERE zal met u wezen.
  • Ps 25:14 : 14 Samech. De verborgenheid des HEEREN is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken.
  • Ex 14:13 : 13 Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast, en ziet het heil des HEEREN, dat Hij heden aan ulieden doen zal, want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weder zien in eeuwigheid.
  • Ex 18:15 : 15 Toen zeide Mozes tot zijn schoonvader: Omdat dit volk tot mij komt, om God raad te vragen.
  • Spr 3:5-6 : 5 Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet. 6 Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.
  • Ezech 2:7 : 7 Maar gij zult Mijn woorden tot hen spreken, hetzij dat zij horen zullen, of hetzij dat zij het laten zullen; want zij zijn wederspannig.
  • Ezech 3:17 : 17 Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.
  • Joh 7:17 : 17 Zo iemand wil Deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen, of zij uit God is, dan of Ik van Mijzelven spreek.
  • Joh 17:8 : 8 Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend, dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
  • Hand 20:27 : 27 Want ik heb niet achtergehouden, dat ik u niet zou verkondigd hebben al den raad Gods.
  • 1 Kor 4:4 : 4 Want ik ben mijzelven van geen ding bewust; doch ik ben daardoor niet gerechtvaardigd; maar Die mij oordeelt, is de Heere.
  • 1 Kor 11:23 : 23 Want ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood nam;
  • Heb 3:5-6 : 5 En Mozes is wel getrouw geweest in geheel zijn huis, als een dienaar, tot getuiging der dingen, die daarna gesproken zouden worden; 6 Maar Christus, als de Zoon over Zijn eigen huis; Wiens huis wij zijn, indien wij maar de vrijmoedigheid en de roem der hoop tot het einde toe vast behouden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 9Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 5Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft te doen.

  • Lev 9:5-6
    2 verzen
    78%

    5Toen namen zij hetgeen Mozes geboden had, brengende dat tot voor aan de tent der samenkomst; en de gehele vergadering naderde, en stond voor het aangezicht des HEEREN.

    6En Mozes zeide: Deze zaak, die de HEERE geboden heeft, zult gij doen; en de heerlijkheid des HEEREN zal u verschijnen.

  • 23En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 15Toen sprak Mozes tot den HEERE, zeggende:

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 17Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 8Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 10Ga heen, spreek tot Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels uit zijn land trekken late.

  • 13En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 11En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 10Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 7En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 8Voorts zeide Mozes tot Korach: Hoort toch, gij, kinderen van Levi!

  • 40En Mozes sprak tot de kinderen Israels naar al wat de HEERE Mozes geboden had.

  • 12Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 25Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Toen deed Mozes de ganse vergadering der kinderen Israels verzamelen, en zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die de HEERE geboden heeft, dat men ze doe.

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 1En Mozes sprak tot de hoofden der stammen van de kinderen Israels, zeggende: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft:

  • 74%

    8En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:

  • 7En Mozes kwam en riep de oudsten des volks, en stelde voor hun aangezichten al deze woorden, die de HEERE hem geboden had.

  • 11Ook heeft de HEERE tot Mozes gesproken, zeggende:

  • 21En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 1Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 23En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 4Verder sprak Mozes tot de ganse vergadering der kinderen Israels, zeggende: Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft, zeggende:

  • 28Toen zeide de HEERE tot Mozes: Hoe lang weigert gijlieden te houden Mijn geboden en Mijn wetten?

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 5En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 1Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 44Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 37En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 17Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 9En de HEERE zeide tot Mozes: Zie, Ik zal tot u komen in een dikke wolk, opdat het volk hore, als Ik met u spreek, en dat zij ook eeuwiglijk aan u geloven. Want Mozes had de HEERE de woorden des volks verkondigd.

  • 9Toen nam Mozes den staf van voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als Hij hem geboden had.

  • 26Daarna sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende: