Job 26:14

Statenvertaling (States Bible)

Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Sam 2:10 : 10 Die met den HEERE twisten, zullen verpletterd worden; Hij zal in den hemel over hen donderen; de HEERE zal de einden der aarde richten, en zal Zijn Koning sterkte geven, en den hoorn Zijns Gezalfden verhogen.
  • Job 4:12 : 12 Voorts is tot mij een woord heimelijk gebracht, en mijn oor heeft een weinigje daarvan gevat;
  • Job 11:7-9 : 7 Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe den Almachtige vinden? 8 Zij is als de hoogten der hemelen, wat kunt gij doen? Dieper dan de hel, wat kunt gij weten? 9 Langer dan de aarde is haar maat, en breder dan de zee.
  • Job 36:29 : 29 Kan men ook verstaan de uitbreidingen der wolken, en de krakingen Zijner hutte?
  • Job 40:9 : 9 Dan zal Ik ook u loven, omdat uw rechterhand u zal verlost hebben.
  • Ps 29:3 : 3 De stem des HEEREN is op de wateren, de God der ere dondert; de HEERE is op de grote wateren.
  • Ps 139:6 : 6 De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij.
  • Ps 145:3 : 3 Gimel. De HEERE is groot en zeer te prijzen, en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.
  • Jes 40:26-29 : 26 Heft uw ogen op omhoog, en ziet, Wie deze dingen geschapen heeft; Die in getal hun heir voortbrengt; Die ze alle bij name roept, vanwege de grootheid Zijner krachten, en omdat Hij sterk van vermogen is; er wordt er niet een gemist. 27 Waarom zegt gij dan, o Jakob! en spreekt, o Israel! mijn weg is voor den HEERE verborgen, en mijn recht gaat van mijn God voorbij? 28 Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand. 29 Hij geeft den moeden kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.
  • Rom 11:33 : 33 O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!
  • 1 Kor 13:9-9 : 9 Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele; 10 Doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden. 11 Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik te niet gedaan hetgeen eens kinds was. 12 Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 37:2-6
    5 verzen
    80%

    2Hoort met aandacht de beweging Zijner stem, en het geluid, dat uit Zijn mond uitgaat!

    3Dat zendt Hij rechtuit onder den gansen hemel, en Zijn licht over de einden der aarde.

    4Daarna brult Hij met de stem; Hij dondert met de stem Zijner hoogheid, en vertrekt die dingen niet, als Zijn stem zal gehoord worden.

    5God dondert met Zijn stem zeer wonderlijk; Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet.

    6Want Hij zegt tot de sneeuw: Wees op de aarde; en tot den plasregens des regens; dan is er de plasregen Zijner sterke regenen.

  • 29Kan men ook verstaan de uitbreidingen der wolken, en de krakingen Zijner hutte?

  • Job 26:11-13
    3 verzen
    76%

    11De pilaren des hemels sidderen, en ontzetten zich voor Zijn schelden.

    12Door Zijn kracht klieft Hij de zee, en door Zijn verstand verslaat Hij haar verheffing.

    13Door Zijn Geest heeft Hij de hemelen versierd; Zijn hand heeft de langwemelende slang geschapen.

  • Jer 51:15-16
    2 verzen
    75%

    15Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand;

    16Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.

  • Jer 10:12-13
    2 verzen
    75%

    12Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand.

    13Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.

  • Job 36:26-27
    2 verzen
    74%

    26Zie, God is groot, en wij begrijpen het niet; er is ook geen onderzoeking van het getal Zijner jaren.

    27Want Hij trekt de druppelen der wateren op, die den regen na zijn damp uitgieten;

  • Job 37:14-16
    3 verzen
    74%

    14Neem dit, o Job, ter ore; sta, en aanmerk de wonderen Gods.

    15Weet gij, wanneer God over dezelve orde stelt, en het licht Zijner wolk laat schijnen?

    16Hebt gij wetenschap van de opwegingen der dikke wolken; de wonderheden Desgenen, Die volmaakt is in wetenschappen?

  • Job 38:24-25
    2 verzen
    74%

    24Waar is de weg, daar het licht verdeeld wordt, en de oostenwind zich verstrooit op de aarde?

    25Wie deelt voor den stortregen een waterloop uit, en een weg voor het weerlicht der donderen?

  • Job 22:13-14
    2 verzen
    74%

    13Daarom zegt gij: Wat weet er God van? Zal Hij door de donkerheid oordelen?

    14De wolken zijn Hem een verberging, dat Hij niet ziet; en Hij bewandelt den omgang der hemelen.

  • Job 37:22-23
    2 verzen
    73%

    22Als van het noorden het goud komt; maar bij God is een vreselijke majesteit!

    23Den Almachtige, Dien kunnen wij niet uitvinden; Hij is groot van kracht; doch door gericht en grote gerechtigheid verdrukt Hij niet.

  • 3Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.

  • 9Dan zal Ik ook u loven, omdat uw rechterhand u zal verlost hebben.

  • 26Als Hij den regen een gezette orde maakte, en een weg voor het weerlicht der donderen;

  • Job 9:10-12
    3 verzen
    72%

    10Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; en wonderen, die men niet tellen kan.

    11Zie, Hij zal voor mij henengaan, en ik zal Hem niet zien; en Hij zal voorbijgaan, en ik zal Hem niet merken.

    12Zie, Hij zal roven, wie zal het Hem doen wedergeven? Wie zal tot Hem zeggen: Wat doet Gij?

  • 18De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven geluid; ook gingen Uw pijlen daarhenen.

  • 4Wie is ten hemel opgeklommen, en nedergedaald? Wie heeft den wind in Zijn vuisten verzameld? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden? Wie heeft al de einden der aarde gesteld? Hoe is Zijn Naam, en hoe is de Naam Zijns Zoons, zo gij het weet?

  • Job 11:6-8
    3 verzen
    72%

    6En u bekend maakte de verborgenheden der wijsheid, omdat zij dubbel zijn in wezen! Daarom weet, dat God voor u vergeet van uw ongerechtigheid.

    7Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe den Almachtige vinden?

    8Zij is als de hoogten der hemelen, wat kunt gij doen? Dieper dan de hel, wat kunt gij weten?

  • 34Kunt gij uw stem tot de wolken opheffen, opdat een overvloed van water u bedekke?

  • Job 26:8-9
    2 verzen
    71%

    8Hij bindt de wateren in Zijn wolken; nochtans scheurt de wolk daaronder niet.

    9Hij houdt het vlakke Zijns troons vast; Hij spreidt Zijn wolk daarover.

  • 2Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap?

  • 4Aan wien hebt gij die woorden verhaald? En wiens geest is van u uitgegaan?

  • 10Indien Hij voorbijgaat, opdat Hij overlevere of vergadere, wie zal dan Hem afkeren?

  • 29Als Hij stilt, wie zal dan beroeren? Als Hij het aangezicht verbergt, wie zal Hem dan aanschouwen, zowel voor een volk, als voor een mens alleen?

  • 32Met handen bedekt Hij het licht, en doet aan hetzelve verbod door dengene, die tussen doorkomt.

  • 8Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?

  • 22Zie, God verhoogt door Zijn kracht; wie is een Leraar, gelijk Hij?

  • 13Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.

  • 7Hij doet dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen; Hij brengt den wind uit Zijn schatkameren voort.

  • 13Wie heeft Hem gesteld over de aarde, en wie heeft de ganse wereld geschikt?

  • 2Want wat is het deel Gods van boven, of de erve des Almachtigen uit de hoogten?

  • 3Is er een getal Zijner benden? En over wien staat Zijn licht niet op?