Psalmen 103:2

Statenvertaling (States Bible)

Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 105:5 : 5 Gedenkt Zijner wonderen, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en der oordelen Zijns monds.
  • Jes 63:7 : 7 Ik zal de goedertierenheden des HEEREN vermelden, den veelvoudigen lof des HEEREN, naar alles, wat de HEERE ons heeft bewezen, en de grote goedigheid aan het huis van Israel, die Hij hun bewezen heeft, naar Zijn barmhartigheden, en naar de veelheid Zijner goedertierenheden.
  • Luk 17:15-18 : 15 En een van hen, ziende, dat hij genezen was, keerde wederom, met grote stemme God verheerlijkende. 16 En hij viel op het aangezicht voor Zijn voeten, Hem dankende; en dezelve was een Samaritaan; 17 En Jezus, antwoordende, zeide: Zijn niet de tien gereinigd geworden, en waar zijn de negen? 18 En zijn er geen gevonden, die wederkeren, om Gode eer te geven, dan deze vreemdeling?
  • Ps 116:12 : 12 Wat zal ik den HEERE vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen?
  • Deut 8:2-4 : 2 En gij zult gedenken aan al den weg, dien u den HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet. 3 En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat. 4 Uw kleding is aan u niet verouderd, en uw voet is niet gezwollen, deze veertig jaren.
  • Deut 32:18 : 18 Den Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis gesteld den God, Die u gebaard heeft.
  • 2 Kron 32:25 : 25 Maar Jehizkia deed gene vergelding, naar de weldaad aan hem geschied, dewijl zijn hart verheven werd; daarom werd over hem, en over Juda en Jeruzalem, een grote toornigheid.
  • Deut 8:10-14 : 10 Als gij dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult gij den HEERE, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven. 11 Wacht u, dat gij den HEERE, uw God, niet vergeet, dat gij niet zoudt houden Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede; 12 Opdat niet misschien, als gij zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, en goede huizen gebouwd hebben, en die bewonen, 13 En uw runderen en uw schapen zullen vermeerderd zijn, ook zilver en goud u zal vermeerderd zijn, ja, al wat gij hebt vermeerderd zal zijn; 14 Uw hart zich alsdan verheffe, dat gij vergeet den HEERE, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgevoerd heeft;
  • Deut 32:6 : 6 Zult gij dit den HEERE vergelden, gij, dwaas en onwijs volk! Is Hij niet uw Vader, Die u verkregen, Die u gemaakt en u bevestigd heeft?
  • Jes 63:1 : 1 Wie is Deze, Die van Edom komt met besprenkelde klederen, van Bozra? Deze, Die versierd is in Zijn gewaad? Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die in gerechtigheid spreek, Die machtig ben te verlossen.
  • Ps 106:7 : 7 Onze vaders in Egypte hebben niet gelet op Uw wonderen; zij zijn der menigte Uwer goedertierenheid niet gedachtig geweest; maar zij waren wederspannig aan de zee, bij de Schelfzee.
  • Jer 2:31-32 : 31 O geslacht, aanmerkt toch gijlieden des HEEREN woord! Ben Ik Israel een woestijn geweest, of een land der uiterste donkerheid? Waarom zegt dan Mijn volk: Wij zijn heren, wij zullen niet meer tot U komen? 32 Vergeet ook een jonkvrouw haar versiersel, of een bruid haar bindselen? Nochtans heeft Mijn volk Mij vergeten, dagen zonder getal.
  • Deut 6:12 : 12 Zo wacht u, dat gij den HEERE niet vergeet, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis heeft uitgevoerd.
  • Ef 2:11-13 : 11 Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt; 12 Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. 13 Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.
  • Ps 106:21 : 21 Zij vergaten God, hun Heiland, Die grote dingen gedaan had in Egypte;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1Een psalm van David. Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam.

  • Ps 103:3-4
    2 verzen
    83%

    3Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest;

    4Die uw leven verlost van het verderf, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden;

  • Ps 103:21-22
    2 verzen
    80%

    21Looft den HEERE, al Zijn heirscharen! gij Zijn dienaars, die Zijn welbehagen doet!

    22Looft den HEERE, al Zijn werken! aan alle plaatsen Zijner heerschappij. Loof den HEERE, mijn ziel!

  • 1Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.

  • 1Loof den HEERE, mijn ziel! O HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.

  • 12Wat zal ik den HEERE vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen?

  • 7Mijn ziel! keer weder tot uw rust, want de HEERE heeft aan u welgedaan.

  • Ps 104:34-35
    2 verzen
    70%

    34Mijn overdenking van Hem zal zoet zijn; ik zal mij in den HEERE verblijden.

    35De zondaars zullen van de aarde verdaan worden, en de goddelozen zullen niet meer zijn. Loof den HEERE, mijn ziel! Hallelujah!

  • 17Vau. En Gij hebt mijn ziel verre van den vrede verstoten, ik heb het goede vergeten.

  • Ps 25:6-7
    2 verzen
    70%

    6Zain. Gedenk, HEERE! Uwer barmhartigheden en Uwer goedertierenheden, want die zijn van eeuwigheid.

    7Cheth. Gedenk niet der zonden mijner jonkheid, noch mijner overtredingen; gedenk mijner naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o HEERE!

  • 21Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.

  • 2O mijn ziel! gij hebt tot den HEERE gezegd: Gij zijt de HEERE, mijn goedheid raakt niet tot U;

  • 8Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.

  • Ps 105:1-2
    2 verzen
    69%

    1Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.

    2Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderen.

  • 1Mijn zoon! vergeet mijn wet niet, maar uw hart beware mijn geboden.

  • Ps 34:1-2
    2 verzen
    69%

    1Een psalm van David, als hij zijn gelaat veranderd had voor het aangezicht van Abimelech, die hem wegjoeg, dat hij doorging.

    2Aleph. Ik zal den HEERE loven te aller tijd; Zijn lof zal geduriglijk in mijn mond zijn.

  • 10Jod. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen.

  • 1Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.

  • 10Hij doet ons niet naar onze zonden, en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.

  • 8Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.

  • 4Gedenk mijner, o HEERE! naar het welbehagen tot Uw volk, bezoek mij met Uw heil;

  • Ps 113:1-2
    2 verzen
    69%

    1Hallelujah! Looft, gij knechten des HEEREN! looft den Naam des HEEREN.

    2De Naam des HEEREN zij geprezen, van nu aan tot in der eeuwigheid.

  • 4De HEERE zal hem ondersteunen op het ziekbed; in zijn krankheid verandert Gij zijn ganse leger.

  • 4Zain. Hij heeft Zijn wonderen een gedachtenis gemaakt; Cheth. de HEERE is genadig en barmhartig.

  • 4Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.

  • 4HEERE! Gij hebt mijn ziel uit het graf opgevoerd; Gij hebt mij bij het leven behouden, dat ik in den kuil niet ben nedergedaald.

  • 18Aan degenen, die Zijn verbond houden, en die aan Zijn bevelen denken, om die te doen.

  • 31Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.

  • 7Zain. Zij zullen de gedachtenis der grootheid Uwer goedheid overvloediglijk uitstorten, en zij zullen Uw gerechtigheid met gejuich verkondigen.

  • 9Houdt Zijn goedertierenheid in eeuwigheid op? Heeft de toezegging een einde, van geslacht tot geslacht?

  • 6Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.

  • Ps 106:1-2
    2 verzen
    68%

    1Hallelujah! Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    2Wie zal de mogendheden des HEEREN uitspreken, al Zijn lof verkondigen?

  • 93Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.

  • 5Gedenkt Zijner wonderen, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en der oordelen Zijns monds.

  • 1Een psalm, een lied, op den sabbatdag.

  • 1Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.

  • 16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

  • 2Ik zal U verhogen, HEERE, want Gij hebt mij opgetrokken, en mijn vijanden over mij niet verblijd.

  • 1Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  • 20Zain. Mijn ziel gedenkt er wel terdege aan, en zij bukt zich neder in mij.

  • 12Sta op, HEERE God! hef Uw hand op, vergeet de ellendigen niet.

  • 19Gij huis Israels! looft den HEERE; gij huis Aarons! looft den HEERE.