Spreuken 10:13

Statenvertaling (States Bible)

In de lippen des verstandigen wordt wijsheid gevonden; maar op den rug des verstandelozen de roede.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 26:3 : 3 Een zweep is voor het paard, een toom voor den ezel, en een roede voor den rug der zotten.
  • Spr 6:32 : 32 Maar die met een vrouw overspel doet, is verstandeloos; hij verderft zijn ziel, die dat doet;
  • Spr 7:22 : 22 Hij ging haar straks achterna, gelijk een os ter slachting gaat, en gelijk een dwaas tot de tuchtiging der boeien.
  • Spr 10:10-11 : 10 Die met het oog wenkt, richt smart aan; en een dwaas van lippen zal omgeworpen worden. 11 De mond des rechtvaardigen is een springader des levens; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen.
  • Spr 10:21 : 21 De lippen des rechtvaardigen voeden er velen; maar de dwazen sterven door gebrek van verstand.
  • Spr 10:31 : 31 De mond des rechtvaardigen brengt overvloediglijk wijsheid voort; maar de tong der verkeerdheden zal uitgeroeid worden.
  • Spr 15:7 : 7 De lippen der wijzen zullen de wetenschap uitstrooien; maar het hart der zotten niet alzo.
  • Spr 15:23 : 23 Een man heeft blijdschap in het antwoord zijns monds; en hoe goed is een woord op zijn tijd!
  • Spr 17:10 : 10 De bestraffing gaat dieper in den verstandige, dan den zot honderd maal te slaan.
  • Spr 19:29 : 29 Gerichten zijn voor de spotters bereid, en slagen voor den rug der zotten.
  • Spr 20:15 : 15 Goud is er, en menigte van robijnen; maar de lippen de wetenschap zijn een kostelijk kleinood.
  • Spr 27:22 : 22 Al stiet gij den dwaas in een mortier met een stamper, in het midden van het gestoten graan, zijn dwaasheid zou van hem niet afwijken.
  • Jes 50:4 : 4 De Heere HEERE heeft Mij een tong der geleerden gegeven, opdat Ik wete met den moede een woord ter rechter tijd te spreken; Hij wekt allen morgen, Hij wekt Mij het oor, dat Ik hore, gelijk die geleerd worden.
  • Luk 4:22 : 22 En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef?
  • Ex 10:12 : 12 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit over Egypteland, om de sprinkhanen, dat zij opkomen over Egypteland, en al het kruid des lands opeten, al wat de hagel heeft over gelaten.
  • Ps 32:9 : 9 Weest niet gelijk een paard, gelijk een muilezel, hetwelk geen verstand heeft, welks muil men breidelt met toom en gebit, opdat het tot u niet genake.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 3In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der wijzen bewaren hen.

  • 14De wijzen leggen wetenschap weg; maar den mond des dwazen is de verstoring nabij.

  • 10De bestraffing gaat dieper in den verstandige, dan den zot honderd maal te slaan.

  • 33Wijsheid rust in het hart des verstandigen; maar wat in het binnenste der zotten is, wordt bekend.

  • Spr 16:21-23
    3 verzen
    76%

    21De wijze van hart zal verstandig genoemd worden; en de zoetheid der lippen zal de lering vermeerderen.

    22Het verstand dergenen, die het bezitten, is een springader des levens; maar de tucht der dwazen is dwaasheid.

    23Het hart eens wijzen maakt zijn mond verstandig, en zal op zijn lippen de lering vermeerderen.

  • 3Een zweep is voor het paard, een toom voor den ezel, en een roede voor den rug der zotten.

  • 14Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid gevoed worden.

  • 15De dwaasheid is in het hart des jongen gebonden; de roede der tucht zal ze verre van hem wegdoen.

  • 2De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit.

  • Spr 13:15-16
    2 verzen
    75%

    15Goed verstand geeft aangenaamheid; maar de weg der trouwelozen is streng.

    16Al wie kloekzinnig is, handelt met wetenschap; maar een zot breidt dwaasheid uit.

  • 25Sla de spotter, zo zal de slechte kloekzinnig worden; en bestraf den verstandige, hij zal wetenschap begrijpen.

  • 7De lippen der wijzen zullen de wetenschap uitstrooien; maar het hart der zotten niet alzo.

  • 24Die zijn roede inhoudt, haat zijn zoon; maar die hem liefheeft, zoekt hem vroeg met tuchtiging.

  • 15De roede, en de bestraffing geeft wijsheid; maar een kind, dat aan zichzelf gelaten is, beschaamt zijn moeder.

  • 19In de veelheid der woorden ontbreekt de overtreding niet; maar die zijn lippen wederhoudt, is kloek verstandig.

  • 13Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt!

  • 23Het is voor den zot als spel, schandelijkheid te doen; maar voor een man van verstand, wijsheid te plegen.

  • 27Wie wetenschap weet, houdt zijn woorden in; en een man van verstand is kostelijk van geest.

  • 21De lippen des rechtvaardigen voeden er velen; maar de dwazen sterven door gebrek van verstand.

  • 6Want de HEERE geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand.

  • 31De mond des rechtvaardigen brengt overvloediglijk wijsheid voort; maar de tong der verkeerdheden zal uitgeroeid worden.

  • Spr 14:6-8
    3 verzen
    74%

    6De spotter zoekt wijsheid, en er is gene; maar de wetenschap is voor den verstandige licht.

    7Ga weg van de tegenwoordigheid eens zotten mans; want gij zoudt bij hem geen lippen der wetenschap merken.

    8De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij.

  • 21De dwaasheid is den verstandeloze blijdschap; maar een man van verstand zal recht wandelen.

  • 8Die wijs van hart is, neemt de geboden aan; maar die dwaas is van lippen, zal omgeworpen worden.

  • 12Die verstandeloos is, veracht zijn naaste; maar een man van groot verstand zwijgt stil.

  • 29De lankmoedige is groot van verstand; maar die haastig is van gemoed, verheft de dwaasheid.

  • 11Als men den spotter straft, wordt de slechte wijs; en als men den wijze onderricht, neemt hij wetenschap aan.

  • 10Door hovaardigheid maakt men niet dan gekijf; maar bij de beradenen is wijsheid.

  • 13Weer de tucht van den jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan, zal hij niet sterven.

  • 29Gerichten zijn voor de spotters bereid, en slagen voor den rug der zotten.

  • 23Een kloekzinnig mens bedekt de wetenschap; maar het hart der zotten roept dwaasheid uit.

  • 73%

    12De woorden van een wijzen mond zijn aangenaam; maar de lippen van een zot verslinden hemzelve.

    13Het begin der woorden zijns monds is dwaasheid, en het einde zijns monds is boze dolligheid.

  • 6De lippen des zots komen in twist, en zijn mond roept naar slagen.

  • 15Het hart der verstandigen bekomt wetenschap, en het oor der wijzen zoekt wetenschap.

  • 1Wie de tucht liefheeft, die heeft de wetenschap lief; maar wie de bestraffing haat, is onvernuftig.

  • 8Die verstand bekomt, heeft zijn ziel lief; hij neemt de verstandigheid waar, om het goede te vinden.

  • 24In het aangezicht des verstandigen is wijsheid; maar de ogen des zots zijn in het einde der aarde.

  • 5Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen.

  • 5Een dwaas zal de tucht zijns vaders versmaden; maar die de bestraffing waarneemt, zal kloekzinniglijk handelen.

  • 11Een zot laat zijn gansen geest uit, maar de wijze wederhoudt dien achterwaarts.

  • 10Indien hij het ijzer heeft stomp gemaakt, en hij slijpt de snede niet, dan moet hij meerder kracht te werk stellen; maar de wijsheid is een uitnemende zaak, om iets recht te maken.

  • 18De slechten erven dwaasheid; maar de kloekzinnigen zullen zich met wetenschap kronen.

  • 17Het pad tot het leven is desgenen die de tucht bewaart; maar die de bestraffing verlaat, doet dwalen.

  • 1Een wijs zoon hoort de tucht des vaders; maar een spotter hoort de bestraffing niet.