Spreuken 22:17

Statenvertaling (States Bible)

Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 23:12 : 12 Begeef uw hart tot de tucht, en uw oren tot de redenen der wetenschap.
  • Pred 7:25 : 25 Ik keerde mij om, en mijn hart, om te weten, en om na te sporen, en te zoeken wijsheid en een sluitrede; en om te weten de goddeloosheid der zotheid, en de dwaasheid der onzinnigheden.
  • Pred 8:9 : 9 Dit alles heb ik gezien, toen ik mijn hart begaf tot alle werk, dat onder de zon geschiedt: er is een tijd, dat de ene mens over den anderen mens heerst, hem ten kwade.
  • Pred 8:16 : 16 Als ik mijn hart begaf, om wijsheid te weten, en om aan te zien de bezigheid, die op de aarde geschiedt, dat men ook, des daags of des nachts, den slaap niet ziet met zijne ogen;
  • Jes 55:3 : 3 Neigt uw oor, en komt tot Mij, hoort, en uw ziel zal leven; want Ik zal met u een eeuwig verbond maken, en u geven de gewisse weldadigheden van David.
  • Matt 17:5 : 5 Terwijl hij nog sprak, ziet, een luchtige wolk heeft hen overschaduwd; en ziet, een stem uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem!
  • Ps 90:12 : 12 Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.
  • Spr 1:3 : 3 Om aan te nemen onderwijs van goed verstand, gerechtigheid, en recht, en billijkheden;
  • Spr 2:2-5 : 2 Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt; 3 Ja, zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid; 4 Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten; 5 Dan zult gij de vreze des HEEREN verstaan, en zult de kennis van God vinden.
  • Spr 3:1 : 1 Mijn zoon! vergeet mijn wet niet, maar uw hart beware mijn geboden.
  • Spr 4:4-8 : 4 Hij nu leerde mij, en zeide tot mij: Uw hart houde mijn woorden vast, onderhoud mijn geboden, en leef. 5 Verkrijg wijsheid, verkrijg verstand; vergeet niet, en wijk niet van de redenen mijns monds. 6 Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren. 7 De wijsheid is het voornaamste; verkrijg dan wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting. 8 Verhef ze, en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, als gij haar omhelzen zult.
  • Spr 5:1-2 : 1 Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand; 2 Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.
  • Spr 8:33-34 : 33 Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet. 34 Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 12Begeef uw hart tot de tucht, en uw oren tot de redenen der wetenschap.

  • Spr 2:1-3
    3 verzen
    85%

    1Mijn zoon! zo gij mijn redenen aanneemt, en mijn geboden bij u weglegt;

    2Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;

    3Ja, zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid;

  • Spr 5:1-2
    2 verzen
    83%

    1Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;

    2Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.

  • 15Het hart der verstandigen bekomt wetenschap, en het oor der wijzen zoekt wetenschap.

  • 20Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen.

  • Job 34:2-3
    2 verzen
    79%

    2Hoort, gij wijzen, mijn woorden, en gij verstandigen, neigt de oren naar mij.

    3Want het oor proeft de woorden, gelijk het gehemelte de spijze smaakt.

  • 19Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.

  • Spr 1:5-6
    2 verzen
    77%

    5Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen.

    6Om te verstaan een spreuk en de uitlegging, de woorden der wijzen en hun raadselen.

  • 22Ontvang toch de wet uit Zijn mond, en leg Zijn redenen in uw hart.

  • 31Het oor, dat de bestraffing des levens hoort, zal in het midden der wijzen vernachten.

  • 16Zo er dan verstand bij u is, hoor dit; neig de oren tot de stem mijner woorden.

  • 33Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet.

  • 20Hoor raad, en ontvang tucht, opdat gij in uw laatste wijs zijt.

  • 18Want het is liefelijk, als gij die in uw binnenste bewaart; zij zullen samen op uw lippen gepast worden.

  • 23Het hart eens wijzen maakt zijn mond verstandig, en zal op zijn lippen de lering vermeerderen.

  • 17Hoort naarstiglijk mijn rede, en mijn aanwijzing met uw oren.

  • 1Een onderwijzing van Asaf. O mijn volk! neem mijn leer ter oren; neigt ulieder oor tot de redenen mijns monds.

  • 16Die den arme verdrukt, om het zijne te vermeerderen, en den rijke geeft, komt zekerlijk tot gebrek.

  • 10Als de wijsheid in uw hart zal gekomen zijn, en de wetenschap voor uw ziel zal liefelijk zijn;

  • 10Hoor, mijn zoon! en neem mijn redenen aan, en de jaren des levens zullen u vermenigvuldigd worden.

  • 24Nu dan, kinderen, hoort naar mij, en luistert naar de redenen mijns monds.

  • 23Neemt ter ore en hoort mijn stem, merkt op en hoort mijn rede!

  • 27Laat af, mijn zoon, horende de tucht, af te dwalen van de redenen der wetenschap.

  • 7De lippen der wijzen zullen de wetenschap uitstrooien; maar het hart der zotten niet alzo.

  • 33Zo niet, hoor naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.

  • 10Neemt Mijn tucht aan, en niet zilver, en wetenschap, meer dan het uitgelezen uitgegraven goud.

  • 5Gij slechten! verstaat kloekzinnigheid, en gij zotten! verstaat met het hart.

  • 1Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten.

  • 13Die zijn oor stopt voor het geschrei des armen, die zal ook roepen, en niet verhoord worden.

  • 9Spreek niet voor het oor van een zot, want hij zou het verstand uwer woorden verachten.

  • 14De wijzen leggen wetenschap weg; maar den mond des dwazen is de verstoring nabij.

  • 2Om wijsheid en tucht te weten; om te verstaan redenen des verstands;

  • 25Ik keerde mij om, en mijn hart, om te weten, en om na te sporen, en te zoeken wijsheid en een sluitrede; en om te weten de goddeloosheid der zotheid, en de dwaasheid der onzinnigheden.

  • 23Een kloekzinnig mens bedekt de wetenschap; maar het hart der zotten roept dwaasheid uit.

  • 23Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken.

  • 3Zowel slechten als aanzienlijken, te zamen rijk en arm!

  • 14Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid gevoed worden.

  • 8Die wijs van hart is, neemt de geboden aan; maar die dwaas is van lippen, zal omgeworpen worden.

  • 5Verkrijg wijsheid, verkrijg verstand; vergeet niet, en wijk niet van de redenen mijns monds.

  • 34De lieden van verstand zullen met mij zeggen, en een wijs man zal naar mij horen;

  • 17De woorden der wijzen moeten in stilheid aangehoord worden, meer dan het geroep desgenen, die over de zotten heerst.

  • 9Die zijn oor afwendt van de wet te horen, diens gebed zelfs zal een gruwel zijn.

  • 12Een wijs bestraffer bij een horend oor, is een gouden oorsiersel, en een halssieraad van het fijnste goud.

  • 26Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.