Spreuken 23:19

Statenvertaling (States Bible)

Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 4:10-23 : 10 Hoor, mijn zoon! en neem mijn redenen aan, en de jaren des levens zullen u vermenigvuldigd worden. 11 Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen. 12 In uw gaan zal uw tred niet benauwd worden, en indien gij loopt, zult gij niet struikelen. 13 Grijp de tucht aan, laat niet af; bewaar ze, want zij is uw leven. 14 Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen. 15 Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij. 16 Want zij slapen niet, zo zij geen kwaad gedaan hebben; en hun slaap wordt weggenomen, zo zij niet iemand hebben doen struikelen. 17 Want zij eten brood der goddeloosheid, en drinken wijn van enkel geweld. 18 Maar het pad der rechtvaardigen is gelijk een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot den vollen dag toe. 19 De weg der goddelozen is als donkerheid, zij weten niet, waarover zij struikelen zullen. 20 Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen. 21 Laat ze niet wijken van uw ogen, behoud ze in het midden uws harten. 22 Want zij zijn het leven dengenen, die ze vinden, en een medicijn voor hun gehele vlees. 23 Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens.
  • Spr 6:6 : 6 Ga tot de mier, gij luiaard! zie haar wegen, en word wijs;
  • Spr 9:6 : 6 Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.
  • Spr 23:12 : 12 Begeef uw hart tot de tucht, en uw oren tot de redenen der wetenschap.
  • Spr 23:26 : 26 Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 26Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.

  • 15Mijn zoon! zo uw hart wijs is, mijn hart zal blijde zijn, ja, ik.

  • Spr 5:1-2
    2 verzen
    79%

    1Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;

    2Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.

  • Spr 4:20-21
    2 verzen
    79%

    20Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen.

    21Laat ze niet wijken van uw ogen, behoud ze in het midden uws harten.

  • 12Begeef uw hart tot de tucht, en uw oren tot de redenen der wetenschap.

  • 15Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

  • 20Hoor raad, en ontvang tucht, opdat gij in uw laatste wijs zijt.

  • 17Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap;

  • Spr 2:1-2
    2 verzen
    77%

    1Mijn zoon! zo gij mijn redenen aanneemt, en mijn geboden bij u weglegt;

    2Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;

  • 11Zijt wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart; opdat ik mijn smader wat te antwoorden heb.

  • 21Mijn zoon! laat ze niet afwijken van uw ogen; bewaar de bestendige wijsheid en bedachtzaamheid.

  • Spr 4:10-11
    2 verzen
    76%

    10Hoor, mijn zoon! en neem mijn redenen aan, en de jaren des levens zullen u vermenigvuldigd worden.

    11Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen.

  • 1Mijn zoon! vergeet mijn wet niet, maar uw hart beware mijn geboden.

  • 20Zijt niet onder de wijnzuipers, noch onder de vleesvreters;

  • Spr 7:24-25
    2 verzen
    75%

    24Nu dan, kinderen, hoort naar mij, en luistert naar de redenen mijns monds.

    25Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

  • 1Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten.

  • 27Laat af, mijn zoon, horende de tucht, af te dwalen van de redenen der wetenschap.

  • Spr 8:32-33
    2 verzen
    75%

    32Nu dan, kinderen! hoort naar Mij; want welgelukzalig zijn zij, die Mijn wegen bewaren.

    33Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet.

  • 7Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.

  • 8Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet;

  • 6Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.

  • 5Gij slechten! verstaat kloekzinnigheid, en gij zotten! verstaat met het hart.

  • 22Hoor naar uw vader, die u gewonnen heeft; en veracht uw moeder niet, als zij oud geworden is.

  • 20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.

  • 8Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede.

  • 26Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn.

  • 23Het hart eens wijzen maakt zijn mond verstandig, en zal op zijn lippen de lering vermeerderen.

  • 18Tuchtig uw zoon, als er nog hoop is; maar verhef uw ziel niet, om hem te doden.

  • 21En uw oren zullen horen het woord desgenen, die achter u is, zeggende: Dit is de weg, wandelt in denzelven; als gij zoudt afwijken ter rechterhand of ter linkerhand.

  • 1Mijn zoon, bewaar mijn redenen, en leg mijn geboden bij u weg.

  • 15De weg des dwazen is recht in zijn ogen; maar die naar raad hoort, is wijs.

  • 15Het hart der verstandigen bekomt wetenschap, en het oor der wijzen zoekt wetenschap.

  • 9Verblijd u, o jongeling! in uw jeugd, en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten, en in de aanschouwingen uwer ogen; maar weet, dat God, om al deze dingen, u zal doen komen voor het gericht.

  • 6Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.

  • 6Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.

  • 23Zijt naarstig, om het aangezicht uwer schapen te kennen; zet uw hart op de kudden.

  • 22Als gij wandelt, zal dat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve met u spreken.

  • 9Het hart des mensen overdenkt zijn weg; maar de HEERE stiert zijn gang.

  • 4Hij nu leerde mij, en zeide tot mij: Uw hart houde mijn woorden vast, onderhoud mijn geboden, en leef.

  • 24De weg des levens is den verstandige naar boven; opdat hij afwijke van de hel, beneden.

  • 14Zodanig is de kennis der wijsheid voor uw ziel; als gij ze vindt, zo zal er beloning wezen, en uw verwachting zal niet afgesneden worden.

  • 20Mijn zoon, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet.

  • 3De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.

  • 23Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens.