Job 32:13

Statenvertaling (States Bible)

Opdat gij niet zegt: Wij hebben de wijsheid gevonden; God heeft hem nedergestoten, geen mens.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Jer 9:23 : 23 Zo zegt de HEERE: Een wijze beroeme zich niet in zijn wijsheid, en de sterke beroeme zich niet in zijn sterkheid; een rijke beroeme zich niet in zijn rijkdom;
  • Ezech 28:3 : 3 Zie, gij zijt wijzer dan Daniel; zij hebben niets toegeslotens voor u verborgen.
  • Zach 12:7 : 7 En de HEERE zal de tenten van Juda ten voorste behouden, opdat de heerlijkheid van het huis Davids, en de heerlijkheid der inwoners van Jeruzalem, zich niet verheffe tegen Juda.
  • Joh 19:11 : 11 Jezus antwoordde: Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven ware; daarom die Mij aan u heeft overgeleverd, heeft groter zonde.
  • 1 Kor 1:19-21 : 19 Want er is geschreven: Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal Ik te niet maken. 20 Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt? 21 Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven;
  • 1 Kor 1:27-29 : 27 Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen; 28 En het onedele der wereld, en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen iets is, te niet zou maken; 29 Opdat geen vlees zou roemen voor Hem.
  • 1 Kor 3:18 : 18 Niemand bedriege zichzelven. Zo iemand onder u dunkt, dat hij wijs is in deze wereld, die worde dwaas, opdat hij wijs moge worden.
  • Gen 14:23 : 23 Zo ik van een draad aan tot een schoenriem toe, ja, zo ik van alles, dat het uwe is, iets neme! opdat gij niet zegt: Ik heb Abram rijk gemaakt!
  • Richt 7:2 : 2 En de HEERE zeide tot Gideon: Des volks is te veel, dat met u is, dan dat Ik de Midianieten in hun hand zou geven; opdat zich Israel niet tegen Mij beroeme, zeggende: Mijn hand heeft mij verlost.
  • Job 1:21 : 21 En hij zeide: Naakt ben ik uit mijner moeders buik gekomen, en naakt zal ik daarhenen wederkeren. De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd!
  • Job 2:10 : 10 Maar hij zeide tot haar: Gij spreekt als een der zottinnen spreekt; ja, zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet.
  • Job 4:9 : 9 Van den adem Gods vergaan zij, en van het geblaas van Zijn neus worden zij verdaan.
  • Job 6:4 : 4 Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij.
  • Job 12:2 : 2 Trouwens, omdat gijlieden het volk zijt, zo zal de wijsheid met ulieden sterven!
  • Job 15:8-9 : 8 Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken? 9 Wat weet gij, dat wij niet weten? Wat verstaat gij, dat bij ons niet is? 10 Onder ons is ook een grijze, ja, een stokoude, meerder van dagen dan uw vader.
  • Job 19:6 : 6 Weet nu, dat God mij heeft omgekeerd, en mij met Zijn net omsingeld.
  • Job 19:21 : 21 Ontfermt u mijner, ontfermt u mijner, o gij, mijn vrienden! want de hand Gods heeft mij aangeraakt.
  • Jes 5:21 : 21 Wee dengenen, die in hun ogen wijs, en bij zichzelven verstandig zijn!
  • Jes 48:5 : 5 Daarom heb Ik het u van toen af verkondigd, eer dat het kwam, heb Ik het u doen horen; opdat gij niet misschien zoudt zeggen: Mijn afgod heeft die dingen gedaan, of mijn gesneden beeld, of mijn gegoten beeld heeft ze bevolen.
  • Jes 48:7 : 7 Nu zijn zij geschapen, en niet van toen af, en voor dezen dag hebt gij ze ook niet gehoord; opdat gij niet misschien zeggen zoudt: Ziet, ik heb ze geweten.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 14Nu heeft hij tegen mij geen woorden gericht, en met ulieder woorden zal ik hem niet beantwoorden.

  • Job 33:12-14
    3 verzen
    76%

    12Zie, hierin zijt gij niet rechtvaardig, antwoord ik u; want God is meerder dan een mens.

    13Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.

    14Maar God spreekt eens of tweemaal; doch men let niet daarop.

  • Job 34:34-35
    2 verzen
    75%

    34De lieden van verstand zullen met mij zeggen, en een wijs man zal naar mij horen;

    35Dat Job niet met wetenschap gesproken heeft, en zijn woorden niet met kloek verstand geweest zijn.

  • 9De groten zijn niet wijs, en de ouden verstaan het recht niet.

  • Job 9:32-33
    2 verzen
    74%

    32Want Hij is niet een man, als ik, dien ik antwoorden zou, zo wij te zamen in het gericht kwamen.

    33Er is geen scheidsman tussen ons, die zijn hand op ons beiden leggen mocht.

  • 12Als ik nu acht op u gegeven heb, ziet, er is niemand, die Job overreedde, die uit ulieden zijn redenen beantwoordde;

  • Job 35:14-15
    2 verzen
    73%

    14Dat gij ook gezegd hebt: Gij zult Hem niet aanschouwen; er is nochtans gericht voor Zijn aangezicht, wacht gij dan op Hem.

    15Maar nu, dewijl het niets is, dat Zijn toorn Job bezocht heeft, en Hij hem niet zeer in overvloed doorkend heeft;

  • Job 28:12-13
    2 verzen
    73%

    12Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?

    13De mens weet haar waarde niet, en zij wordt niet gevonden in het land der levenden.

  • Job 37:23-24
    2 verzen
    73%

    23Den Almachtige, Dien kunnen wij niet uitvinden; Hij is groot van kracht; doch door gericht en grote gerechtigheid verdrukt Hij niet.

    24Daarom vreze Hem de lieden; Hij ziet geen wijzen van harte aan.

  • 13Bij Hem is wijsheid en macht; Hij heeft raad en verstand.

  • 27Ten ware, dat Ik de toornigheid des vijands schroomde, dat niet hun tegenpartijen zich vreemd mochten houden; dat zij niet mochten zeggen: Onze hand is hoog geweest; de HEERE heeft dit alles niet gewrocht.

  • Job 15:8-9
    2 verzen
    73%

    8Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?

    9Wat weet gij, dat wij niet weten? Wat verstaat gij, dat bij ons niet is?

  • 2Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap?

  • 13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

  • 13Is dan mijn hulp niet in mij, en is de wijsheid uit mij verdreven?

  • 23Gewisselijk, Hij legt den mens niet te veel op, dat hij tegen God in het gericht zou mogen treden.

  • Job 12:2-3
    2 verzen
    73%

    2Trouwens, omdat gijlieden het volk zijt, zo zal de wijsheid met ulieden sterven!

    3Ik heb ook een hart even als gijlieden, ik zwicht niet voor u; en bij wien zijn niet dergelijke dingen?

  • Job 36:18-19
    2 verzen
    73%

    18Omdat er grimmigheid is, wacht u, dat Hij u misschien niet met een klop wegstote; zodat u een groot rantsoen er niet zou afbrengen.

    19Zou Hij uw rijkdom achten, dat gij niet in benauwdheid zoudt zijn; of enige versterkingen van kracht?

  • 4Weet gij dit? Van altoos af, van dat God den mens op de wereld gezet heeft,

  • 17Opdat Hij den mens afwende van zijn werk, en van den man de hovaardij verberge;

  • 6En u bekend maakte de verborgenheden der wijsheid, omdat zij dubbel zijn in wezen! Daarom weet, dat God voor u vergeet van uw ongerechtigheid.

  • 22Ook trekt hij de machtigen door zijn kracht; staat hij op, zo is men des levens niet zeker.

  • 22Zal men God wetenschap leren, daar Hij de hogen richt?

  • 3Hoe hebt gij hem geraden, die geen wijsheid heeft, en de zaak, alzo zij is, ten volle bekend gemaakt?

  • Job 9:12-13
    2 verzen
    71%

    12Zie, Hij zal roven, wie zal het Hem doen wedergeven? Wie zal tot Hem zeggen: Wat doet Gij?

    13God zal Zijn toorn niet afkeren; onder Hem worden gebogen de hovaardige helpers.

  • 28Maar tot den mens heeft Hij gezegd: Zie, de vreze des HEEREN is de wijsheid, en van het kwade te wijken is het verstand.

  • 9Want hij heeft gezegd: Het baat een man niet, als hij welbehagen heeft aan God.

  • 5Zie, God is geweldig, nochtans versmaadt Hij niet; geweldig is Hij in kracht des harten.

  • 3Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.

  • 16Toen zeide ik: Wijsheid is beter dan kracht, hoewel de wijsheid des armen veracht, en zijn woorden niet waren gehoord geweest.

  • 2Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.

  • 17Toen zag ik alle werk Gods, dat de mens niet kan uitvinden, het werk, dat onder de zon geschiedt, om hetwelk een mens arbeidt om te zoeken, maar hij zal het niet uitvinden; ja, indien ook een wijze zeide, dat hij het zou weten, zo zal hij het toch niet kunnen uitvinden.

  • 9Zal het goed zijn, als Hij u zal onderzoeken? Zult gij met Hem spotten, gelijk men met een mens spot?

  • 11Zal u niet Zijn hoogheid verschrikken, en Zijn vreze over u vallen?

  • 22In dit alles zondigde Job niet, en schreef Gode niets ongerijmds toe.

  • 23Zo zegt de HEERE: Een wijze beroeme zich niet in zijn wijsheid, en de sterke beroeme zich niet in zijn sterkheid; een rijke beroeme zich niet in zijn rijkdom;

  • 4Hij is wijs van hart, en sterk van kracht; wie heeft zich tegen Hem verhard, en vrede gehad?

  • 17Wat is de mens, dat Gij hem groot acht, en dat Gij Uw hart op hem zet?

  • 23Wie heeft Hem gesteld over Zijn weg? Of wie heeft gezegd: Gij hebt onrecht gedaan?