Spreuken 16:9

Statenvertaling (States Bible)

Het hart des mensen overdenkt zijn weg; maar de HEERE stiert zijn gang.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 16:1 : 1 De mens heeft schikkingen des harten; maar het antwoord der tong is van den HEERE.
  • Spr 19:21 : 21 In het hart des mans zijn veel gedachten; maar de raad des HEEREN, die zal bestaan.
  • Ps 37:23 : 23 Mem. De gangen deszelven mans worden van den HEERE bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.
  • Spr 20:24 : 24 De treden des mans zijn van den HEERE; hoe zou dan een mens zijn weg verstaan?
  • Jer 10:23 : 23 Ik weet, o HEERE! dat bij den mens zijn weg niet is; het is niet bij een man, die wandelt, dat hij zijn gang richte.
  • Jes 46:10 : 10 Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; Die zegt: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.
  • Spr 21:30 : 30 Er is geen wijsheid, en er is geen verstand, en er is geen raad tegen den HEERE.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 16:1-3
    3 verzen
    81%

    1De mens heeft schikkingen des harten; maar het antwoord der tong is van den HEERE.

    2Alle wegen des mans zijn zuiver in zijn ogen; maar de HEERE weegt de geesten.

    3Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden.

  • Spr 21:1-2
    2 verzen
    79%

    1Des konings hart is in de hand des HEEREN als waterbeken. Hij neigt het tot al wat Hij wil.

    2Alle weg des mensen is recht in zijn ogen; maar de HEERE weegt de harten.

  • 23Mem. De gangen deszelven mans worden van den HEERE bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.

  • 23Ik weet, o HEERE! dat bij den mens zijn weg niet is; het is niet bij een man, die wandelt, dat hij zijn gang richte.

  • 24De treden des mans zijn van den HEERE; hoe zou dan een mens zijn weg verstaan?

  • 21In het hart des mans zijn veel gedachten; maar de raad des HEEREN, die zal bestaan.

  • Spr 3:5-6
    2 verzen
    77%

    5Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.

    6Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.

  • 10Waarzegging is op de lippen des konings; zijn mond zal niet overtreden in het gericht.

  • 3De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.

  • 21Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des HEEREN, en Hij weegt al zijne gangen.

  • 25Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods.

  • 12Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods.

  • Jer 17:9-10
    2 verzen
    74%

    9Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?

    10Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen.

  • 9Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker; maar die zijn wegen verkeert, zal bekend worden.

  • 26Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn.

  • Spr 16:7-8
    2 verzen
    74%

    7Als iemands wegen den HEERE behagen, zo zal Hij ook zijn vijanden met hem bevredigen.

    8Beter is een weinig met gerechtigheid, dan de veelheid der inkomsten zonder recht.

  • 29Een goddeloos man sterkt zich in zijn aangezicht; maar de oprechte, die maakt zijn weg vast.

  • 31De wet zijns Gods is in zijn hart; zijn gangen zullen niet slibberen.

  • Spr 16:17-18
    2 verzen
    73%

    17De baan der oprechten is van het kwaad af te wijken; hij behoedt zijn ziel, die zijn weg bewaart.

    18Hovaardigheid is voor de verbreking, en hoogheid des geestes voor den val.

  • 13Ook zal de HEERE het goede geven; en ons land zal zijn vrucht geven. [ (Psalms 85:14) De gerechtigheid zal voor Zijn aangezicht henengaan, en Hij zal ze zetten op den weg Zijner voetstappen. ]

  • 18Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt; voeten, die zich haasten, om tot kwaad te lopen;

  • 19Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.

  • 33Het lot wordt in den schoot geworpen; maar het gehele beleid daarvan is van den HEERE.

  • 7De treden zijner macht zullen benauwd worden, en zijn raad zal hem nederwerpen.

  • 8De weg des mensen is gans verkeerd en vreemd; maar het werk des zuiveren is recht.

  • 15De weg des dwazen is recht in zijn ogen; maar die naar raad hoort, is wijs.

  • 15De slechte gelooft alle woord; maar de kloekzinnige merkt op zijn gang.

  • 9Dan zult gij verstaan gerechtigheid, en recht, en billijkheden, en alle goed pad.

  • 5De raad in het hart eens mans is als diepe wateren; maar een man van verstand zal dien uithalen.

  • 16De gift des mensen maakt hem ruimte, en zij geleidt hem voor het aangezicht der groten.

  • 26Velen zoeken het aangezicht des heersers; maar een ieders recht is van den HEERE.

  • 4Ziet Hij niet mijn wegen, en telt Hij niet al mijn treden?

  • 21Want Zijn ogen zijn op ieders wegen, en Hij ziet al zijn treden.

  • 15Hij formeert hun aller hart; Hij let op al hun werken.

  • 13Maar is Hij tegen iemand, wie zal dan Hem afkeren? Wat Zijn ziel begeert, dat zal Hij doen.

  • 5Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.

  • 7Het pad des rechtvaardigen is geheel effen, den gang des rechtvaardigen weegt Gij recht.

  • 3De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; maar de HEERE proeft de harten.

  • 26Die op zijn hart vertrouwt, die is een zot; maar die in wijsheid wandelt, die zal ontkomen.

  • 30Hij sluit zijn ogen, om verkeerdheden te bedenken; zijn lippen bijtende, volbrengt hij het kwaad.

  • 23Het hart eens wijzen maakt zijn mond verstandig, en zal op zijn lippen de lering vermeerderen.

  • 24De weg des levens is den verstandige naar boven; opdat hij afwijke van de hel, beneden.

  • 8Een ieder zal geprezen worden, naardat zijn verstandigheid is; maar die verkeerd van hart is, zal tot verachting wezen.