Job 34:3

Statenvertaling (States Bible)

Want het oor proeft de woorden, gelijk het gehemelte de spijze smaakt.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 12:11 : 11 Zal niet het oor de woorden proeven, gelijk het gehemelte voor zich de spijze smaakt?
  • 1 Kor 2:15 : 15 Doch de geestelijke mens onderscheidt wel alle dingen, maar hij zelf wordt van niemand onderscheiden.
  • Heb 5:14 : 14 Maar der volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads.
  • Job 31:30 : 30 (Ook heb ik mijn gehemelte niet toegelaten te zondigen, mits door een vloek zijn ziel te begeren).
  • Job 33:2 : 2 Zie nu, ik heb mijn mond opengedaan; mijn tong spreekt onder mijn gehemelte.
  • Job 6:30 : 30 Zou onrecht op mijn tong wezen? Zou mijn gehemelte niet de ellenden te verstaan geven?

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 12:11-12
    2 verzen
    89%

    11Zal niet het oor de woorden proeven, gelijk het gehemelte voor zich de spijze smaakt?

    12In de stokouden is de wijsheid, en in de langheid der dagen het verstand.

  • 2Hoort, gij wijzen, mijn woorden, en gij verstandigen, neigt de oren naar mij.

  • 16Zo er dan verstand bij u is, hoor dit; neig de oren tot de stem mijner woorden.

  • 15Het hart der verstandigen bekomt wetenschap, en het oor der wijzen zoekt wetenschap.

  • 30Zou onrecht op mijn tong wezen? Zou mijn gehemelte niet de ellenden te verstaan geven?

  • Spr 22:17-18
    2 verzen
    73%

    17Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap;

    18Want het is liefelijk, als gij die in uw binnenste bewaart; zij zullen samen op uw lippen gepast worden.

  • 31Het oor, dat de bestraffing des levens hoort, zal in het midden der wijzen vernachten.

  • 23Het hart eens wijzen maakt zijn mond verstandig, en zal op zijn lippen de lering vermeerderen.

  • 4Laat ons kiezen voor ons, wat recht is; laat ons kennen onder ons wat goed is.

  • 34De lieden van verstand zullen met mij zeggen, en een wijs man zal naar mij horen;

  • 17Hoort naarstiglijk mijn rede, en mijn aanwijzing met uw oren.

  • 30Pe. De mond des rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijn tong spreekt het recht.

  • 6Hoort, want ik zal vorstelijke dingen spreken, en de opening Mijner lippen zal enkel billijkheid zijn.

  • 14Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid gevoed worden.

  • 3Mijn redenen zullen de oprechtigheid mijns harten, en de wetenschap mijner lippen, wat zuiver is, uitspreken.

  • 103Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!

  • 2De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit.

  • Spr 2:2-3
    2 verzen
    71%

    2Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;

    3Ja, zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid;

  • 12Begeef uw hart tot de tucht, en uw oren tot de redenen der wetenschap.

  • 25O, hoe krachtig zijn de rechte redenen! Maar wat bestraft het bestraffen, dat van ulieden is?

  • 3En de ogen dergenen, die zien, zullen niet terugzien, en de oren dergenen, die horen, zullen opmerken.

  • 3Zowel slechten als aanzienlijken, te zamen rijk en arm!

  • 1Ziet, dat alles heeft mijn oog gezien, mijn oor gehoord en verstaan.

  • Spr 17:3-4
    2 verzen
    70%

    3De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; maar de HEERE proeft de harten.

    4De boosdoener merkt op de ongerechtige lip; een leugenaar neigt het oor tot de verkeerde tong.

  • Spr 23:8-9
    2 verzen
    70%

    8Uw bete, die gij gegeten hebt, zoudt gij uitspuwen; en gij zoudt uw liefelijke woorden verderven.

    9Spreek niet voor het oor van een zot, want hij zou het verstand uwer woorden verachten.

  • 11Als een oor mij hoorde, zo hield het mij gelukzalig; als mij een oog zag, zo getuigde het van mij.

  • Spr 25:11-12
    2 verzen
    70%

    11Een rede, op zijn pas gesproken, is als gouden appelen in zilveren gebeelde schalen.

    12Een wijs bestraffer bij een horend oor, is een gouden oorsiersel, en een halssieraad van het fijnste goud.

  • 21De wijze van hart zal verstandig genoemd worden; en de zoetheid der lippen zal de lering vermeerderen.

  • 9Zij zijn alle recht voor dengene, die verstandig is, en rechtmatig voor degenen, die wetenschap vinden.

  • Spr 1:2-3
    2 verzen
    70%

    2Om wijsheid en tucht te weten; om te verstaan redenen des verstands;

    3Om aan te nemen onderwijs van goed verstand, gerechtigheid, en recht, en billijkheden;

  • 5Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen.

  • 2Een ieder zal van de vrucht des monds het goede eten; maar de ziel der trouwelozen het geweld.

  • 1En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.

  • 2Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.

  • Spr 10:31-32
    2 verzen
    70%

    31De mond des rechtvaardigen brengt overvloediglijk wijsheid voort; maar de tong der verkeerdheden zal uitgeroeid worden.

    32De lippen des rechtvaardigen weten wat welgevallig is; maar de mond der goddelozen enkel verkeerdheid.

  • 6Want de HEERE geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand.

  • 4De woorden van den mond eens mans zijn diepe wateren; en de springader der wijsheid is een uitstortende beek.

  • 13Eet honig, mijn zoon! want hij is goed, en honigzeem is zoet voor uw gehemelte.

  • 6Hoort toch mijn verdediging, en merkt op de twistingen mijner lippen.

  • 8Zeker, gij hebt gezegd voor mijn oren, en ik heb de stem der woorden gehoord;

  • 2Hoort met aandacht de beweging Zijner stem, en het geluid, dat uit Zijn mond uitgaat!