Psalmen 113:6

Statenvertaling (States Bible)

Die zeer laag ziet, in den hemel en op de aarde.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 11:4 : 4 De HEERE is in het paleis Zijner heiligheid, des HEEREN troon is in den hemel; Zijn ogen aanschouwen, Zijn oogleden proeven de mensenkinderen.
  • Ps 138:6 : 6 Want de HEERE is hoog, nochtans ziet Hij de nederige aan, en den verhevene kent Hij van verre.
  • Jes 57:15 : 15 Want alzo zegt de Hoge en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont, en Wiens Naam heilig is: Ik woon in de hoogte en in het heilige, en bij dien, die van een verbrijzelden en nederigen geest is, opdat Ik levend make den geest der nederigen, en opdat Ik levend make het hart der verbrijzelden.
  • Jes 66:2 : 2 Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de HEERE; maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft.
  • Jes 6:2 : 2 De serafs stonden boven Hem; een iegelijk had zes vleugelen; met twee bedekte ieder zijn aangezicht, en met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij.
  • Job 4:18 : 18 Zie, op Zijn knechten zou Hij niet vertrouwen; hoewel Hij in Zijn engelen klaarheid gesteld heeft.
  • Job 15:15 : 15 Zie, op Zijn heiligen zou Hij niet vertrouwen, en de hemelen zijn niet zuiver in Zijn ogen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 6Want de HEERE is hoog, nochtans ziet Hij de nederige aan, en den verhevene kent Hij van verre.

  • Ps 113:4-5
    2 verzen
    80%

    4De HEERE is hoog boven alle heidenen, boven de hemelen is Zijn heerlijkheid.

    5Wie is gelijk de HEERE, onze God? Die zeer hoog woont.

  • 7Die den geringe uit het stof opricht, en den nooddruftige uit den drek verhoogt;

  • 19Dat zal geschreven worden voor het navolgende geslacht; en het volk, dat geschapen zal worden, zal den HEERE loven;

  • Jes 2:11-12
    2 verzen
    77%

    11De hoge ogen de mensen zullen vernederd worden, en de hoogheid der mannen zal nedergebogen worden; en de HEERE alleen zal in dien dag verheven zijn.

    12Want de dag des HEEREN der heirscharen zal zijn tegen allen hovaardige en hoge, en tegen allen verhevene, opdat hij vernederd worde;

  • 15Dan zal de gemene man nedergebogen worden, en de aanzienlijke man zal vernederd worden, en de ogen der hovaardigen zullen vernederd worden.

  • 6De HEERE houdt de zachtmoedigen staande; de goddelozen vernedert Hij, tot de aarde toe.

  • 10Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen.

  • Ps 33:13-14
    2 verzen
    76%

    13De HEERE schouwt uit den hemel, en ziet alle mensenkinderen.

    14Hij ziet uit van Zijn vaste woonplaats op alle inwoners der aarde.

  • 34

  • 1Een lied Hammaaloth, van David. O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.

  • 5Bemerk den hemel en zie; en aanschouw de bovenste wolken, zij zijn hoger dan gij.

  • 12En wie zichzelven verhogen zal, die zal vernederd worden; en wie zichzelven zal vernederen, die zal verhoogd worden.

  • 5Want Hij buigt de hooggezetenen neder, de verheven stad; Hij vernedert ze, Hij vernedert ze tot de aarde toe, Hij doet ze tot aan het stof reiken.

  • 2Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de HEERE; maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft.

  • 1Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.

  • 15Want alzo zegt de Hoge en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont, en Wiens Naam heilig is: Ik woon in de hoogte en in het heilige, en bij dien, die van een verbrijzelden en nederigen geest is, opdat Ik levend make den geest der nederigen, en opdat Ik levend make het hart der verbrijzelden.

  • Job 40:11-12
    2 verzen
    74%

    11Zie toch, zijn kracht is in zijn lenden, en zijn macht in den navel zijns buiks.

    12Als het hem lust, zijn staart is als een ceder; de zenuwen zijner schaamte zijn doorvlochten.

  • 2De HEERE heeft uit den hemel nedergezien op de mensenkinderen, om te zien, of iemand verstandig ware, die God zocht.

  • 12Is niet God in de hoogte der hemelen? Zie toch het opperste der sterren aan, dat zij verheven zijn.

  • 1 Sam 2:7-8
    2 verzen
    73%

    7De HEERE maakt arm en maakt rijk; Hij vernedert, ook verhoogt Hij.

    8Hij verheft den geringe uit het stof, en den nooddruftige verhoogt Hij uit den drek, om te doen zitten bij de vorsten, dat Hij hen den stoel der ere doe beerven; want de grondvesten des aardrijks zijn des HEEREN, en Hij heeft de wereld daarop gezet.

  • 17En de hoogheid der mensen zal gebogen, en de hoogheid der mannen zal vernederd worden; en de HEERE alleen zal in die dag verheven zijn.

  • 11Want een iegelijk, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden; en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.

  • 11Om de vernederden te stellen in het hoge; dat de rouwdragenden door heil verheven worden.

  • 24Want Hij schouwt tot aan de einden der aarde, Hij ziet onder al de hemelen.

  • 32Als Hij de aarde aanschouwt, zo beeft zij; als Hij de bergen aanroert, zo roken zij.

  • 22Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek, en breidt ze uit als een tent, om te bewonen;

  • 2De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God; zij verderven het, en zij bedrijven gruwelijk onrecht; er is niemand, die goed doet.

  • 8Het voordeel des aardrijks is voor allen: de koning zelfs wordt van het veld gediend.

  • 4De HEERE is in het paleis Zijner heiligheid, des HEEREN troon is in den hemel; Zijn ogen aanschouwen, Zijn oogleden proeven de mensenkinderen.

  • 3Want ziet, de HEERE gaat uit van Zijn plaats, en Hij zal nederdalen en treden op de hoogten der aarde.

  • 14Ziet, des HEEREN, uws Gods, is de hemel, en de hemel der hemelen, de aarde, en al wat daarin is.

  • 6Dies loven de hemelen Uw wonderen, o HEERE! ook is Uw getrouwheid in de gemeente der heiligen.

  • 72%

    6Die Zijn opperzalen in den hemel bouwt, en Zijn benden heeft Hij op aarde gefondeerd; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem; HEERE is Zijn Naam.

  • 6Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te Zijner tijd.

  • 50Ain. Totdat het de HEERE van den hemel aanschouwe, en het zie.

  • 72%

    4Als ik Uw hemel aanzie, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt;

  • 6Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; Die trouwe houdt in der eeuwigheid.

  • 10Hij duikt neder, hij buigt zich; en de arme hoop valt in zijn sterke poten.

  • 3Wie zal klimmen op den berg des HEEREN, en wie zal staan in de plaats Zijner heiligheid?

  • 32En het zal den HEERE aangenamer zijn dan een os, of een gehoornde var, die de klauwen verdeelt.

  • 72%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Gitthith.

  • 28En Gij verlost het bedrukte volk; maar Uw ogen zijn tegen de hogen, Gij zult hen vernederen.

  • 3De trotsheid uws harten heeft u bedrogen; hij, die daar woont in de kloven der steenrotsen, in zijn hoge woning; die in zijn hart zegt: Wie zou mij ter aarde nederstoten?

  • 3O HEERE! wat is de mens, dat Gij hem kent, het kind des mensen, dat Gij het acht?