Job 4:12

Statenvertaling (States Bible)

Voorts is tot mij een woord heimelijk gebracht, en mijn oor heeft een weinigje daarvan gevat;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 26:14 : 14 Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?
  • Ps 62:11 : 11 Vertrouwt niet op onderdrukking, noch op roverij; wordt niet ijdel, als het vermogen overvloedig aanwast, en zet er het hart niet op.
  • 1 Kor 13:12 : 12 Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 4:13-16
    4 verzen
    76%

    13Onder de gedachten van de gezichten des nachts, als diepe slaap valt op de mensen;

    14Kwam mij schrik en beving over, en verschrikte de veelheid mijner beenderen.

    15Toen ging voorbij mijn aangezicht een geest; hij deed het haar mijns vleses te berge rijzen.

    16Hij stond, doch ik kende zijn gedaante niet; een beeltenis was voor mijn ogen; er was stilte, en ik hoorde een stem, zeggende:

  • 1Ziet, dat alles heeft mijn oog gezien, mijn oor gehoord en verstaan.

  • 4Mijn mond zal enkel wijsheid spreken, en de overdenking mijns harten zal vol verstand zijn.

  • 11Als een oor mij hoorde, zo hield het mij gelukzalig; als mij een oog zag, zo getuigde het van mij.

  • 8Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?

  • 8Zeker, gij hebt gezegd voor mijn oren, en ik heb de stem der woorden gehoord;

  • 32Als ik dat aanschouwde, nam ik het ter harte; ik zag het, en nam onderwijzing aan;

  • 11De oude leeuw vergaat, omdat er geen roof is, en de jongens eens oudachtigen leeuws worden verstrooid.

  • 10Daleth. Hij is mij een loerende beer, een leeuw in verborgen plaatsen.

  • 4Gelijk als ik was in de dagen mijner jonkheid, toen Gods verborgenheid over mijn tent was;

  • Job 42:3-5
    3 verzen
    70%

    3Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.

    4Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij.

    5Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog.

  • 3En de ogen dergenen, die zien, zullen niet terugzien, en de oren dergenen, die horen, zullen opmerken.

  • 10Want ik heb gehoord de naspraak van velen, van Magor-missabib, zeggende: Geef ons te kennen, en wij zullen het te kennen geven; al mijn vredegenoten nemen acht op mijn hinking; zij zeggen: Misschien zal hij overreed worden, dan zullen wij hem overmogen, en onze wraak van hem nemen.

  • Job 33:14-16
    3 verzen
    69%

    14Maar God spreekt eens of tweemaal; doch men let niet daarop.

    15In den droom, door het gezicht des nachts, als een diepe slaap op de lieden valt, in de sluimering op het leger;

    16Dan openbaart Hij het voor het oor der lieden, en Hij verzegelt hun kastijding;

  • 11Zijn de vertroostingen Gods u te klein, en schuilt er enige zaak bij u?

  • 2Ik zal mijn mond opendoen met spreuken; ik zal verborgenheden overvloediglijk uitstorten, van ouds her;

  • 17Hoort naarstiglijk mijn rede, en mijn aanwijzing met uw oren.

  • 12Hij is gelijk als een leeuw, die begeert te roven, en als een jonge leeuw, zittende in verborgen plaatsen.

  • 16Zo er dan verstand bij u is, hoor dit; neig de oren tot de stem mijner woorden.

  • 27En mijn hart verlokt is geweest in het verborgen, dat mijn hand mijn mond gekust heeft;

  • 20Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen.

  • 25Want ik vreesde een vreze, en zij is mij aangekomen; en wat ik schroomde, is mij overkomen.

  • 21Zij hoorden mij aan, en wachtten, en zwegen op mijn raad.

  • Ps 38:13-14
    2 verzen
    68%

    13En die mijn ziel zoeken, leggen mij strikken; en die mijn kwaad zoeken, spreken verdervingen, en zij overdenken den gansen dag listen.

    14Ik daarentegen ben als een dove, ik hoor niet, en als een stomme, die zijn mond niet opendoet.

  • 3Want het oor proeft de woorden, gelijk het gehemelte de spijze smaakt.

  • 23Zo iemand oren heeft om te horen, die hore.

  • 17Want er is niets verborgen, dat niet openbaar zal worden; noch heimelijk, dat niet bekend zal worden, en in het openbaar komen.

  • 12Enkel verderving is binnen in haar; en list en bedrog wijkt niet van haar straat.

  • 13Ik ben uit het hart vergeten als een dode; ik ben geworden als een bedorven vat.

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 2Ik zeide: Ik zal mijn wegen bewaren, dat ik niet zondige met mijn tong; ik zal mijn mond met een breidel bewaren, terwijl de goddeloze nog tegenover mij is.

  • 17Ik zal u wijzen, hoor mij aan, en hetgeen ik gezien heb, dat zal ik vertellen;

  • 11En de HEERE zeide tot Samuel: Zie, Ik doe een ding in Israel, dat al wie het horen zal, dien zullen zijn beide oren klinken.

  • 4Mijn hart dwaalt, gruwen verschrikt mij, de schemering, waar ik naar verlangd heb, stelt Hij mij tot beving.

  • 10Verder zeide Hij tot mij: Mensenkind, vat al Mijn woorden, die Ik tot u spreken zal, in uw hart, en hoor ze met uw oren.

  • 18De HEERE nu heeft het mij te kennen gegeven, dat ik het wete; toen hebt Gij mij hun handelingen doen zien.

  • 26(Hierop ontwaakte ik, en zag toe, en mijn slaap was mij zoet.)

  • 33Maar die naar Mij hoort, zal zeker wonen, en hij zal gerust zijn van de vreze des kwaads.

  • 3Daarom, al wat gij in de duisternis gezegd hebt, zal in het licht gehoord worden; en wat gij in het oor gesproken hebt, in de binnenkamers, zal op de daken gepredikt worden.

  • 20Zal het Hem verteld worden, als ik zo zou spreken? Denkt iemand dat, gewisselijk, hij zal verslonden worden.

  • 4De hoorder der redenen Gods spreekt, die het gezicht des Almachtigen ziet; die verrukt wordt, en wien de ogen ontdekt worden!

  • 7En zo iemand van hen komt, om mij te zien, hij spreekt valsheid; zijn hart vergadert zich onrecht; gaat hij uit naar buiten, hij spreekt er van.