Numeri 17:11

Statenvertaling (States Bible)

En Mozes deed het; gelijk als de HEERE hem geboden had, alzo deed hij.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 89%

    6Toen deed Mozes en Aaron, als hun de HEERE geboden had, alzo deden zij.

  • 16Mozes nu deed het naar alles, wat hem de HEERE geboden had; alzo deed hij.

  • 50En alle kinderen Israels deden het; gelijk als de HEERE Mozes en Aaron geboden had, alzo deden zij.

  • 54Zo deden de kinderen Israels; naar alles, wat de HEERE Mozes geboden had, zo deden zij.

  • 31En Mozes, en Eleazar, de priester, deden, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

  • 27Mozes nu deed, gelijk als de HEERE geboden had; want zij klommen op tot den berg Hor, voor de ogen der ganse vergadering.

  • 9Toen nam Mozes den staf van voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als Hij hem geboden had.

  • 28En de kinderen Israels gingen en deden het, gelijk als de HEERE Mozes en Aaron geboden had, alzo deden zij.

  • Lev 8:4-5
    2 verzen
    80%

    4Mozes nu deed, gelijk als de HEERE hem geboden had; en de vergadering werd verzameld aan de deur van de tent der samenkomst.

    5Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft te doen.

  • 40En Mozes sprak tot de kinderen Israels naar al wat de HEERE Mozes geboden had.

  • 36Aaron nu en zijn zonen deden al de dingen, die de HEERE door den dienst van Mozes geboden had.

  • 20En Mozes deed, en Aaron, en de ganse vergadering der kinderen Israels, aan de Levieten, naar alles, wat de HEERE Mozes geboden had van de Levieten, zo deden de kinderen Israels aan hen.

  • Ex 39:42-43
    2 verzen
    78%

    42Naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had, alzo hadden de kinderen Israels het ganse werk gemaakt.

    43Mozes nu bezag het ganse werk, en ziet, zij hadden het gemaakt, gelijk als de HEERE geboden had; alzo hadden zij het gemaakt. Toen zegende Mozes hen.

  • 3En Aaron deed alzo: tegenover vooraan den kandelaar stak hij deszelfs lampen aan;

  • 22En Mozes deed, gelijk als de HEERE hem geboden had; want hij nam Jozua, en stelde hem voor het aangezicht van Eleazar, den priester, en voor het aangezicht der ganse vergadering.

  • 6En Mozes zeide: Deze zaak, die de HEERE geboden heeft, zult gij doen; en de heerlijkheid des HEEREN zal u verschijnen.

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • Num 17:9-10
    2 verzen
    76%

    9Toen bracht Mozes al deze staven uit, van voor het aangezicht des HEEREN, tot al de kinderen Israels; en zij zagen het, en namen elk zijn staf.

    10Toen zeide de HEERE tot Mozes: Breng de staf van Aaron weder voor de getuigenis, in bewaring, tot een teken voor de wederspannige kinderen; alzo zult gij een einde maken van hun murmureringen tegen Mij, dat zij niet sterven.

  • 15Gelijk als de HEERE Mozes, Zijn knecht, geboden had, alzo gebood Mozes aan Jozua; en alzo deed Jozua; hij deed er niet een woord af van alles, wat de HEERE Mozes geboden had.

  • 10Toen ging Mozes en Aaron tot Farao henen in, en deden alzo, gelijk de HEERE geboden had; en Aaron wierp zijn staf neder voor Farao's aangezicht, en voor het aangezicht zijner knechten; en hij werd tot een draak.

  • 34Gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had, alzo zette ze Aaron voor de getuigenis tot bewaring.

  • 15Toen sprak Mozes tot den HEERE, zeggende:

  • 16En Mozes telde hen naar het bevel des HEEREN, gelijk hem geboden was.

  • 37En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 5Gelijk als de HEERE Mozes geboden had, alzo deden de kinderen Israels, en zij deelden het land.

  • 1Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 17Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 28En Mozes gaf Aaron te kennen al de woorden des HEEREN, Die hem gezonden had, en al de tekenen, die Hij hem bevolen had.

  • 10Ga heen, spreek tot Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels uit zijn land trekken late.

  • Num 5:4-5
    2 verzen
    75%

    4En de kinderen Israels deden alzo, en zonden hen tot buiten het leger; gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had, alzo deden de kinderen Israels.

    5Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 19Gelijk als de HEERE Mozes geboden had, zo heeft hij hen geteld in de woestijn van Sinai.

  • 13En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 41Maar Mozes zeide: Waarom overtreedt gij alzo het bevel des HEEREN? Want dat zal geen voorspoed hebben.

  • 11Ook heeft de HEERE tot Mozes gesproken, zeggende:

  • 7En Mozes kwam en riep de oudsten des volks, en stelde voor hun aangezichten al deze woorden, die de HEERE hem geboden had.

  • 23En Mozes zeide tot de kinderen Israels, dat zij den vloeker tot buiten het leger uitbrengen, en hem met stenen stenigen zouden. En de kinderen Israels deden, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

  • 7En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 22En daarna kwamen de Levieten, om hun dienst te bedienen in de tent der samenkomst, voor het aangezicht van Aaron, en voor het aangezicht zijner zonen; gelijk als de HEERE Mozes van de Levieten geboden had, alzo deden zij aan hen.

  • 24Mozes nu hoorde naar de stem van zijn schoonvader, en hij deed alles, wat hij gezegd had.

  • 44Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 10Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 32Aldus werd al het werk des tabernakels, van de tent der samenkomst voleind; en de kinderen Israels hadden het gemaakt naar alles, wat de HEERE aan Mozes geboden had; alzo hadden zij het gemaakt.

  • 10Jozua nu deed, als Mozes hem gezegd had, strijdende tegen Amalek; doch Mozes, Aaron en Hur klommen op de hoogte des heuvels.

  • 1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 25En hij stak de lampen aan voor het aangezicht des HEEREN, gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had.