Leviticus 8:5
Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft te doen.
Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft te doen.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
4Mozes nu deed, gelijk als de HEERE hem geboden had; en de vergadering werd verzameld aan de deur van de tent der samenkomst.
1Toen deed Mozes de ganse vergadering der kinderen Israels verzamelen, en zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die de HEERE geboden heeft, dat men ze doe.
4Verder sprak Mozes tot de ganse vergadering der kinderen Israels, zeggende: Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft, zeggende:
5Toen namen zij hetgeen Mozes geboden had, brengende dat tot voor aan de tent der samenkomst; en de gehele vergadering naderde, en stond voor het aangezicht des HEEREN.
6En Mozes zeide: Deze zaak, die de HEERE geboden heeft, zult gij doen; en de heerlijkheid des HEEREN zal u verschijnen.
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
6En Mozes deed Aaron en zijn zonen naderen, en wies hen met dat water.
36Aaron nu en zijn zonen deden al de dingen, die de HEERE door den dienst van Mozes geboden had.
1En Mozes sprak tot de hoofden der stammen van de kinderen Israels, zeggende: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft:
20En Mozes deed, en Aaron, en de ganse vergadering der kinderen Israels, aan de Levieten, naar alles, wat de HEERE Mozes geboden had van de Levieten, zo deden de kinderen Israels aan hen.
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot Aaron, en tot zijn zonen, en tot al de kinderen Israels, en zeg tot hen: Dit is het woord, hetwelk de HEERE geboden heeft, zeggende:
22En daarna kwamen de Levieten, om hun dienst te bedienen in de tent der samenkomst, voor het aangezicht van Aaron, en voor het aangezicht zijner zonen; gelijk als de HEERE Mozes van de Levieten geboden had, alzo deden zij aan hen.
23En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
8Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
7En Mozes kwam en riep de oudsten des volks, en stelde voor hun aangezichten al deze woorden, die de HEERE hem geboden had.
27Mozes nu deed, gelijk als de HEERE geboden had; want zij klommen op tot den berg Hor, voor de ogen der ganse vergadering.
5Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
25Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
32Als zij ingingen tot de tent der samenkomst, en als zij tot het altaar naderden, zo wiesen zij zich, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.
11En Mozes deed het; gelijk als de HEERE hem geboden had, alzo deed hij.
40En Mozes sprak tot de kinderen Israels naar al wat de HEERE Mozes geboden had.
22En Mozes deed, gelijk als de HEERE hem geboden had; want hij nam Jozua, en stelde hem voor het aangezicht van Eleazar, den priester, en voor het aangezicht der ganse vergadering.
16Mozes nu deed het naar alles, wat hem de HEERE geboden had; alzo deed hij.
5En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
6Toen deed Mozes en Aaron, als hun de HEERE geboden had, alzo deden zij.
12Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
8En Mozes zeide tot hen: Blijft staande, dat ik hoor, wat de HEERE u gebieden zal.
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
31En Mozes, en Eleazar, de priester, deden, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
17En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Wijders sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
11En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
22En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
15Toen sprak Mozes tot den HEERE, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
37En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
17Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1En de HEERE riep Mozes, en sprak tot hem uit de tent der samenkomst, zeggende:
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
34Gelijk men gedaan heeft op dezen dag, heeft de HEERE te doen geboden, om voor u verzoening te doen.
7En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
28En Mozes gaf Aaron te kennen al de woorden des HEEREN, Die hem gezonden had, en al de tekenen, die Hij hem bevolen had.
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
8En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende: