Job 15:8

Statenvertaling (States Bible)

Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Rom 11:34 : 34 Want wie heeft den zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?
  • Jer 23:18 : 18 Want wie heeft in des HEEREN raad gestaan, en Zijn woord gezien of gehoord? Wie heeft Zijn woord aangemerkt en gehoord?
  • Am 3:7 : 7 Gewisselijk, de Heere HEERE zal geen ding doen, tenzij Hij Zijn verborgenheid aan Zijn knechten, de profeten, geopenbaard hebbe.
  • Matt 11:25 : 25 In diezelve tijd antwoordde Jezus en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde! dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard.
  • Matt 13:11 : 11 En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven.
  • Matt 13:35 : 35 Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld.
  • Joh 15:15 : 15 Ik heet u niet meer dienstknechten; want de dienstknecht weet niet, wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd; want al wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik u bekend gemaakt.
  • Deut 29:29 : 29 De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.
  • Job 11:6 : 6 En u bekend maakte de verborgenheden der wijsheid, omdat zij dubbel zijn in wezen! Daarom weet, dat God voor u vergeet van uw ongerechtigheid.
  • Job 12:2 : 2 Trouwens, omdat gijlieden het volk zijt, zo zal de wijsheid met ulieden sterven!
  • Job 13:5-6 : 5 Och, of gij gans stilzweegt! Dat zou ulieden voor wijsheid wezen. 6 Hoort toch mijn verdediging, en merkt op de twistingen mijner lippen.
  • Job 29:4 : 4 Gelijk als ik was in de dagen mijner jonkheid, toen Gods verborgenheid over mijn tent was;
  • Ps 25:14 : 14 Samech. De verborgenheid des HEEREN is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken.
  • Spr 3:32 : 32 Want de afwijker is den HEERE een gruwel; maar Zijn verborgenheid is met den oprechte.
  • Rom 16:25-26 : 25 Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest; 26 Maar nu geopenbaard is, en door de profetische Schriften, naar het bevel des eeuwigen Gods, tot gehoorzaamheid des geloofs, onder al de heidenen bekend is gemaakt;
  • 1 Kor 2:9-9 : 9 Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben. 10 Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods. 11 Want wie van de mensen weet, hetgeen des mensen is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand, hetgeen Gods is, dan de Geest Gods.
  • 1 Kor 2:16 : 16 Want wie heeft den zin des Heeren gekend, die Hem zou onderrichten? Maar wij hebben den zin van Christus.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 15:9-13
    5 verzen
    83%

    9Wat weet gij, dat wij niet weten? Wat verstaat gij, dat bij ons niet is?

    10Onder ons is ook een grijze, ja, een stokoude, meerder van dagen dan uw vader.

    11Zijn de vertroostingen Gods u te klein, en schuilt er enige zaak bij u?

    12Waarom rukt uw hart u weg, en waarom wenken uw ogen?

    13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

  • 7Zijt gij de eerste een mens geboren? Of zijt gij voor de heuvelen voortgebracht?

  • Job 38:16-18
    3 verzen
    78%

    16Zijt gij gekomen tot aan de oorsprongen der zee, en hebt gij in het onderste des afgronds gewandeld?

    17Zijn u de poorten des doods ontdekt, en hebt gij gezien de poorten van de schaduw des doods?

    18Zijt gij met uw verstand gekomen tot aan de breedte der aarde? Geef het te kennen, indien gij dit alles weet.

  • Job 42:3-4
    2 verzen
    78%

    3Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.

    4Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij.

  • Job 15:17-18
    2 verzen
    76%

    17Ik zal u wijzen, hoor mij aan, en hetgeen ik gezien heb, dat zal ik vertellen;

    18Hetwelk de wijzen verkondigd hebben, en men voor hun vaderen niet verborgen heeft;

  • Job 38:20-22
    3 verzen
    76%

    20Dat gij dat brengen zoudt tot zijn pale, en dat gij merken zoudt de paden zijns huizes?

    21Gij weet het, want gij waart toen geboren, en uw dagen zijn veel in getal.

    22Zijt gij gekomen tot de schatkameren der sneeuw, en hebt gij de schatkameren des hagels gezien?

  • Job 11:5-8
    4 verzen
    76%

    5Maar gewisselijk, och, of God sprak, en Zijn lippen tegen u opende;

    6En u bekend maakte de verborgenheden der wijsheid, omdat zij dubbel zijn in wezen! Daarom weet, dat God voor u vergeet van uw ongerechtigheid.

    7Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe den Almachtige vinden?

    8Zij is als de hoogten der hemelen, wat kunt gij doen? Dieper dan de hel, wat kunt gij weten?

  • 4Weet gij dit? Van altoos af, van dat God den mens op de wereld gezet heeft,

  • 12Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?

  • 20Die wijsheid dan, van waar komt zij, en waar is de plaats des verstands?

  • 4Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.

  • 1Roept de Wijsheid niet, en verheft niet de Verstandigheid Haar stem?

  • 8Zeker, gij hebt gezegd voor mijn oren, en ik heb de stem der woorden gehoord;

  • Job 26:3-4
    2 verzen
    74%

    3Hoe hebt gij hem geraden, die geen wijsheid heeft, en de zaak, alzo zij is, ten volle bekend gemaakt?

    4Aan wien hebt gij die woorden verhaald? En wiens geest is van u uitgegaan?

  • 16Zo er dan verstand bij u is, hoor dit; neig de oren tot de stem mijner woorden.

  • 8Want vraag toch naar het vorige geslacht, en bereid u tot de onderzoeking hunner vaderen.

  • 3Zie, gij zijt wijzer dan Daniel; zij hebben niets toegeslotens voor u verborgen.

  • 15Hebt gij het pad der eeuw waargenomen, dat de ongerechtige lieden betreden hebben?

  • 36Wie heeft de wijsheid in het binnenste gezet? Of wie heeft den zin het verstand gegeven?

  • 2Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap?

  • 3Ik heb ook een hart even als gijlieden, ik zwicht niet voor u; en bij wien zijn niet dergelijke dingen?

  • 5Dan zult gij de vreze des HEEREN verstaan, en zult de kennis van God vinden.

  • 33Zo niet, hoor naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.

  • 9Twist uw twistzaak met uw naaste; maar openbaar het heimelijke van een ander niet;

  • 6Gij hebt het gehoord, aanmerkt dat alles; zult gijlieden het ook niet verkondigen? Van nu af doe Ik u nieuwe dingen horen, en verborgen dingen, en die gij niet geweten hebt.

  • 13Opdat gij niet zegt: Wij hebben de wijsheid gevonden; God heeft hem nedergestoten, geen mens.

  • 15Het hart der verstandigen bekomt wetenschap, en het oor der wijzen zoekt wetenschap.

  • 14Raad en het wezen zijn Mijne; Ik ben het Verstand, Mijne is de Sterkte.

  • 34De lieden van verstand zullen met mij zeggen, en een wijs man zal naar mij horen;

  • 16Hebt gij wetenschap van de opwegingen der dikke wolken; de wonderheden Desgenen, Die volmaakt is in wetenschappen?

  • 3Ja, zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid;

  • 4Ja, gij vernietigt de vreze, en neemt het gebed voor het aangezicht Gods weg.

  • 12Ik, Wijsheid, woon bij de kloekzinnigheid, en vinde de kennis van alle bedachtzaamheid.

  • 13Bij Hem is wijsheid en macht; Hij heeft raad en verstand.

  • 1Ziet, dat alles heeft mijn oog gezien, mijn oor gehoord en verstaan.