Psalmen 106:29

Statenvertaling (States Bible)

En zij hebben den HEERE tot toorn verwekt met hun daden, zodat de plaag een inbreuk onder hen deed.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 25:9 : 9 Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend.
  • Deut 32:16-21 : 16 Zij hebben Hem tot ijver verwekt door vreemde goden; door gruwelen hebben zij Hem tot toorn verwekt. 17 Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben. 18 Den Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis gesteld den God, Die u gebaard heeft. 19 Als het de HEERE zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochteren. 20 En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is. 21 Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken.
  • Ps 99:8 : 8 O HEERE, onze God! Gij hebt hen verhoord, Gij zijt hun geweest een vergevend God, hoewel wraak doende over hun daden.
  • Ps 106:39 : 39 En zij ontreinigden zich door hun werken, en zij hebben gehoereerd door hun daden.
  • Pred 7:29 : 29 Alleenlijk ziet, dit heb ik gevonden, dat God den mens recht gemaakt heeft, maar zij hebben veel vonden gezocht.
  • Rom 1:21-24 : 21 Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of gedankt; maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen en hun onverstandig hart is verduisterd geworden; 22 Zich uitgevende voor wijzen, zijn zij dwaas geworden; 23 En hebben de heerlijkheid des onverderfelijken Gods veranderd in de gelijkenis eens beelds van een verderfelijk mens, en van gevogelte, en van viervoetige en kruipende gedierten. 24 Daarom heeft God hen ook overgegeven in de begeerlijkheden hunner harten tot onreinigheid, om hun lichamen onder elkander te onteren;
  • 1 Kor 10:8 : 8 En laat ons niet hoereren, gelijk sommigen van hen gehoereerd hebben, en er vielen op een dag drie en twintig duizend.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 106:35-40
    6 verzen
    80%

    35Maar zij vermengden zich met de heidenen, en leerden derzelver werken.

    36En zij dienden hun afgoden, en zij werden hun tot een strik.

    37Daarenboven hebben zij hun zonen en hun dochteren den duivelen geofferd.

    38En zij hebben onschuldig bloed vergoten, het bloed hunner zonen en hunner dochteren, die zij den afgoden van Kanaan hebben opgeofferd; zodat het land door deze bloedschulden is ontheiligd geworden.

    39En zij ontreinigden zich door hun werken, en zij hebben gehoereerd door hun daden.

    40Dies is de toorn des HEEREN ontstoken tegen Zijn volk, en Hij heeft een gruwel gehad aan Zijn erfdeel.

  • 30Toen stond Pinehas op, en hij oefende gericht, en de plaag werd opgehouden.

  • Ps 106:23-28
    6 verzen
    77%

    23Dies Hij zeide, dat Hij hen verdelgen zou, ten ware Mozes, Zijn uitverkorene, in de scheure voor Zijn aangezicht gestaan had, om Zijn grimmigheid af te keren, dat Hij hen niet verdierf.

    24Zij versmaadden ook het gewenste land; zij geloofden Zijn woord niet.

    25Maar zij murmureerden in hun tenten; naar de stem des HEEREN hoorden zij niet.

    26Dies hief Hij tegen hen Zijn hand op, zwerende dat Hij hen nedervellen zou in de woestijn;

    27En dat Hij hun zaad zou nedervellen onder de heidenen, en hen verstrooien zou door de landen.

    28Ook hebben zij zich gekoppeld aan Baal-Peor, en zij hebben de offeranden der doden gegeten.

  • Ps 106:32-33
    2 verzen
    77%

    32Zij maakten Hem ook zeer toornig aan het twistwater, en het ging Mozes kwalijk om hunnentwil.

    33Want zij verbitterden zijn geest, zodat hij wat onbedachtelijk voortbracht met zijn lippen.

  • 16Zij hebben Hem tot ijver verwekt door vreemde goden; door gruwelen hebben zij Hem tot toorn verwekt.

  • 16Ziet, deze waren, door den raad van Bileam, den kinderen Israels, om oorzake der overtreding tegen den HEERE te geven, in de zaak van Peor; waardoor die plaag werd onder de vergadering des HEEREN.

  • Ps 78:58-59
    2 verzen
    76%

    58En zij verwekten Hem tot toorn door hun hoogten, en verwekten Hem tot ijver door hun gesneden beelden.

    59God hoorde het en werd verbolgen, en versmaadde Israel zeer.

  • 33Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag.

  • Ps 78:49-50
    2 verzen
    74%

    49Hij zond onder hen de hittigheid Zijns toorns, verbolgenheid, en verstoordheid, en benauwdheid, met uitzending der boden van veel kwaads.

    50Hij woog een pad voor Zijn toorn; Hij onttrok hun ziel niet van den dood; en hun gedierte gaf Hij aan de pestilentie over.

  • 3Als nu Israel zich koppelde aan Baal-Peor, ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel.

  • 18Want zij hebben vijandelijk tegen ulieden gehandeld door hun listen, die zij listig tegen u bedacht hebben in de zaak van Peor, en in de zaak van Kozbi, de dochter van den overste der Midianieten, hun zuster, die verslagen is, ten dage der plaag, om de zaak van Peor.

  • 14Maar zij werden belust met lust in de woestijn, en zij verzochten God in de wildernis.

  • Ps 78:30-32
    3 verzen
    74%

    30Zij waren nog niet vervreemd van hun lust; hun spijs was nog in hun mond,

    31Als Gods toorn tegen hen opging, dat Hij van hun vetsten doodde, en de uitgelezenen van Israel nedervelde.

    32Boven dit alles zondigden zij nog, en geloofden niet, door Zijn wonderen.

  • 56Maar zij verzochten en verbitterden God, den Allerhoogste, en onderhielden Zijn getuigenissen niet.

  • 18Zelfs, als zij zich een gegoten kalf gemaakt hadden, en gezegd: Dit is uw God, Die u uit Egypte heeft opgevoerd; en grote lasteren gedaan hadden;

  • Ps 78:40-41
    2 verzen
    74%

    40Hoe dikwijls verbitterden zij Hem in de woestijn, deden Hem smart aan in de wildernis!

    41Want zij kwamen alweder, en verzochten God, en stelden den Heilige Israels een perk.

  • 43Hij heeft hen menigmaal gered; maar zij verbitterden Hem door hun raad, en werden uitgeteerd door hun ongerechtigheid.

  • Ps 78:17-18
    2 verzen
    73%

    17Nog voeren zij wijders voort tegen Hem te zondigen, verbitterende den Allerhoogste in de dorre wildernis.

    18En zij verzochten God in hun hart, begerende spijs naar hun lust.

  • 22Ook vertoorndet gij den HEERE zeer te Thab-era en te Massa, en te Kibroth-Thaava.

  • Ps 106:18-20
    3 verzen
    73%

    18En een vuur brandde onder hun vergadering, een vlam stak de goddelozen aan brand.

    19Zij maakten een kalf bij Horeb, en zij bogen zich voor een gegoten beeld.

    20En zij veranderden hun Eer in de gedaante van een os, die gras eet.

  • 35Aldus plaagde de HEERE dit volk, omdat zij dat kalf gemaakt hadden, hetwelk Aaron gemaakt had.

  • 26Maar zij zijn wederspannig geworden, en hebben tegen U gerebelleerd, en Uw wet achter hun rug geworpen, en Uw profeten gedood die tegen hen betuigden, om hen te doen wederkeren tot U; alzo hebben zij grote lasteren gedaan.

  • 17Ook deden zij hun zonen en hun dochteren door het vuur gaan, en gebruikten waarzeggerijen, en gaven op vogelgeschrei acht, en verkochten zich, om te doen dat kwaad was in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken.

  • 11En zij hadden daar gerookt op alle hoogten, gelijk de heidenen, die de HEERE van hun aangezichten weggevoerd had; en zij hadden kwade dingen gedaan, om den HEERE tot toorn te verwekken.

  • 29Hij keerde hun wateren in bloed, en Hij doodde hun vissen.

  • 8Want aan Horeb vertoorndet gij den HEERE zeer, dat Hij Zich tegen u vertoornde, om u te verdelgen.

  • 8En hij ging den Israelietischen man na in de hoerenwinkel, en doorstak hen beiden, den Israelietischen man en de vrouw, door hun buik. Toen werd de plaag van over de kinderen Israels opgehouden.

  • 27Daarom is de toorn des HEEREN ontstoken tegen dit land, om daarover te brengen al dezen vloek, die in dit boek geschreven is.

  • 16En zij benijdden Mozes in het leger, en Aaron, den heilige des HEEREN.

  • 17Over welke nu is Hij vertoornd geweest veertig jaren? Was het niet over degenen, die gezondigd hadden, welker lichamen gevallen zijn in de woestijn?