Spreuken 20:5

Statenvertaling (States Bible)

De raad in het hart eens mans is als diepe wateren; maar een man van verstand zal dien uithalen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 18:4 : 4 De woorden van den mond eens mans zijn diepe wateren; en de springader der wijsheid is een uitstortende beek.
  • 1 Kor 2:11 : 11 Want wie van de mensen weet, hetgeen des mensen is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand, hetgeen Gods is, dan de Geest Gods.
  • Ps 64:6 : 6 Zij sterken zichzelven in een boze zaak; zij houden spraak van strikken te verbergen; zij zeggen: Wie zal ze zien?

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 4De woorden van den mond eens mans zijn diepe wateren; en de springader der wijsheid is een uitstortende beek.

  • Spr 19:20-21
    2 verzen
    75%

    20Hoor raad, en ontvang tucht, opdat gij in uw laatste wijs zijt.

    21In het hart des mans zijn veel gedachten; maar de raad des HEEREN, die zal bestaan.

  • Spr 1:5-6
    2 verzen
    74%

    5Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen.

    6Om te verstaan een spreuk en de uitlegging, de woorden der wijzen en hun raadselen.

  • 15Het hart der verstandigen bekomt wetenschap, en het oor der wijzen zoekt wetenschap.

  • Spr 16:21-23
    3 verzen
    74%

    21De wijze van hart zal verstandig genoemd worden; en de zoetheid der lippen zal de lering vermeerderen.

    22Het verstand dergenen, die het bezitten, is een springader des levens; maar de tucht der dwazen is dwaasheid.

    23Het hart eens wijzen maakt zijn mond verstandig, en zal op zijn lippen de lering vermeerderen.

  • 19Gelijk in het water het aangezicht is tegen het aangezicht, alzo is des mensen hart tegen den mens.

  • 6Elk van de menigte der mensen roept zijn weldadigheid uit; maar wie zal een recht trouwen man vinden?

  • 14Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid gevoed worden.

  • 27De ziel des mensen is een lamp des HEEREN, doorzoekende al de binnenkameren des buiks.

  • 33Wijsheid rust in het hart des verstandigen; maar wat in het binnenste der zotten is, wordt bekend.

  • 11Een rijk man is wijs in zijn ogen; maar de arme, die verstandig is, doorzoekt hem.

  • 1De mens heeft schikkingen des harten; maar het antwoord der tong is van den HEERE.

  • 36Wie heeft de wijsheid in het binnenste gezet? Of wie heeft den zin het verstand gegeven?

  • Spr 15:22-23
    2 verzen
    71%

    22De gedachten worden vernietigd, als er geen raad is; maar door veelheid der raadslieden zal elkeen bestaan.

    23Een man heeft blijdschap in het antwoord zijns monds; en hoe goed is een woord op zijn tijd!

  • 3Aan de hoogte des hemels, en aan de diepte der aarde, en aan het hart der koningen is geen doorgronding.

  • 9Het hart des mensen overdenkt zijn weg; maar de HEERE stiert zijn gang.

  • Spr 18:1-2
    2 verzen
    71%

    1Die zich afzondert, tracht naar wat begeerlijks; hij vermengt zich in alle bestendige wijsheid.

    2De zot heeft geen lust aan verstandigheid, maar daarin, dat zijn hart zich ontdekt.

  • 15Drink water uit uw bak, en vloeden uit het midden van uw bornput;

  • 23Een kloekzinnig mens bedekt de wetenschap; maar het hart der zotten roept dwaasheid uit.

  • 3Zowel slechten als aanzienlijken, te zamen rijk en arm!

  • 27Wie wetenschap weet, houdt zijn woorden in; en een man van verstand is kostelijk van geest.

  • 24Hetgeen verre af is, en zeer diep, wie zal dat vinden?

  • 6Want de HEERE geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand.

  • 18Elke gedachte wordt door raad bevestigd, daarom voer oorlog met wijze raadslagen.

  • 5Gij slechten! verstaat kloekzinnigheid, en gij zotten! verstaat met het hart.

  • 1Des konings hart is in de hand des HEEREN als waterbeken. Hij neigt het tot al wat Hij wil.

  • 5Een wijs man is sterk; en een man van wetenschap maakt de kracht vast.

  • 35De goede mens brengt goede dingen voort uit den goede schat des harten, en de boze mens brengt boze dingen voort uit den boze schat.

  • 20In des wijzen woning is een gewenste schat, en olie; maar een zot mens verslindt zulks.

  • 13Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt!

  • 12Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?

  • 7De lippen der wijzen zullen de wetenschap uitstrooien; maar het hart der zotten niet alzo.

  • 5Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.

  • 8Die verstand bekomt, heeft zijn ziel lief; hij neemt de verstandigheid waar, om het goede te vinden.

  • 22De wijze beklimt de stad der geweldigen, en werpt de sterkte huns vertrouwens neder.

  • 26De rechtvaardige, wankelende voor het aangezicht des goddelozen, is een beroerde fontein, en verdorven springader.

  • 45De goede mens brengt het goede voort uit den goeden schat zijns harten; en de kwade mens brengt het kwade voort uit den kwaden schat zijns harten; want uit den overvloed des harten spreekt zijn mond.

  • 2Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;

  • 29De lankmoedige is groot van verstand; maar die haastig is van gemoed, verheft de dwaasheid.

  • 11Een zot laat zijn gansen geest uit, maar de wijze wederhoudt dien achterwaarts.

  • 10Zullen die u niet leren, tot u spreken, en uit hun hart redenen voortbrengen?

  • 15De weg des dwazen is recht in zijn ogen; maar die naar raad hoort, is wijs.

  • 20Door Zijn wetenschap zijn de afgronden gekloofd, en de wolken druipen dauw.

  • 13In de lippen des verstandigen wordt wijsheid gevonden; maar op den rug des verstandelozen de roede.