Job 42:3

Statenvertaling (States Bible)

Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 40:5 : 5 Welgelukzalig is de man, die den HEERE tot zijn vertrouwen stelt, en niet omziet naar de hovaardigen, en die tot leugen afwijken.
  • Ps 131:1 : 1 Een lied Hammaaloth, van David. O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.
  • Ps 139:6 : 6 De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij.
  • Job 38:2 : 2 Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap?
  • Spr 30:2-4 : 2 Voorwaar, ik ben onvernuftiger dan iemand; en ik heb geen mensenverstand; 3 En ik heb geen wijsheid geleerd, noch de wetenschap der heiligen gekend. 4 Wie is ten hemel opgeklommen, en nedergedaald? Wie heeft den wind in Zijn vuisten verzameld? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden? Wie heeft al de einden der aarde gesteld? Hoe is Zijn Naam, en hoe is de Naam Zijns Zoons, zo gij het weet?

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 2Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap?

  • 4Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij.

  • 6De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij.

  • 3En ik heb geen wijsheid geleerd, noch de wetenschap der heiligen gekend.

  • Job 15:8-9
    2 verzen
    78%

    8Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?

    9Wat weet gij, dat wij niet weten? Wat verstaat gij, dat bij ons niet is?

  • Job 26:3-4
    2 verzen
    77%

    3Hoe hebt gij hem geraden, die geen wijsheid heeft, en de zaak, alzo zij is, ten volle bekend gemaakt?

    4Aan wien hebt gij die woorden verhaald? En wiens geest is van u uitgegaan?

  • 3Ik heb ook een hart even als gijlieden, ik zwicht niet voor u; en bij wien zijn niet dergelijke dingen?

  • Pred 7:23-25
    3 verzen
    77%

    23Dit alles heb ik met wijsheid verzocht; ik zeide: Ik zal wijsheid bekomen, maar zij was nog verre van mij.

    24Hetgeen verre af is, en zeer diep, wie zal dat vinden?

    25Ik keerde mij om, en mijn hart, om te weten, en om na te sporen, en te zoeken wijsheid en een sluitrede; en om te weten de goddeloosheid der zotheid, en de dwaasheid der onzinnigheden.

  • 2Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geen van Uw gedachten kan afgesneden worden.

  • 16Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn ogen;

  • 32Behalve wat ik zie, leer Gij mij; heb ik onrecht gewrocht, ik zal het niet meer doen.

  • 18Deze drie dingen zijn voor mij te wonderlijk, ja, vier, die ik niet weet:

  • 12Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?

  • Job 34:34-35
    2 verzen
    75%

    34De lieden van verstand zullen met mij zeggen, en een wijs man zal naar mij horen;

    35Dat Job niet met wetenschap gesproken heeft, en zijn woorden niet met kloek verstand geweest zijn.

  • Job 9:10-11
    2 verzen
    74%

    10Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; en wonderen, die men niet tellen kan.

    11Zie, Hij zal voor mij henengaan, en ik zal Hem niet zien; en Hij zal voorbijgaan, en ik zal Hem niet merken.

  • Job 38:36-37
    2 verzen
    74%

    36Wie heeft de wijsheid in het binnenste gezet? Of wie heeft den zin het verstand gegeven?

    37Wie kan de wolken met wijsheid tellen, en wie kan de flessen des hemels nederleggen?

  • 34Want wie heeft den zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?

  • 20Die wijsheid dan, van waar komt zij, en waar is de plaats des verstands?

  • 3Ik zal mijn gevoelen van verre ophalen, en mijn Schepper gerechtigheid toewijzen.

  • 5Ik zou de redenen weten, die Hij mij antwoorden zou; en verstaan, wat Hij mij zeggen zou.

  • 24Leert mij, en ik zal zwijgen, en geeft mij te verstaan, waarin ik gedwaald heb.

  • 16Hebt gij wetenschap van de opwegingen der dikke wolken; de wonderheden Desgenen, Die volmaakt is in wetenschappen?

  • Jes 40:13-14
    2 verzen
    73%

    13Wie heeft den Geest des HEEREN bestierd, en wie heeft Hem als Zijn raadsman onderwezen?

    14Met wien heeft Hij raad gehouden, die Hem verstand zou geven, en Hem zou leren van het pad des rechts, en Hem wetenschap zou leren, en Hem zou bekend maken den weg des veelvoudigen verstands?

  • 11Ik zal ulieden leren van de hand Gods; wat bij den Almachtige is, zal ik niet verhelen.

  • 4Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.

  • Job 11:6-8
    3 verzen
    73%

    6En u bekend maakte de verborgenheden der wijsheid, omdat zij dubbel zijn in wezen! Daarom weet, dat God voor u vergeet van uw ongerechtigheid.

    7Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe den Almachtige vinden?

    8Zij is als de hoogten der hemelen, wat kunt gij doen? Dieper dan de hel, wat kunt gij weten?

  • 14Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?

  • 3Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet.

  • 15Wee dengenen, die zich diep versteken willen voor den HEERE, hun raad verbergende; en welker werken in duisterheid geschieden, en zij zeggen: Wie ziet ons, en wie kent ons?

  • 7Want hij weet niet, wat er geschieden zal; want wie zal het hem te kennen geven, wanneer het geschieden zal?

  • 18Zijt gij met uw verstand gekomen tot aan de breedte der aarde? Geef het te kennen, indien gij dit alles weet.

  • 20Heb ik u niet heerlijke dingen geschreven van allerlei raad en wetenschap?

  • 22Zal men God wetenschap leren, daar Hij de hogen richt?

  • 3O HEERE! wat is de mens, dat Gij hem kent, het kind des mensen, dat Gij het acht?

  • 22Hij openbaart diepe en verborgen dingen; Hij weet, wat in het duister is, want het licht woont bij Hem.

  • 20Zal het Hem verteld worden, als ik zo zou spreken? Denkt iemand dat, gewisselijk, hij zal verslonden worden.

  • 13Bij Hem is wijsheid en macht; Hij heeft raad en verstand.

  • 23Aan den man, wiens weg verborgen is, en dien God overdekt heeft?

  • 4Weet gij dit? Van altoos af, van dat God den mens op de wereld gezet heeft,

  • 3Maar ik zal tot den Almachtige spreken, en ben belust mij te verdedigen voor God.