Job 9:4

Statenvertaling (States Bible)

Hij is wijs van hart, en sterk van kracht; wie heeft zich tegen Hem verhard, en vrede gehad?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 36:5 : 5 Zie, God is geweldig, nochtans versmaadt Hij niet; geweldig is Hij in kracht des harten.
  • Job 9:19 : 19 Zo het aan de kracht komt, zie, Hij is sterk; en zo het aan het recht komt, wie zal mij dagvaarden?
  • Spr 29:1 : 1 Een man, die, dikwijls bestraft zijnde, den nek verhardt, zal schielijk verbroken worden, zodat er geen genezen aan zij.
  • Dan 2:20 : 20 Daniel antwoordde en zeide: De Naam Gods zij geloofd van eeuwigheid tot in eeuwigheid, want Zijn is de wijsheid en de kracht.
  • Dan 4:34-37 : 34 Ten einde dezer dagen nu, hief ik, Nebukadnezar, mijn ogen op ten hemel, want mijn verstand kwam weer in mij; en ik loofde den Allerhoogste, en ik prees en verheerlijkte den Eeuwiglevende, omdat Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, en Zijn Koninkrijk is van geslacht tot geslacht; 35 En al de inwoners der aarde zijn als niets geacht, en Hij doet naar Zijn wil met het heir des hemels en de inwoners der aarde, en er is niemand, die Zijn hand afslaan, of tot Hem zeggen kan: Wat doet Gij? 36 Ter zelfder tijd kwam mijn verstand weder in mij; ook kwam de heerlijkheid mijns koninkrijks, mijn majesteit en mijn glans weder op mij; en mijn raadsheren en mijn geweldigen zochten mij, en ik werd in mijn koninkrijk bevestigd; en mij werd groter heerlijkheid toegevoegd. 37 Nu prijs ik, Nebukadnezar, en verhoog, en verheerlijk den Koning des hemels, omdat al Zijn werken waarheid, en Zijn paden gerichten zijn; en Hij is machtig te vernederen degenen, die in hoogmoed wandelen.
  • Dan 5:20-30 : 20 Maar toen zich zijn hart verhief, en zijn geest verstijfd werd ter hovaardij, werd hij van den troon zijns koninkrijks afgestoten, en men nam de eer van hem weg. 21 En hij werd van de kinderen der mensen verstoten, en zijn hart werd den beesten gelijk gemaakt, en zijn woning was bij de woudezelen; men gaf hem gras te smaken gelijk den ossen; en zijn lichaam werd van den dauw des hemels nat gemaakt, totdat hij bekende, dat God, de Allerhoogste, Heerser is over de koninkrijken der mensen, en over dezelve stelt, wien Hij wil. 22 En gij, Belsazar, zijn zoon! hebt uw hart niet vernederd, alhoewel gij dit alles wel geweten hebt. 23 Maar gij hebt u verheven tegen den Heere des hemels, en men heeft de vaten van Zijn huis voor u gebracht, en gij, en uw geweldigen, uw vrouwen, en uw bijwijven hebben wijn uit dezelve gedronken, en de goden van zilver en goud, koper, ijzer, hout en steen, die niet zien, noch horen, noch weten, hebt gij geprezen; maar dien God, in Wiens hand uw adem is, en bij Wien al uw paden zijn, hebt gij niet verheerlijkt. 24 Toen is dat deel der hand van Hem gezonden, en dit schrift getekend geworden. 25 Dit nu is het schrift, dat daar getekend is: MENE, MENE, TEKEL, UPHARSIN. 26 Dit is de uitlegging dezer woorden: MENE; God heeft uw koninkrijk geteld, en Hij heeft het voleind. 27 TEKEL; gij zijt in weegschalen gewogen; en gij zijt te licht gevonden. 28 PERES; uw koninkrijk is verdeeld, en het is den Meden en den Perzen gegeven. 29 Toen beval Belsazar, en zij bekleedden Daniel met purper, met een gouden keten om zijn hals, en zij riepen overluid van hem, dat hij de derde heerser in dat koninkrijk was. 30 In dienzelfden nacht, werd Belsazar, der Chaldeen koning, gedood.
  • Rom 11:33 : 33 O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!
  • 1 Kor 10:22 : 22 Of tergen wij den Heere? Zijn wij sterker dan Hij?
  • Ef 1:8 : 8 Met welke Hij overvloedig is geweest over ons in alle wijsheid en voorzichtigheid;
  • Ef 1:19 : 19 En welke de uitnemende grootheid Zijner kracht zij aan ons, die geloven, naar de werking der sterkte Zijner macht,
  • Ef 3:10 : 10 Opdat nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods;
  • Ef 3:20 : 20 Hem nu, Die machtig is meer dan overvloediglijk te doen, boven al wat wij bidden of denken, naar de kracht, die in ons werkt,
  • Jud 1:24-25 : 24 Hem nu, Die machtig is u van struikelen te bewaren, en onstraffelijk te stellen voor Zijn heerlijkheid, in vreugde, 25 Den alleen wijzen God, onzen Zaligmaker, zij heerlijkheid en majesteit, kracht en macht, beide nu en in alle eeuwigheid. Amen.
  • Job 11:6 : 6 En u bekend maakte de verborgenheden der wijsheid, omdat zij dubbel zijn in wezen! Daarom weet, dat God voor u vergeet van uw ongerechtigheid.
  • Job 12:13 : 13 Bij Hem is wijsheid en macht; Hij heeft raad en verstand.
  • Job 15:23-27 : 23 Hij zwerft heen en weder om brood, waar het zijn mag; hij weet, dat bij zijn hand gereed is de dag der duisternis. 24 Angst en benauwdheid verschrikken hem; zij overweldigt hem, gelijk een koning, bereid ten strijde. 25 Want hij strekt tegen God zijn hand uit, en tegen den Almachtige stelt hij zich geweldiglijk aan. 26 Hij loopt tegen Hem aan met den hals, met zijn dikke, hoog verhevene schilden. 27 Omdat hij zijn aangezicht met zijn vet bedekt heeft, en rimpelen gemaakt om de weekdarmen;
  • Ex 9:14-17 : 14 Want ditmaal zal Ik al Mijn plagen in uw hart zenden, en over uw knechten, en over uw volk, opdat gij weet, dat er niemand is gelijk Ik, op de ganse aarde. 15 Want nu heb Ik Mijn hand uitgestrekt, opdat Ik u en uw volk met de pestilentie zou slaan, en dat gij van de aarde zoudt verdelgd worden. 16 Maar waarlijk, daarom heb Ik u verwekt, opdat Ik Mijn kracht aan u betoonde, en opdat men Mijn Naam vertelle op de ganse aarde. 17 Verheft gij uzelven nog tegen Mijn volk, dat gij het niet wilt laten trekken?
  • Ex 14:17-18 : 17 En Ik, zie, Ik zal het hart der Egyptenaren verstokken, dat zij na hen daarin gaan; en Ik zal verheerlijkt worden aan Farao en aan al zijn heir, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren. 18 En de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik verheerlijkt zal worden aan Farao, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren.
  • 2 Kron 13:12 : 12 Daarom ziet, God is met ons aan de spitse, en Zijn priesteren met de trompetten des geklanks, om tegen u alarmgeklank te maken; o kinderen Israels, strijdt niet tegen den HEERE, den God uwer vaderen, want gij zult geen voorspoed hebben.
  • Job 6:10 : 10 Dat zou nog mijn troost zijn, en zou mij verkwikken in den weedom, zo Hij niet spaarde; want ik heb de redenen des Heiligen niet verborgen gehouden.
  • Job 40:9 : 9 Dan zal Ik ook u loven, omdat uw rechterhand u zal verlost hebben.
  • Ps 104:24 : 24 Hoe groot zijn Uw werken, o HEERE! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; het aardrijk is vol van Uw goederen.
  • Ps 136:5 : 5 Dien, die de hemelen met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
  • Spr 28:14 : 14 Welgelukzalig is de mens, die geduriglijk vreest; maar die zijn hart verhardt, zal in het kwaad vallen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 3Zo Hij lust heeft, om met hem te twisten, niet een uit duizend zal hij Hem beantwoorden.

  • 5Die de bergen verzet, dat zij het niet gewaar worden, Die ze omkeert in Zijn toorn;

  • Job 41:9-10
    2 verzen
    76%

    9Elk een zijner niezingen doet een licht schijnen; en zijn ogen zijn als de oogleden des dageraads.

    10Uit zijn mond gaan fakkelen, vurige vonken raken er uit.

  • Job 9:10-13
    4 verzen
    76%

    10Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; en wonderen, die men niet tellen kan.

    11Zie, Hij zal voor mij henengaan, en ik zal Hem niet zien; en Hij zal voorbijgaan, en ik zal Hem niet merken.

    12Zie, Hij zal roven, wie zal het Hem doen wedergeven? Wie zal tot Hem zeggen: Wat doet Gij?

    13God zal Zijn toorn niet afkeren; onder Hem worden gebogen de hovaardige helpers.

  • Job 12:13-14
    2 verzen
    75%

    13Bij Hem is wijsheid en macht; Hij heeft raad en verstand.

    14Ziet, Hij breekt af, en het zal niet herbouwd worden; Hij besluit iemand, en er zal niet opengedaan worden.

  • 13Maar is Hij tegen iemand, wie zal dan Hem afkeren? Wat Zijn ziel begeert, dat zal Hij doen.

  • 19Zo het aan de kracht komt, zie, Hij is sterk; en zo het aan het recht komt, wie zal mij dagvaarden?

  • 10Indien Hij voorbijgaat, opdat Hij overlevere of vergadere, wie zal dan Hem afkeren?

  • 22Ook trekt hij de machtigen door zijn kracht; staat hij op, zo is men des levens niet zeker.

  • 13Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.

  • 2Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.

  • Job 40:8-9
    2 verzen
    73%

    8Verberg hen te zamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgen!

    9Dan zal Ik ook u loven, omdat uw rechterhand u zal verlost hebben.

  • 19Gij zult dan tot mij zeggen: Wat klaagt Hij dan nog? Want wie heeft Zijn wil wederstaan?

  • 19Zou men hem voor zijn ogen kunnen vangen? Zou men hem met strikken den neus doorboren kunnen?

  • Job 15:24-25
    2 verzen
    73%

    24Angst en benauwdheid verschrikken hem; zij overweldigt hem, gelijk een koning, bereid ten strijde.

    25Want hij strekt tegen God zijn hand uit, en tegen den Almachtige stelt hij zich geweldiglijk aan.

  • 5Zie, God is geweldig, nochtans versmaadt Hij niet; geweldig is Hij in kracht des harten.

  • Job 36:22-23
    2 verzen
    72%

    22Zie, God verhoogt door Zijn kracht; wie is een Leraar, gelijk Hij?

    23Wie heeft Hem gesteld over Zijn weg? Of wie heeft gezegd: Gij hebt onrecht gedaan?

  • 29Als Hij stilt, wie zal dan beroeren? Als Hij het aangezicht verbergt, wie zal Hem dan aanschouwen, zowel voor een volk, als voor een mens alleen?

  • 16Bij Hem is kracht en wijsheid; Zijns is de dwalende, en die doet dwalen.

  • Job 37:23-24
    2 verzen
    72%

    23Den Almachtige, Dien kunnen wij niet uitvinden; Hij is groot van kracht; doch door gericht en grote gerechtigheid verdrukt Hij niet.

    24Daarom vreze Hem de lieden; Hij ziet geen wijzen van harte aan.

  • 10Wat ook iemand zij, alrede is zijn naam genoemd, en het is bekend, dat hij een mens is; en dat hij niet kan rechten met dien, die sterker is dan hij.

  • 6Zou Hij naar de grootheid Zijner macht met mij twisten? Neen; maar Hij zou acht op mij slaan.

  • 36Wie heeft de wijsheid in het binnenste gezet? Of wie heeft den zin het verstand gegeven?

  • 13Aanmerk het werk Gods; want wie kan recht maken, dat Hij krom gemaakt heeft?

  • 13Wie heeft Hem gesteld over de aarde, en wie heeft de ganse wereld geschikt?

  • 13Opdat gij niet zegt: Wij hebben de wijsheid gevonden; God heeft hem nedergestoten, geen mens.

  • 17Zou een mens rechtvaardiger zijn dan God? Zou een man reiner zijn dan zijn Maker?

  • 1Een man, die, dikwijls bestraft zijnde, den nek verhardt, zal schielijk verbroken worden, zodat er geen genezen aan zij.

  • 70%

    9Die Zich verkwikt door verwoesting over een sterke; zodat de verwoesting komt over een vesting.

  • Spr 21:29-30
    2 verzen
    70%

    29Een goddeloos man sterkt zich in zijn aangezicht; maar de oprechte, die maakt zijn weg vast.

    30Er is geen wijsheid, en er is geen verstand, en er is geen raad tegen den HEERE.

  • 12Door Zijn kracht klieft Hij de zee, en door Zijn verstand verslaat Hij haar verheffing.

  • 9Wie weet niet uit alle deze, dat de hand des HEEREN dit doet?

  • 20Gij overweldigt hem in eeuwigheid, en hij gaat heen; veranderende zijn gelaat, zo zendt Gij hem weg.

  • 19Zou Hij uw rijkdom achten, dat gij niet in benauwdheid zoudt zijn; of enige versterkingen van kracht?

  • 3Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.

  • 7Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe den Almachtige vinden?

  • 4Is het om uw vreze, dat Hij u bestraft, dat Hij met u in het gericht komt?

  • 31Wie zal hem in het aangezicht zijn weg vertonen? Als hij wat doet, wie zal hem vergelden?

  • 13Is dan mijn hulp niet in mij, en is de wijsheid uit mij verdreven?

  • 21Als het tijd is, verheft zij zich in de hoogte; zij belacht het paard en zijn rijder.