Job 13:1

Statenvertaling (States Bible)

Ziet, dat alles heeft mijn oog gezien, mijn oor gehoord en verstaan.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 4:12 : 12 Voorts is tot mij een woord heimelijk gebracht, en mijn oor heeft een weinigje daarvan gevat;
  • Job 5:9-9 : 9 Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; wonderen, die men niet tellen kan; 10 Die den regen geeft op de aarde, en water zendt op de straten; 11 Om de vernederden te stellen in het hoge; dat de rouwdragenden door heil verheven worden. 12 Hij maakt te niet de gedachten der arglistigen; dat hun handen niet een ding uitrichten. 13 Hij vangt de wijzen in hun arglistigheid; dat de raad der verdraaiden gestort wordt. 14 Des daags ontmoeten zij de duisternis, en gelijk des nachts tasten zij in de middag. 15 Maar Hij verlost den behoeftige van het zwaard, van hun mond, en van de hand des sterken. 16 Zo is voor den arme verwachting; en de boosheid stopt haar mond toe.
  • Job 5:27 : 27 Zie dit, wij hebben het doorzocht, het is alzo; hoor het, en bemerk gij het voor u.
  • Job 8:8-9 : 8 Want vraag toch naar het vorige geslacht, en bereid u tot de onderzoeking hunner vaderen. 9 Want wij zijn van gisteren en weten niet; dewijl onze dagen op de aarde een schaduw zijn. 10 Zullen die u niet leren, tot u spreken, en uit hun hart redenen voortbrengen?
  • Job 12:9-9 : 9 Wie weet niet uit alle deze, dat de hand des HEEREN dit doet? 10 In Wiens hand de ziel is van al wat leeft, en de geest van alle vlees des mensen. 11 Zal niet het oor de woorden proeven, gelijk het gehemelte voor zich de spijze smaakt? 12 In de stokouden is de wijsheid, en in de langheid der dagen het verstand. 13 Bij Hem is wijsheid en macht; Hij heeft raad en verstand. 14 Ziet, Hij breekt af, en het zal niet herbouwd worden; Hij besluit iemand, en er zal niet opengedaan worden. 15 Ziet, Hij houdt de wateren op, en zij drogen uit; ook laat Hij ze uit, en zij keren de aarde om. 16 Bij Hem is kracht en wijsheid; Zijns is de dwalende, en die doet dwalen. 17 Hij voert de raadsheren beroofd weg, en de rechters maakt Hij uitzinnig, 18 Den band der koningen maakt Hij los, en Hij bindt den gordel aan hun lenden. 19 Hij voert de oversten beroofd weg, en de machtigen keert Hij om. 20 Hij beneemt den getrouwen de spraak, en der ouden oordeel neemt Hij weg. 21 Hij giet verachting over de prinsen uit, en Hij verslapt den riem der geweldigen. 22 Hij openbaart de diepten uit de duisternis, en des doods schaduwe brengt Hij voort in het licht. 23 Hij vermenigvuldigt de volken, en verderft ze; Hij breidt de volken uit, en leidt ze. 24 Hij neemt het hart van de hoofden des volks der aarde weg, en doet hen dwalen in het woeste, waar geen weg is. 25 Zij tasten in de duisternis, waar geen licht is; en Hij doet hen dwalen, als een dronkaard.
  • Job 15:17-18 : 17 Ik zal u wijzen, hoor mij aan, en hetgeen ik gezien heb, dat zal ik vertellen; 18 Hetwelk de wijzen verkondigd hebben, en men voor hun vaderen niet verborgen heeft;
  • Job 42:3-6 : 3 Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist. 4 Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij. 5 Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog. 6 Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as.
  • Ps 78:3-4 : 3 Die wij gehoord hebben en weten ze, en onze vaders ons verteld hebben. 4 Wij zullen het niet verbergen voor hun kinderen, voor het navolgende geslacht, vertellende de loffelijkheden des HEEREN, en Zijn sterkheid, en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft.
  • 1 Joh 1:3 : 3 Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben, en deze onze gemeenschap ook zij met den Vader, en met Zijn Zoon Jezus Christus.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 42:3-5
    3 verzen
    79%

    3Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.

    4Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij.

    5Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog.

  • Job 13:2-3
    2 verzen
    78%

    2Gelijk gijlieden het weet, weet ik het ook; ik zwicht niet voor u.

    3Maar ik zal tot den Almachtige spreken, en ben belust mij te verdedigen voor God.

  • 11Als een oor mij hoorde, zo hield het mij gelukzalig; als mij een oog zag, zo getuigde het van mij.

  • 17Ik zal u wijzen, hoor mij aan, en hetgeen ik gezien heb, dat zal ik vertellen;

  • 8Zeker, gij hebt gezegd voor mijn oren, en ik heb de stem der woorden gehoord;

  • 3Ik heb ook een hart even als gijlieden, ik zwicht niet voor u; en bij wien zijn niet dergelijke dingen?

  • Job 13:17-18
    2 verzen
    74%

    17Hoort naarstiglijk mijn rede, en mijn aanwijzing met uw oren.

    18Ziet nu, ik heb het recht ordentelijk gesteld; ik weet, dat ik rechtvaardig zal verklaard worden.

  • 13Ook heb ik onder de zon deze wijsheid gezien, en zij was groot bij mij:

  • 12Een horend oor, en een ziend oog heeft de HEERE gemaakt, ja, die beide.

  • 27Zie dit, wij hebben het doorzocht, het is alzo; hoor het, en bemerk gij het voor u.

  • Job 34:2-3
    2 verzen
    72%

    2Hoort, gij wijzen, mijn woorden, en gij verstandigen, neigt de oren naar mij.

    3Want het oor proeft de woorden, gelijk het gehemelte de spijze smaakt.

  • Pred 1:16-17
    2 verzen
    72%

    16Ik sprak met mijn hart, zeggende: Zie, ik heb wijsheid vergroot en vermeerderd, boven allen, die voor mij te Jeruzalem geweest zijn; en mijn hart heeft veel wijsheid en wetenschap gezien.

    17En ik begaf mijn hart om wijsheid en wetenschap te weten, onzinnigheden en dwaasheid; ik ben gewaar geworden, dat ook dit een kwelling des geestes is.

  • 12Voorts is tot mij een woord heimelijk gebracht, en mijn oor heeft een weinigje daarvan gevat;

  • 3En de ogen dergenen, die zien, zullen niet terugzien, en de oren dergenen, die horen, zullen opmerken.

  • 12Ziet, gij zelve allen hebt het gezien; en waarom wordt gij dus door ijdelheid verijdeld?

  • Pred 1:13-14
    2 verzen
    72%

    13En ik begaf mijn hart om met wijsheid te onderzoeken, en na te speuren al wat er geschiedt onder den hemel. Deze moeilijke bezigheid heeft God den kinderen der mensen gegeven, om zich daarin te bekommeren.

    14Ik zag al de werken aan, die onder de zon geschieden; en ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes.

  • 16Zo er dan verstand bij u is, hoor dit; neig de oren tot de stem mijner woorden.

  • 1En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.

  • 25Alle mensen zien het aan; de mens schouwt het van verre.

  • 10Ik heb gezien de bezigheid, die God den kinderen der mensen gegeven heeft, om zichzelven daarmede te bekommeren.

  • 32Als ik dat aanschouwde, nam ik het ter harte; ik zag het, en nam onderwijzing aan;

  • Job 15:8-9
    2 verzen
    71%

    8Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?

    9Wat weet gij, dat wij niet weten? Wat verstaat gij, dat bij ons niet is?

  • 14Raad en het wezen zijn Mijne; Ik ben het Verstand, Mijne is de Sterkte.

  • 18De HEERE nu heeft het mij te kennen gegeven, dat ik het wete; toen hebt Gij mij hun handelingen doen zien.

  • 8Al deze dingen worden zo moede, dat het niemand zou kunnen uitspreken; het oog wordt niet verzadigd met zien; en het oor wordt niet vervuld van horen.

  • 27Denwelken ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen, en niet een vreemde; mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot.

  • Job 20:3-4
    2 verzen
    71%

    3Ik heb aangehoord een bestraffing, die mij schande aandoet; maar de geest zal uit mijn verstand voor mij antwoorden.

    4Weet gij dit? Van altoos af, van dat God den mens op de wereld gezet heeft,

  • 11Maar Gij zult mijn hoorn verhogen, gelijk eens eenhoorns; ik ben met verse olie overgoten.

  • 1Zekerlijk, dit alles heb ik in mijn hart gelegd, opdat ik dit alles klaarlijk mocht verstaan, dat de rechtvaardigen, en de wijzen, en hun werken in de hand Gods zijn; ook liefde, ook haat, weet de mens niet uit al hetgeen voor zijn aangezicht is.

  • 34De lieden van verstand zullen met mij zeggen, en een wijs man zal naar mij horen;

  • 14De ogen des wijzen zijn in zijn hoofd, maar de zot wandelt in de duisternis. Toen bemerkte ik ook, dat enerlei geval hun allen bejegent.

  • 10Daarom zeg ik: Hoor naar mij; ik zal mijn gevoelen ook vertonen.

  • 27Toen zag Hij haar, en vertelde ze; Hij schikte ze, en ook doorzocht Hij ze.

  • 25Ik keerde mij om, en mijn hart, om te weten, en om na te sporen, en te zoeken wijsheid en een sluitrede; en om te weten de goddeloosheid der zotheid, en de dwaasheid der onzinnigheden.

  • 60Resch. Gij hebt al hun wraak gezien, al hun gedachten tegen mij.

  • 20Gij ziet wel veel dingen, maar gij bewaart ze niet; of schoon hij de oren opendoet, zo hoort hij toch niet.

  • 6Hoort toch mijn verdediging, en merkt op de twistingen mijner lippen.

  • 16Als ik mijn hart begaf, om wijsheid te weten, en om aan te zien de bezigheid, die op de aarde geschiedt, dat men ook, des daags of des nachts, den slaap niet ziet met zijne ogen;

  • 9Zou Hij, Die het oor plant, niet horen? zou Hij, Die het oog formeert, niet aanschouwen?

  • 21En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen: Ha, ha, ons oog heeft het gezien!

  • 13Maar deze dingen hebt Gij verborgen in Uw hart; ik weet, dat dit bij U geweest is.