Job 40:9

Statenvertaling (States Bible)

Dan zal Ik ook u loven, omdat uw rechterhand u zal verlost hebben.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 37:4-5 : 4 Daarna brult Hij met de stem; Hij dondert met de stem Zijner hoogheid, en vertrekt die dingen niet, als Zijn stem zal gehoord worden. 5 God dondert met Zijn stem zeer wonderlijk; Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet.
  • Ps 89:13 : 13 Het noorden en het zuiden, die hebt Gij geschapen; Thabor en Hermon juichen in Uw Naam.
  • Jes 45:9 : 9 Wee dien, die met zijn Formeerder twist, gelijk een potscherf met aarden potscherven! Zal ook het leem tot zijn formeerder zeggen: Wat maakt gij? of zal uw werk zeggen: Hij heeft geen handen?
  • 1 Kor 10:22 : 22 Of tergen wij den Heere? Zijn wij sterker dan Hij?
  • Ps 29:3 : 3 De stem des HEEREN is op de wateren, de God der ere dondert; de HEERE is op de grote wateren.
  • Ps 39:3-9 : 3 Ik was verstomd door stilzwijgen, ik zweeg van het goede; maar mijn smart werd verzwaard. 4 Mijn hart werd heet in mijn binnenste, een vuur ontbrandde in mijn overdenking; toen sprak ik met mijn tong: 5 HEERE! maak mij bekend mijn einde, en welke de mate mijner dagen zij; dat ik wete, hoe vergankelijk ik zij. 6 Zie, Gij hebt mijn dagen een handbreed gesteld, en mijn leeftijd is als niets voor U; immers is een ieder mens, hoe vast hij staat, enkel ijdelheid. Sela. 7 Immers wandelt de mens als in een beeld, immers woelen zij ijdelijk; men brengt bijeen, en men weet niet, wie het naar zich nemen zal. 8 En nu, wat verwacht ik, o HEERE! Mijn hoop, die is op U. 9 Verlos mij van al mijn overtredingen; en stel mij niet tot een smaad des dwazen.
  • Ps 89:10 : 10 Gij heerst over de opgeblazenheid der zee; wanneer haar baren zich verheffen, zo stilt Gij ze.
  • Ex 15:6 : 6 O HEERE! Uw rechterhand is verheerlijkt geworden in macht; Uw rechterhand, o HEERE! heeft den vijand verbroken!
  • Job 9:4 : 4 Hij is wijs van hart, en sterk van kracht; wie heeft zich tegen Hem verhard, en vrede gehad?
  • Job 23:6 : 6 Zou Hij naar de grootheid Zijner macht met mij twisten? Neen; maar Hij zou acht op mij slaan.
  • Job 33:12-13 : 12 Zie, hierin zijt gij niet rechtvaardig, antwoord ik u; want God is meerder dan een mens. 13 Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 40:7-8
    2 verzen
    84%

    7Zie allen hoogmoedige, en breng hem ten onder; en verpletter de goddelozen in hun plaats!

    8Verberg hen te zamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgen!

  • Job 38:33-35
    3 verzen
    79%

    33Weet gij de verordeningen des hemels, of kunt gij deszelfs heerschappij op de aarde bestellen?

    34Kunt gij uw stem tot de wolken opheffen, opdat een overvloed van water u bedekke?

    35Kunt gij de bliksemen uitlaten, dat zij henenvaren, en tot u zeggen: Zie, hier zijn wij?

  • 10Zie nu Behemoth, welken Ik gemaakt heb nevens u; hij eet hooi, gelijk een rund.

  • Job 39:19-20
    2 verzen
    77%

    19Zij verhardt zich tegen haar jongen, alsof zij de hare niet waren; haar arbeid is te vergeefs, omdat zij zonder vreze is.

    20Want God heeft haar van wijsheid ontbloot, en heeft haar des verstands niet medegedeeld.

  • 13Het noorden en het zuiden, die hebt Gij geschapen; Thabor en Hermon juichen in Uw Naam.

  • Job 37:4-5
    2 verzen
    74%

    4Daarna brult Hij met de stem; Hij dondert met de stem Zijner hoogheid, en vertrekt die dingen niet, als Zijn stem zal gehoord worden.

    5God dondert met Zijn stem zeer wonderlijk; Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet.

  • Job 38:3-4
    2 verzen
    74%

    3Gord nu, als een man, uw lenden, zo zal Ik u vragen, en onderricht Mij.

    4Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.

  • Job 11:7-8
    2 verzen
    74%

    7Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe den Almachtige vinden?

    8Zij is als de hoogten der hemelen, wat kunt gij doen? Dieper dan de hel, wat kunt gij weten?

  • 2Hoe hebt gij geholpen dien, die zonder kracht is, en behouden den arm, die zonder sterkte is?

  • 2Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.

  • 18Bij wien dan zult gij God vergelijken, of wat gelijkenis zult gij op Hem toepassen?

  • 10Uit zijn mond gaan fakkelen, vurige vonken raken er uit.

  • 4Hebt Gij vleselijke ogen, ziet Gij, gelijk een mens ziet?

  • 4Hij is wijs van hart, en sterk van kracht; wie heeft zich tegen Hem verhard, en vrede gehad?

  • 14Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?

  • 19Zo het aan de kracht komt, zie, Hij is sterk; en zo het aan het recht komt, wie zal mij dagvaarden?

  • 18Hebt gij met Hem de hemelen uitgespannen, die vast zijn, als een gegoten spiegel?

  • 17Zou een mens rechtvaardiger zijn dan God? Zou een man reiner zijn dan zijn Maker?

  • 5Zo gij kunt, antwoord mij; schik u voor mijn aangezicht, stel u.

  • 3Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.

  • 19Ook is Uw gerechtigheid, o God, tot in de hoogte; Gij, Die grote dingen gedaan hebt; o God! wie is U gelijk?

  • 16Hebt gij wetenschap van de opwegingen der dikke wolken; de wonderheden Desgenen, Die volmaakt is in wetenschappen?

  • Job 36:22-23
    2 verzen
    72%

    22Zie, God verhoogt door Zijn kracht; wie is een Leraar, gelijk Hij?

    23Wie heeft Hem gesteld over Zijn weg? Of wie heeft gezegd: Gij hebt onrecht gedaan?

  • 18De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven geluid; ook gingen Uw pijlen daarhenen.

  • 8God is grotelijks geducht in den raad der heiligen, en vreselijk boven allen, die rondom Hem zijn.

  • 25Bij wien dan zult gijlieden Mij vergelijken, dien Ik gelijk zij? zegt de Heilige.

  • 18Zijt gij met uw verstand gekomen tot aan de breedte der aarde? Geef het te kennen, indien gij dit alles weet.

  • 13Wie heeft Hem gesteld over de aarde, en wie heeft de ganse wereld geschikt?

  • 29Kan men ook verstaan de uitbreidingen der wolken, en de krakingen Zijner hutte?

  • 4Is het om uw vreze, dat Hij u bestraft, dat Hij met u in het gericht komt?

  • 6Zou Hij naar de grootheid Zijner macht met mij twisten? Neen; maar Hij zou acht op mij slaan.

  • 16Zijt gij gekomen tot aan de oorsprongen der zee, en hebt gij in het onderste des afgronds gewandeld?

  • Job 6:12-13
    2 verzen
    71%

    12Is mijn kracht stenen kracht? Is mijn vlees staal?

    13Is dan mijn hulp niet in mij, en is de wijsheid uit mij verdreven?

  • 3Zou dan God het recht verkeren, en zou de Almachtige de gerechtigheid verkeren?

  • 13Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.

  • 13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

  • 4Aan wien hebt gij die woorden verhaald? En wiens geest is van u uitgegaan?

  • 32Want Hij is niet een man, als ik, dien ik antwoorden zou, zo wij te zamen in het gericht kwamen.

  • 4Wie is ten hemel opgeklommen, en nedergedaald? Wie heeft den wind in Zijn vuisten verzameld? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden? Wie heeft al de einden der aarde gesteld? Hoe is Zijn Naam, en hoe is de Naam Zijns Zoons, zo gij het weet?

  • 2Houdt gij dat voor recht, dat gij gezegd hebt: Mijn gerechtigheid is meerder dan Gods?

  • 5Wien zoudt gijlieden Mij nabeelden, en evengelijk maken, en Mij vergelijken, dat wij elkander gelijken zouden?