Spreuken 18:16

Statenvertaling (States Bible)

De gift des mensen maakt hem ruimte, en zij geleidt hem voor het aangezicht der groten.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 32:20 : 20 En gij zult ook zeggen: Zie, uw knecht Jakob is achter ons! Want hij zeide: Ik zal zijn aangezicht verzoenen met dit geschenk, dat voor mijn aangezicht gaat, en daarna zal ik zijn aangezicht zien; misschien zal hij mijn aangezicht aannemen.
  • 1 Sam 25:27 : 27 En nu, dit is de zegen, dien uw dienstmaagd mijn heer toegebracht heeft, dat hij gegeven worde den jongelingen, die mijns heren voetstappen nawandelen.
  • Spr 17:8 : 8 Het geschenk is in de ogen zijner heren een aangenaam gesteente; waarhenen het zich zal wenden, zal het wel gedijen.
  • Gen 43:11 : 11 Toen zeide Israel, hun vader, tot hen: Is het nu alzo, zo doet dit; neemt van het loffelijkste dezes lands in uwe vaten, en brengt dien man een geschenk henen af: een weinig balsem, en een weinig honig, specerijen en mirre, terpentijnnoten en amandelen.
  • Gen 33:10 : 10 Toen zeide Jakob: Och neen! indien ik nu genade in uw ogen gevonden heb, zo neem mijn geschenk van mijn hand; daarom, omdat ik uw aangezicht gezien heb, als had ik Gods aangezicht gezien, en gij welgevallen aan mij genomen hebt.
  • Spr 19:6 : 6 Velen smeken het aangezicht des prinsen; en een ieder is een vriend desgenen, die giften geeft.
  • Spr 21:14 : 14 Een gift in het verborgene houdt den toorn onder, en een geschenk in den schoot de sterke grimmigheid.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 6Velen smeken het aangezicht des prinsen; en een ieder is een vriend desgenen, die giften geeft.

  • 15Het hart der verstandigen bekomt wetenschap, en het oor der wijzen zoekt wetenschap.

  • 17Die de eerste is in zijn twistzaak, schijnt rechtvaardig te zijn; maar zijn naaste komt, en hij onderzoekt hem.

  • 8Het geschenk is in de ogen zijner heren een aangenaam gesteente; waarhenen het zich zal wenden, zal het wel gedijen.

  • 29Hebt gij een man gezien, die vaardig in zijn werk is? Hij zal voor het aangezicht der koningen gesteld worden; voor het aangezicht der ongeachte lieden zal hij niet gesteld worden.

  • 8Een ieder zal geprezen worden, naardat zijn verstandigheid is; maar die verkeerd van hart is, zal tot verachting wezen.

  • 4En vind gunst en goed verstand, in de ogen Gods en der mensen.

  • 23De goddeloze zal het geschenk uit den schoot nemen, om de paden des rechts te buigen.

  • 14Een ieder wordt van de vrucht des monds met goed verzadigd; en de vergelding van des mensen handen zal hij tot zich wederbrengen.

  • 11Een rijk man is wijs in zijn ogen; maar de arme, die verstandig is, doorzoekt hem.

  • Spr 16:7-9
    3 verzen
    71%

    7Als iemands wegen den HEERE behagen, zo zal Hij ook zijn vijanden met hem bevredigen.

    8Beter is een weinig met gerechtigheid, dan de veelheid der inkomsten zonder recht.

    9Het hart des mensen overdenkt zijn weg; maar de HEERE stiert zijn gang.

  • 5Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen.

  • Spr 25:6-7
    2 verzen
    71%

    6Praal niet voor het aangezicht des konings, en sta niet in de plaats der groten;

    7Want het is beter, dat men tot u zegge: Kom hier bovenaan, dan dat men u vernedere voor het aangezicht eens prinsen, dien uw ogen gezien hebben.

  • Spr 18:23-24
    2 verzen
    70%

    23De arme spreekt smekingen; maar de rijke antwoordt harde dingen.

    24Een man, die vrienden heeft, heeft zich vriendelijk te houden; want er is een liefhebber, die meer aankleeft dan een broeder.

  • 5Teth. Wel dien man, die zich ontfermt en uitleent; Jod. hij beschikt zijn zaken met recht.

  • 14Een gift in het verborgene houdt den toorn onder, en een geschenk in den schoot de sterke grimmigheid.

  • 2De goede zal een welgevallen trekken van den HEERE; maar een man van schandelijke verdichtselen zal Hij verdoemen.

  • 1Die zich afzondert, tracht naar wat begeerlijks; hij vermengt zich in alle bestendige wijsheid.

  • Spr 18:11-12
    2 verzen
    70%

    11Des rijken goed is de stad zijner sterkte, en als een verheven muur in zijn inbeelding.

    12Voor de verbreking zal des mensen hart zich verheffen; en de nederigheid gaat voor de eer.

  • 23Een man heeft blijdschap in het antwoord zijns monds; en hoe goed is een woord op zijn tijd!

  • Spr 29:4-5
    2 verzen
    70%

    4Een koning houdt het land staande door het recht; maar een, die tot geschenken genegen is, verstoort hetzelve.

    5Een man, die zijn naaste vleit, spreidt een net uit voor deszelfs gangen.

  • 1De naam is uitgelezener dan grote rijkdom, de goede gunst dan zilver en dan goud.

  • 18Een verstandeloos mens klapt in de hand, zich borg stellende bij zijn naaste.

  • Spr 13:15-16
    2 verzen
    69%

    15Goed verstand geeft aangenaamheid; maar de weg der trouwelozen is streng.

    16Al wie kloekzinnig is, handelt met wetenschap; maar een zot breidt dwaasheid uit.

  • 23De hoogmoed des mensen zal hem vernederen; maar de nederige van geest zal de eer vasthouden.

  • Spr 24:4-5
    2 verzen
    69%

    4En door wetenschap worden de binnenkameren vervuld met alle kostelijk en liefelijk goed.

    5Een wijs man is sterk; en een man van wetenschap maakt de kracht vast.

  • 4Het goed brengt veel vrienden toe; maar de arme wordt van zijn vriend gescheiden.

  • 4De woorden van den mond eens mans zijn diepe wateren; en de springader der wijsheid is een uitstortende beek.

  • 1De mens heeft schikkingen des harten; maar het antwoord der tong is van den HEERE.

  • Spr 16:20-21
    2 verzen
    68%

    20Die op het woord verstandelijk let, zal het goede vinden; en die op den HEERE vertrouwt, is welgelukzalig.

    21De wijze van hart zal verstandig genoemd worden; en de zoetheid der lippen zal de lering vermeerderen.

  • 13Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt!

  • 16Een aangename huisvrouw houdt de eer vast, gelijk de geweldigen den rijkdom vasthouden.

  • Spr 20:5-6
    2 verzen
    68%

    5De raad in het hart eens mans is als diepe wateren; maar een man van verstand zal dien uithalen.

    6Elk van de menigte der mensen roept zijn weldadigheid uit; maar wie zal een recht trouwen man vinden?

  • 22De wens des mensen is zijn weldadigheid; maar de arme is beter dan een leugenachtig man.

  • 8Die verstand bekomt, heeft zijn ziel lief; hij neemt de verstandigheid waar, om het goede te vinden.

  • 18Hovaardigheid is voor de verbreking, en hoogheid des geestes voor den val.

  • 12De wijsheid, en de wetenschap is u gegeven; daartoe zal Ik u rijkdom, en goederen, en eer geven, dergelijke geen koningen, die voor u geweest zijn, gehad hebben, en na u zal dergelijke niet zijn.

  • 18Armoede en schande is desgenen, die de tucht verwerpt; maar die de bestraffing waarneemt; zal geeerd worden.

  • 17Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap;

  • 16Toen zeide ik: Wijsheid is beter dan kracht, hoewel de wijsheid des armen veracht, en zijn woorden niet waren gehoord geweest.