Psalmen 139:15

Statenvertaling (States Bible)

Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben, in de nederste delen der aarde.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 63:9 : 9 Mijn ziel kleeft U achteraan; Uw rechterhand ondersteunt mij.
  • Ps 139:13 : 13 Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt.
  • Pred 11:5 : 5 Gelijk gij niet weet, welke de weg des winds zij, of hoedanig de beenderen zijn in den buik van een zwangere vrouw, alzo weet gij het werk Gods niet, Die het alles maakt.
  • Job 10:8-9 : 8 Uw handen doen mij smart aan, hoewel zij mij gemaakt hebben, te zamen rondom mij zijn zij, en Gij verslindt mij. 9 Gedenk toch, dat Gij mij als leem bereid hebt, en mij tot stof zult doen wederkeren. 10 Hebt Gij mij niet als melk gegoten, en mij als een kaas doen runnen? 11 Met vel en vlees hebt Gij mij bekleed; met beenderen ook en zenuwen hebt Gij mij samengevlochten;
  • Ex 11:5 : 5 En alle eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven, van Farao's eerstgeborene af, die op zijn troon zitten zou, tot den eerstgeborene der dienstmaagd, die achter de molen is, en alle eerstgeborenen van het vee.
  • Ef 4:9 : 9 Nu dit: Hij is opgevaren; wat is het, dan dat Hij ook eerst is nedergedaald in de nederste delen der aarde?

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 139:12-14
    3 verzen
    87%

    12Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.

    13Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt.

    14Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken! ook weet het mijn ziel zeer wel.

  • Ps 139:16-17
    2 verzen
    87%

    16Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.

    17Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen!

  • 15Heeft Hij niet, Die mij in den buik maakte, hem ook gemaakt en Een ons in de baarmoeder bereid?)

  • Job 10:8-9
    2 verzen
    76%

    8Uw handen doen mij smart aan, hoewel zij mij gemaakt hebben, te zamen rondom mij zijn zij, en Gij verslindt mij.

    9Gedenk toch, dat Gij mij als leem bereid hebt, en mij tot stof zult doen wederkeren.

  • Ps 51:5-6
    2 verzen
    76%

    5Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is steeds voor mij.

    6Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en gedaan, dat kwaad is in Uw ogen; opdat Gij rechtvaardig zijt in Uw spreken, en rein zijt in Uw richten.

  • Ps 71:6-7
    2 verzen
    75%

    6Op U heb ik gesteund van den buik aan; van mijner moeders ingewand aan zijt Gij mijn Uithelper; mijn lof is geduriglijk van U.

    7Ik ben velen als een wonder geweest; doch Gij zijt mijn sterke Toevlucht.

  • Ps 139:1-9
    9 verzen
    74%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij.

    2Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.

    3Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend.

    4Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, HEERE! Gij weet het alles.

    5Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij.

    6De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij.

    7Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht?

    8Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar.

    9Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee;

  • 11Met vel en vlees hebt Gij mij bekleed; met beenderen ook en zenuwen hebt Gij mij samengevlochten;

  • Ps 22:9-10
    2 verzen
    74%

    9Hij heeft het op den HEERE gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde, dewijl Hij lust aan hem heeft!

    10Gij zijt het immers, Die mij uit den buik hebt uitgetogen; Die mij hebt doen vertrouwen, zijnde aan mijner moeders borsten.

  • Spr 8:23-27
    5 verzen
    74%

    23Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest; van den aanvang, van de oudheden der aarde aan.

    24Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water;

    25Aleer de bergen ingevest waren, voor de heuvelen was Ik geboren.

    26Hij had de aarde nog niet gemaakt, noch de velden, noch de aanvang van de stofjes der wereld.

    27Toen Hij de hemelen bereidde, was Ik daar; toen Hij een cirkel over het vlakke des afgronds beschreef;

  • 16Of als een verborgene misdracht, zou ik niet zijn; als de kinderkens, die het licht niet gezien hebben.

  • 4Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.

  • 73Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.

  • 18En waarom hebt Gij mij uit de baarmoeder voortgebracht? Och, dat ik den geest gegeven had, en geen oog mij gezien had!

  • Jer 20:17-18
    2 verzen
    71%

    17Dat Hij mij niet gedood heeft van de baarmoeder af! Of mijn moeder mijn graf geweest is, of haar baarmoeder als van een, die eeuwiglijk zwanger is!

    18Waarom ben ik toch uit de baarmoeder voortgekomen, om moeite en droefenis te zien, en dat mijn dagen in beschaamdheid vergaan?

  • 3Ik stortte mijn klacht uit voor Zijn aangezicht; ik gaf te kennen voor Zijn aangezicht mijn benauwdheid.

  • 13Maar deze dingen hebt Gij verborgen in Uw hart; ik weet, dat dit bij U geweest is.

  • 13Och, of Gij mij in het graf verstaakt, mij verborgt, totdat Uw toorn zich afkeerde; dat Gij mij een bepaling steldet, en mijner gedachtig waart!

  • 4Gelijk als ik was in de dagen mijner jonkheid, toen Gods verborgenheid over mijn tent was;

  • 5Eer Ik u in moeders buik formeerde, heb Ik u gekend, en eer gij uit de baarmoeder voortkwaamt, heb Ik u geheiligd; Ik heb u den volken tot een profeet gesteld.

  • 71%

    3Uit de mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, om Uwer tegenpartijen wil, om den vijand en wraakgierige te doen ophouden.

  • 25Ik zeide: Mijn God! neem mij niet weg in het midden mijner dagen; Uw jaren zijn van geslacht tot geslacht.

  • 8Ook hebt gij ze niet gehoord, ook hebt gij ze niet geweten, ook van toen af is uw oor niet geopend geweest; want Ik heb geweten, dat gij gans trouwelooslijk handelen zoudt, en dat gij van den buik af een overtreder genaamd zijt.

  • 2En Hij heeft Mijn mond gemaakt als een scherp zwaard, onder de schaduw Zijner hand heeft Hij Mij bedekt; en Hij heeft Mij tot een zuiveren pijl gesteld, in Zijn pijlkoker heeft Hij Mij verborgen.

  • 5Want Gij hebt mij verblijd, HEERE! met Uw daden, ik zal juichen over de werken Uwer handen.

  • 10En: Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen;

  • Job 3:10-11
    2 verzen
    70%

    10Omdat hij niet toegesloten heeft de deuren mijns buiks, noch verborgen de moeite van mijn ogen.

    11Waarom ben ik niet gestorven van de baarmoeder af, en heb den geest gegeven, als ik uit den buik voortkwam?

  • 3Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.

  • 23Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten.