Psalmen 118:11

Statenvertaling (States Bible)

Zij hadden mij omringd, ja, zij hadden mij omringd; het is in den Naam des HEEREN, dat ik ze verhouwen heb.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 88:17 : 17 Uw hittige toornigheden gaan over mij; Uw verschrikkingen doen mij vergaan.
  • Ps 22:12-16 : 12 Zo wees niet verre van mij, want benauwdheid is nabij; want er is geen helper. 13 Vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd. 14 Zij hebben hun mond tegen mij opgesperd, als een verscheurende en brullende leeuw. 15 Ik ben uitgestort als water, en al mijn beenderen hebben zich vaneen gescheiden; mijn hart is als was, het is gesmolten in het midden mijns ingewands. 16 Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; en Gij legt mij in het stof des doods.
  • 1 Sam 23:26 : 26 En Saul ging aan deze zijde des bergs, en David en zijn mannen aan gene zijde des bergs. Het geschiedde nu, dat zich David haastte, om te ontgaan van het aangezicht van Saul; en Saul en zijn mannen omsingelden David en zijn mannen, om die te grijpen.
  • 1 Kron 19:10 : 10 Toen Joab zag, dat de spits der slagorde van voren en van achteren tegen hem was, zo verkoos hij enigen uit alle uitgelezenen in Israel, en hij stelde hen in orde tegen de Syriers aan.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 10Alle heidenen hadden mij omringd; het is in den Naam des HEEREN, dat ik ze verhouwen heb.

  • Ps 118:12-13
    2 verzen
    92%

    12Zij hadden mij omringd als bijen; zij zijn uitgeblust als een doornenvuur; het is in den Naam des HEEREN, dat ik ze verhouwen heb.

    13Gij hadt mij zeer hard gestoten, tot vallens toe, maar de HEERE heeft mij geholpen.

  • 17Uw hittige toornigheden gaan over mij; Uw verschrikkingen doen mij vergaan.

  • 9Voor het aangezicht der goddelozen, die mij verwoesten, mijner doodsvijanden, die mij omringen.

  • 3En met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja, zij hebben mij bestreden zonder oorzaak.

  • Ps 18:37-40
    4 verzen
    75%

    37Gij hebt mijn voetstap ruim gemaakt onder mij, en mijn enkelen hebben niet gewankeld.

    38Ik vervolgde mijn vijanden, en trof hen aan; en ik keerde niet weder, totdat ik hen verdaan had.

    39Ik doorstak hen, dat zij niet weder konden opstaan; zij vielen onder mijn voeten.

    40Want Gij omgorddet mij met kracht ten strijde; Gij deedt onder mij nederbukken, die tegen mij opstonden.

  • 74%

    38Ik vervolgde mijn vijanden, en verdelgde hen, en keerde niet weder, totdat ik ze verdaan had.

    39En ik verteerde hen, en doorstak ze, dat zij niet weder opstonden; maar zij vielen onder mijn voeten.

    40Want Gij omgorddet mij met kracht ten strijde; Gij deedt onder mij nederbukken, die tegen mij opstonden.

    41En Gij gaaft mij den nek mijner vijanden, mijner haters, en ik vernielde hen.

  • Ps 118:6-7
    2 verzen
    74%

    6De HEERE is bij mij, ik zal niet vrezen; wat zal mij een mens doen?

    7De HEERE is bij mij onder degenen, die mij helpen; daarom zal ik mijn lust zien aan degenen, die mij haten.

  • 9Geef, HEERE! de begeerten des goddelozen niet; bevorder zijn kwaad voornemen niet; zij zouden zich verheffen. Sela.

  • 11In onzen gang hebben zij ons nu omsingeld, zij zetten hun ogen op ons ter aarde nederbukkende.

  • Job 30:12-14
    3 verzen
    73%

    12Ter rechterhand staat de jeugd op, stoten mijn voeten uit, en banen tegen mij hun verderfelijke wegen.

    13Zij breken mijn pad af, zij bevorderen mijn ellende; zij hebben geen helper van doen.

    14Zij komen aan, als door een wijde breuk; onder de verwoesting rollen zij zich aan.

  • 11Maar de HEERE is met mij als een verschrikkelijk Held; daarom zullen mijn vervolgers struikelen, en niets vermogen; zij zijn zeer beschaamd geworden, omdat zij niet verstandiglijk gehandeld hebben; het zal een eeuwige schande zijn, zij zal niet vergeten worden.

  • 12Zijn benden zijn te zamen aangekomen, en hebben tegen mij haar weg gebaand, en hebben zich gelegerd rondom mijn tent.

  • Ps 139:20-22
    3 verzen
    72%

    20Die van U schandelijk spreken, en Uw vijanden ijdellijk verheffen.

    21Zou ik niet haten HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan?

    22Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.

  • 18Laat mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat mij niet beschaamd worden; laat hen verschrikt worden, maar laat mij niet verschrikt worden; breng over hen den dag des kwaads, en verbreek hen met een dubbele verbreking.

  • 12En Ik zal hen sterken in den HEERE, en in Zijn Naam zullen zij wandelen, spreekt de HEERE.

  • Ps 18:17-18
    2 verzen
    72%

    17Hij zond van de hoogte, Hij nam mij, Hij trok mij op uit grote wateren.

    18Hij verloste mij van mijn sterken vijand, en van mijn haters, omdat zij machtiger waren dan ik.

  • 10Zij gapen met hun mond tegen mij; zij slaan met smaadheid op mijn kinnebakken; zij vervullen zich te zamen aan mij.

  • 5Want baren des doods hadden mij omvangen; beken Belials verschrikten mij.

  • 5Gij Zelf zijt mijn Koning, o God! gebied de verlossingen Jakobs.

  • 12Zo wees niet verre van mij, want benauwdheid is nabij; want er is geen helper.

  • 71%

    18Hij verloste mij van mijn sterken vijand, van mijn haters, omdat zij machtiger waren dan ik.

    19Zij hadden mij bejegend ten dage mijns ongevals; maar de HEERE was mij een Steunsel.

  • 16Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, en mijn tong kleeft aan mijn gehemelte; en Gij legt mij in het stof des doods.

  • 4Ik riep den HEERE aan, Die te prijzen is, en werd verlost van mijn vijanden.

  • 66Thau. Vervolg ze met toorn, en verdelg ze van onder den hemel des HEEREN.

  • 13Zijn schutters hebben mij omringd; Hij heeft mijn nieren doorspleten, en niet gespaard; Hij heeft mijn gal op de aarde uitgegoten.

  • 42Zij riepen, maar er was geen verlosser; tot den HEERE, maar Hij antwoordde hun niet.

  • 11Verklaar hen schuldig, o God; laat hen vervallen van hun raadslagen; drijf hen henen om de veelheid hunner overtredingen, want zij zijn wederspannig tegen U.

  • 5In God zal ik Zijn woord prijzen; ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zoude mij vlees doen?

  • 71%

    6Ik lag neder en sliep; ik ontwaakte, want de HEERE ondersteunde mij.

  • 19En zij zullen tegen u strijden, maar tegen u niet vermogen; want Ik ben met u, spreekt de HEERE, om u uit te helpen.

  • 70%

    1Een psalm van David, als hij vlood voor het aangezicht van zijn zoon Absalom.

  • 6Verhef U boven de hemelen, o God! Uw eer zij over de ganse aarde.

  • 2Als de bozen, mijn tegenpartijen, en mijn vijanden tegen mij, tot mij naderden, om mijn vlees te eten, stieten zij zelven aan, en vielen.

  • 3Red mij van de werkers der ongerechtigheid, en verlos mij van de mannen des bloeds.

  • 2Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overmocht.