Job 33:13

Statenvertaling (States Bible)

Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 40:2 : 2 Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.
  • Jes 45:9 : 9 Wee dien, die met zijn Formeerder twist, gelijk een potscherf met aarden potscherven! Zal ook het leem tot zijn formeerder zeggen: Wat maakt gij? of zal uw werk zeggen: Hij heeft geen handen?
  • Jes 46:10 : 10 Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; Die zegt: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.
  • Jer 50:24 : 24 Ik heb u een strik gesteld, dies zijt gij ook gevangen, o Babel! dat gij het niet wist; gij zijt gevonden, en ook gegrepen, omdat gij u tegen den HEERE in strijd gemengd hebt.
  • Ezech 22:14 : 14 Zal uw hart bestaan? zullen uw handen sterk zijn, in de dagen, als Ik met u handelen zal? Ik, de HEERE, heb het gesproken, en zal het doen.
  • Dan 4:35 : 35 En al de inwoners der aarde zijn als niets geacht, en Hij doet naar Zijn wil met het heir des hemels en de inwoners der aarde, en er is niemand, die Zijn hand afslaan, of tot Hem zeggen kan: Wat doet Gij?
  • Matt 20:15 : 15 Of is het mij niet geoorloofd, te doen met het mijne, wat ik wil? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben?
  • Hand 1:7 : 7 En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft;
  • Hand 5:39 : 39 Maar indien het uit God is, zo kunt gij dat niet breken; opdat gij niet misschien bevonden wordt ook tegen God te strijden.
  • Hand 9:4-5 : 4 En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zeide: Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij? 5 En hij zeide: Wie zijt Gij, Heere? En de Heere zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt. Het is u hard, de verzenen tegen de prikkels te slaan.
  • Rom 11:34 : 34 Want wie heeft den zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?
  • 1 Kor 10:22 : 22 Of tergen wij den Heere? Zijn wij sterker dan Hij?
  • Ps 62:11 : 11 Vertrouwt niet op onderdrukking, noch op roverij; wordt niet ijdel, als het vermogen overvloedig aanwast, en zet er het hart niet op.
  • Deut 29:29 : 29 De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.
  • Job 9:14 : 14 Hoeveel te min zal ik Hem antwoorden, en mijn woorden uitkiezen tegen Hem?
  • Job 15:25-26 : 25 Want hij strekt tegen God zijn hand uit, en tegen den Almachtige stelt hij zich geweldiglijk aan. 26 Hij loopt tegen Hem aan met den hals, met zijn dikke, hoog verhevene schilden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 12Zie, hierin zijt gij niet rechtvaardig, antwoord ik u; want God is meerder dan een mens.

  • Job 9:3-4
    2 verzen
    80%

    3Zo Hij lust heeft, om met hem te twisten, niet een uit duizend zal hij Hem beantwoorden.

    4Hij is wijs van hart, en sterk van kracht; wie heeft zich tegen Hem verhard, en vrede gehad?

  • Job 9:32-33
    2 verzen
    78%

    32Want Hij is niet een man, als ik, dien ik antwoorden zou, zo wij te zamen in het gericht kwamen.

    33Er is geen scheidsman tussen ons, die zijn hand op ons beiden leggen mocht.

  • Job 32:13-14
    2 verzen
    78%

    13Opdat gij niet zegt: Wij hebben de wijsheid gevonden; God heeft hem nedergestoten, geen mens.

    14Nu heeft hij tegen mij geen woorden gericht, en met ulieder woorden zal ik hem niet beantwoorden.

  • 2Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.

  • 23Gewisselijk, Hij legt den mens niet te veel op, dat hij tegen God in het gericht zou mogen treden.

  • 3Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.

  • 12Zie, Hij zal roven, wie zal het Hem doen wedergeven? Wie zal tot Hem zeggen: Wat doet Gij?

  • 23Wie heeft Hem gesteld over Zijn weg? Of wie heeft gezegd: Gij hebt onrecht gedaan?

  • 33Zal het van u zijn, hoe Hij iets vergelden zal, dewijl gij Hem versmaadt? Zoudt gij dan verkiezen, en niet ik? Wat weet gij dan? Spreek.

  • 13Wie heeft Hem gesteld over de aarde, en wie heeft de ganse wereld geschikt?

  • 14Maar God spreekt eens of tweemaal; doch men let niet daarop.

  • 13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

  • 14Hoeveel te min zal ik Hem antwoorden, en mijn woorden uitkiezen tegen Hem?

  • 19Wie is hij, die met mij twist? Wanneer ik nu zweeg, zo zou ik den geest geven.

  • 8Verberg hen te zamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgen!

  • Job 23:6-7
    2 verzen
    74%

    6Zou Hij naar de grootheid Zijner macht met mij twisten? Neen; maar Hij zou acht op mij slaan.

    7Daar zou de oprechte met Hem pleiten; en ik zou mij in eeuwigheid van mijn Rechter vrijmaken.

  • Job 23:13-14
    2 verzen
    74%

    13Maar is Hij tegen iemand, wie zal dan Hem afkeren? Wat Zijn ziel begeert, dat zal Hij doen.

    14Want Hij zal volbrengen, dat over mij bescheiden is; en diergelijke dingen zijn er vele bij Hem.

  • Job 35:6-7
    2 verzen
    74%

    6Indien gij zondigt, wat bedrijft gij tegen Hem? Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem?

    7Indien gij rechtvaardig zijt, wat geeft gij Hem, of wat ontvangt Hij uit uw hand?

  • Job 13:7-8
    2 verzen
    74%

    7Zult gij voor God onrecht spreken, en zult gij voor Hem bedriegerij spreken?

    8Zult gij Zijn aangezicht aannemen? Zult gij voor God twisten?

  • Job 22:3-4
    2 verzen
    74%

    3Is het voor den Almachtige nuttigheid, dat gij rechtvaardig zijt; of gewin, dat gij uw wegen volmaakt?

    4Is het om uw vreze, dat Hij u bestraft, dat Hij met u in het gericht komt?

  • 2Ik zal tot God zeggen: Verdoem mij niet; doe mij weten, waarover Gij met mij twist.

  • 17Zou een mens rechtvaardiger zijn dan God? Zou een man reiner zijn dan zijn Maker?

  • 3Maar ik zal tot den Almachtige spreken, en ben belust mij te verdedigen voor God.

  • 23Den Almachtige, Dien kunnen wij niet uitvinden; Hij is groot van kracht; doch door gericht en grote gerechtigheid verdrukt Hij niet.

  • 29Als Hij stilt, wie zal dan beroeren? Als Hij het aangezicht verbergt, wie zal Hem dan aanschouwen, zowel voor een volk, als voor een mens alleen?

  • 14(Want wat zou ik doen, als God opstond? En als Hij bezoeking deed, wat zou ik Hem antwoorden?

  • 31Wie zal hem in het aangezicht zijn weg vertonen? Als hij wat doet, wie zal hem vergelden?

  • 14Dat gij ook gezegd hebt: Gij zult Hem niet aanschouwen; er is nochtans gericht voor Zijn aangezicht, wacht gij dan op Hem.

  • 19Zo het aan de kracht komt, zie, Hij is sterk; en zo het aan het recht komt, wie zal mij dagvaarden?

  • 19Gij zult dan tot mij zeggen: Wat klaagt Hij dan nog? Want wie heeft Zijn wil wederstaan?

  • 2Houdt gij dat voor recht, dat gij gezegd hebt: Mijn gerechtigheid is meerder dan Gods?

  • 22Zal men God wetenschap leren, daar Hij de hogen richt?

  • 3Gord nu, als een man, uw lenden, zo zal Ik u vragen, en onderricht Mij.

  • 39Mem. Wat klaagt dan een levend mens? Een ieder klage vanwege zijn zonden.

  • 3Zou dan God het recht verkeren, en zou de Almachtige de gerechtigheid verkeren?

  • 13Waarom lastert de goddeloze God? zegt in zijn hart: Gij zult het niet zoeken?

  • 4Is (mij aangaande) mijn klacht tot den mens? Doch of het zo ware, waarom zou mijn geest niet verdrietig zijn?

  • 11Want naar het werk des mensen vergeldt Hij hem, en naar eens ieders weg doet Hij het hem vinden.

  • 32Zo er redenen zijn, antwoord mij; spreek, want ik heb lust u te rechtvaardigen.

  • 17Wat is de mens, dat Gij hem groot acht, en dat Gij Uw hart op hem zet?

  • 10Uit zijn mond gaan fakkelen, vurige vonken raken er uit.