Numeri 3:16

Statenvertaling (States Bible)

En Mozes telde hen naar het bevel des HEEREN, gelijk hem geboden was.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 4:37 : 37 Dit zijn de getelden van de geslachten der Kahathieten, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.
  • Num 3:39 : 39 Alle getelden der Levieten, welke Mozes en Aaron, op het bevel des HEEREN, naar hun geslachten, geteld hebben, al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren twee en twintig duizend.
  • Num 3:51 : 51 En Mozes gaf dat geld der gelosten aan Aaron en aan zijn zonen, naar het bevel des HEEREN, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.
  • Num 4:27 : 27 De gehele dienst van de zonen der Gersonieten, in al hun last, en in al hun dienst, zal zijn naar het bevel van Aaron en van zijn zonen; en gijlieden zult hun ter bewaring al hun last bevelen.
  • Gen 45:21 : 21 En de zonen van Israel deden alzo. Zo gaf Jozef hun wagenen, naar Farao's bevel; ook gaf hij hun teerkost op den weg.
  • Num 4:41 : 41 Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Gerson, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron telden, naar het bevel des HEEREN.
  • Num 4:45 : 45 Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Merari, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.
  • Num 4:49 : 49 Men telde hen, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes, een ieder naar zijn dienst, en naar zijn last; en zijn getelden waren, die de HEERE Mozes geboden had.
  • Deut 21:5 : 5 Dan zullen de priesters, de kinderen van Levi, toetreden; want de HEERE, uw God, heeft hen verkoren, om Hem te dienen, en om in des HEEREN Naam te zegenen, en naar hun mond zal alle twist en alle plaag afgedaan worden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 3:42-44
    3 verzen
    87%

    42Mozes dan telde, gelijk als de HEERE hem geboden had, alle eerstgeborenen onder de kinderen Israels.

    43En alle eerstgeborenen, die mannelijk waren, in het getal der namen, van een maand oud en daarboven, naar hun getelden, waren twee en twintig duizend tweehonderd en drie en zeventig.

    44En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 19Gelijk als de HEERE Mozes geboden had, zo heeft hij hen geteld in de woestijn van Sinai.

  • Num 3:14-15
    2 verzen
    85%

    14En de HEERE sprak tot Mozes in de woestijn van Sinai, zeggende:

    15Tel de zonen van Levi naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten, al wat mannelijk is, van een maand oud en daarboven, die zult gij tellen.

  • 49Men telde hen, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes, een ieder naar zijn dienst, en naar zijn last; en zijn getelden waren, die de HEERE Mozes geboden had.

  • 33Maar de Levieten werden niet geteld onder de zonen van Israel, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

  • Num 4:44-46
    3 verzen
    82%

    44Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, drie duizend en tweehonderd.

    45Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Merari, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.

    46Al de getelden, welke Mozes en Aaron, en de oversten van Israel geteld hebben van de Levieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen,

  • 48Want de HEERE had tot Mozes gesproken, zeggende:

  • Num 4:36-37
    2 verzen
    80%

    36Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, twee duizend zevenhonderd en vijftig.

    37Dit zijn de getelden van de geslachten der Kahathieten, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.

  • Num 3:39-40
    2 verzen
    80%

    39Alle getelden der Levieten, welke Mozes en Aaron, op het bevel des HEEREN, naar hun geslachten, geteld hebben, al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren twee en twintig duizend.

    40En de HEERE zeide tot Mozes: Tel alle eerstgeborenen, wat mannelijk is onder de kinderen Israels, van een maand oud en daarboven; en neem het getal hunner namen op.

  • 31En Mozes, en Eleazar, de priester, deden, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

  • Num 4:40-42
    3 verzen
    78%

    40Hun getelden waren, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, twee duizend zeshonderd en dertig.

    41Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Gerson, van al wie in de tent der samenkomst diende, welke Mozes en Aaron telden, naar het bevel des HEEREN.

    42En de getelden van de geslachten der zonen van Merari, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen,

  • 17Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.

  • 11En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 34Mozes dan en Aaron, en de oversten der vergadering telden de zonen der Kahathieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen:

  • 23En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 51En Mozes gaf dat geld der gelosten aan Aaron en aan zijn zonen, naar het bevel des HEEREN, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

  • 1En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:

  • Num 1:2-3
    2 verzen
    76%

    2Neem op de som van de gehele vergadering der kinderen Israels, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, in het getal der namen, van al wat mannelijk is, hoofd voor hoofd.

    3Van twintig jaren oud en daarboven, allen, die ten heire in Israel uittrekken; die zult gij tellen naar hun heiren, gij en Aaron.

  • 16Mozes nu deed het naar alles, wat hem de HEERE geboden had; alzo deed hij.

  • 20En Mozes deed, en Aaron, en de ganse vergadering der kinderen Israels, aan de Levieten, naar alles, wat de HEERE Mozes geboden had van de Levieten, zo deden de kinderen Israels aan hen.

  • 40En Mozes sprak tot de kinderen Israels naar al wat de HEERE Mozes geboden had.

  • 52En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 11En Mozes deed het; gelijk als de HEERE hem geboden had, alzo deed hij.

  • 34En hun getelden in getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren zes duizend en tweehonderd.

  • 3Mozes dan en Eleazar, de priester, spraken hen aan, in de vlakke velden van Moab, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:

  • 2En Mozes schreef hun uittochten, naar hun reizen, naar den mond des HEEREN; en dit zijn hun reizen, naar hun uittochten.

  • 5Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft te doen.

  • 17Toen namen Mozes en Aaron die mannen, welken met namen uitgedrukt zijn.

  • 5Toen gebood Mozes den kinderen Israels, naar des HEEREN mond, zeggende: De stam der kinderen van Jozef spreekt recht.

  • 5En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 21En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 16Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 3Mozes dan zond hen uit de woestijn van Paran, naar den mond des HEEREN; al die mannen waren hoofden der kinderen Israels.

  • 1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 29Aangaande de zonen van Merari, die zult gij naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen tellen.

  • 63Dat zijn de getelden van Mozes en Eleazar, den priester, die de kinderen Israels telden in de vlakke velden van Moab, aan de Jordaan van Jericho.

  • 74%

    6Toen deed Mozes en Aaron, als hun de HEERE geboden had, alzo deden zij.

  • 1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 1En Mozes sprak tot de hoofden der stammen van de kinderen Israels, zeggende: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft: