Prediker 10:12

Statenvertaling (States Bible)

De woorden van een wijzen mond zijn aangenaam; maar de lippen van een zot verslinden hemzelve.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 15:2 : 2 De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit.
  • Luk 4:22 : 22 En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden, die uit Zijn mond voortkwamen; en zeiden: Is deze niet de Zoon van Jozef?
  • Ef 4:29 : 29 Geen vuile rede ga uit uw mond, maar zo er enige goede rede is tot nuttige stichting, opdat zij genade geve dien, die dezelve horen.
  • Kol 4:6 : 6 Uw woord zij te allen tijde in aangenaamheid, met zout besprengd, opdat gij moogt weten, hoe gij een iegelijk moet antwoorden.
  • Luk 19:22 : 22 Maar hij zeide tot hem: Uit uw mond zal ik u oordelen, gij boze dienstknecht! Gij wist, dat ik een straf mens ben, nemende weg, wat ik niet gelegd heb, en maaiende, wat ik niet gezaaid heb.
  • Spr 15:23 : 23 Een man heeft blijdschap in het antwoord zijns monds; en hoe goed is een woord op zijn tijd!
  • Spr 16:21-24 : 21 De wijze van hart zal verstandig genoemd worden; en de zoetheid der lippen zal de lering vermeerderen. 22 Het verstand dergenen, die het bezitten, is een springader des levens; maar de tucht der dwazen is dwaasheid. 23 Het hart eens wijzen maakt zijn mond verstandig, en zal op zijn lippen de lering vermeerderen. 24 Liefelijke redenen zijn een honigraat, zoet voor de ziel, en medicijn voor het gebeente.
  • Spr 18:6-8 : 6 De lippen des zots komen in twist, en zijn mond roept naar slagen. 7 De mond des zots is hemzelven een verstoring, en zijn lippen een strik zijner ziel. 8 De woorden des oorblazers zijn als dergenen, die geslagen zijn, en die dalen in het binnenste des buiks.
  • Spr 19:5 : 5 Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal niet ontkomen.
  • Spr 22:11 : 11 Die de reinheid des harten liefheeft, wiens lippen aangenaam zijn, diens vriend is de koning.
  • Spr 22:17-18 : 17 Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap; 18 Want het is liefelijk, als gij die in uw binnenste bewaart; zij zullen samen op uw lippen gepast worden.
  • Spr 25:11-12 : 11 Een rede, op zijn pas gesproken, is als gouden appelen in zilveren gebeelde schalen. 12 Een wijs bestraffer bij een horend oor, is een gouden oorsiersel, en een halssieraad van het fijnste goud.
  • Spr 26:9 : 9 Gelijk een doorn gaat in de hand eens dronkaards, alzo is een spreuk in den mond der zotten.
  • Spr 31:26 : 26 Pe. Zij doet haar mond open met wijsheid; en op haar tong is leer der goeddadigheid.
  • Matt 12:35 : 35 De goede mens brengt goede dingen voort uit den goede schat des harten, en de boze mens brengt boze dingen voort uit den boze schat.
  • 2 Sam 1:16 : 16 En David zeide tot hem: Uw bloed zij op uw hoofd; want uw mond heeft tegen u getuigd, zeggende: ik heb den gezalfde des HEEREN gedood.
  • 1 Kon 20:40-42 : 40 Het geschiedde nu, als uw knecht hier en daar doende was, dat hij er niet was. Toen zeide de koning van Israel tot hem: Zo is uw oordeel; gij hebt zelf het geveld. 41 Toen haastte hij zich, en deed de as af van zijn ogen; en de koning van Israel kende hem, dat hij een der profeten was. 42 En hij zeide tot hem: Zo zegt de HEERE: Omdat gij den man, dien Ik verbannen heb, uit de hand hebt laten gaan, zo zal uw ziel in de plaats van zijn ziel zijn, en uw volk in de plaats van zijn volk.
  • Job 4:3-4 : 3 Zie, gij hebt velen onderwezen, en gij hebt slappe handen gesterkt; 4 Uw woorden hebben den struikelende opgericht, en de krommende knieen hebt gij vastgesteld;
  • Job 16:5 : 5 Ik zou u versterken met mijn mond, en de beweging mijner lippen zou zich inhouden.
  • Ps 37:30 : 30 Pe. De mond des rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijn tong spreekt het recht.
  • Ps 40:9-9 : 9 Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands. 10 Ik boodschap de gerechtigheid in de grote gemeente; zie, mijn lippen bedwing ik niet; HEERE! Gij weet het.
  • Ps 64:8 : 8 Maar God zal hen haastig met een pijl schieten; hun plagen zijn er.
  • Ps 71:15-18 : 15 Mijn mond zal Uw gerechtigheid vertellen, den gansen dag Uw heil; hoewel ik de getallen niet weet. 16 Ik zal heengaan in de mogendheden des Heeren HEEREN; ik zal Uw gerechtigheid vermelden, de Uwe alleen. 17 O God! Gij hebt mij geleerd van mijn jeugd aan, en tot nog toe verkondig ik Uw wonderen. 18 Daarom ook, terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God, totdat ik dezen geslachte verkondige Uw arm, allen nakomelingen Uw macht.
  • Ps 140:9 : 9 Geef, HEERE! de begeerten des goddelozen niet; bevorder zijn kwaad voornemen niet; zij zouden zich verheffen. Sela.
  • Spr 10:8 : 8 Die wijs van hart is, neemt de geboden aan; maar die dwaas is van lippen, zal omgeworpen worden.
  • Spr 10:10 : 10 Die met het oog wenkt, richt smart aan; en een dwaas van lippen zal omgeworpen worden.
  • Spr 10:13-14 : 13 In de lippen des verstandigen wordt wijsheid gevonden; maar op den rug des verstandelozen de roede. 14 De wijzen leggen wetenschap weg; maar den mond des dwazen is de verstoring nabij.
  • Spr 10:20-21 : 20 De tong des rechtvaardigen is uitgelezen zilver; het hart der goddelozen is weinig waard. 21 De lippen des rechtvaardigen voeden er velen; maar de dwazen sterven door gebrek van verstand.
  • Spr 10:31-32 : 31 De mond des rechtvaardigen brengt overvloediglijk wijsheid voort; maar de tong der verkeerdheden zal uitgeroeid worden. 32 De lippen des rechtvaardigen weten wat welgevallig is; maar de mond der goddelozen enkel verkeerdheid.
  • Spr 12:13-14 : 13 In de overtreding der lippen is de strik des bozen; maar de rechtvaardige zal uit de benauwdheid uitkomen. 14 Een ieder wordt van de vrucht des monds met goed verzadigd; en de vergelding van des mensen handen zal hij tot zich wederbrengen.
  • Spr 12:18 : 18 Daar is een, die woorden als steken van een zwaard onbedachtelijk uitspreekt; maar de tong der wijzen is medicijn.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 18:6-7
    2 verzen
    84%

    6De lippen des zots komen in twist, en zijn mond roept naar slagen.

    7De mond des zots is hemzelven een verstoring, en zijn lippen een strik zijner ziel.

  • 84%

    13Het begin der woorden zijns monds is dwaasheid, en het einde zijns monds is boze dolligheid.

    14De dwaas maakt wel veel woorden; maar de mens weet niet, wat het zij, dat geschieden zal; en wat na hem geschieden zal, wie zal het hem te kennen geven?

  • 14De wijzen leggen wetenschap weg; maar den mond des dwazen is de verstoring nabij.

  • 2De tong der wijzen maakt de wetenschap goed; maar de mond der zotten stort overvloediglijk dwaasheid uit.

  • 3In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der wijzen bewaren hen.

  • 21De lippen des rechtvaardigen voeden er velen; maar de dwazen sterven door gebrek van verstand.

  • 7De lippen der wijzen zullen de wetenschap uitstrooien; maar het hart der zotten niet alzo.

  • 11Een zot laat zijn gansen geest uit, maar de wijze wederhoudt dien achterwaarts.

  • 23Een kloekzinnig mens bedekt de wetenschap; maar het hart der zotten roept dwaasheid uit.

  • 8Die wijs van hart is, neemt de geboden aan; maar die dwaas is van lippen, zal omgeworpen worden.

  • 14Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid gevoed worden.

  • Spr 23:8-9
    2 verzen
    78%

    8Uw bete, die gij gegeten hebt, zoudt gij uitspuwen; en gij zoudt uw liefelijke woorden verderven.

    9Spreek niet voor het oor van een zot, want hij zou het verstand uwer woorden verachten.

  • Spr 16:21-23
    3 verzen
    78%

    21De wijze van hart zal verstandig genoemd worden; en de zoetheid der lippen zal de lering vermeerderen.

    22Het verstand dergenen, die het bezitten, is een springader des levens; maar de tucht der dwazen is dwaasheid.

    23Het hart eens wijzen maakt zijn mond verstandig, en zal op zijn lippen de lering vermeerderen.

  • Spr 10:18-19
    2 verzen
    78%

    18Die den haat bedekt, is van valse lippen, en die een kwaad gerucht voortbrengt, is een zot.

    19In de veelheid der woorden ontbreekt de overtreding niet; maar die zijn lippen wederhoudt, is kloek verstandig.

  • Spr 14:7-8
    2 verzen
    77%

    7Ga weg van de tegenwoordigheid eens zotten mans; want gij zoudt bij hem geen lippen der wetenschap merken.

    8De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij.

  • Spr 12:14-16
    3 verzen
    77%

    14Een ieder wordt van de vrucht des monds met goed verzadigd; en de vergelding van des mensen handen zal hij tot zich wederbrengen.

    15De weg des dwazen is recht in zijn ogen; maar die naar raad hoort, is wijs.

    16De toorn des dwazen wordt ten zelven dage bekend; maar die kloekzinnig is, bedekt de schande.

  • 11Indien de slang gebeten heeft, eer der bezwering geschied is, dan is er geen nuttigheid voor den allerwelsprekendsten bezweerder.

  • Spr 10:31-32
    2 verzen
    76%

    31De mond des rechtvaardigen brengt overvloediglijk wijsheid voort; maar de tong der verkeerdheden zal uitgeroeid worden.

    32De lippen des rechtvaardigen weten wat welgevallig is; maar de mond der goddelozen enkel verkeerdheid.

  • 16Al wie kloekzinnig is, handelt met wetenschap; maar een zot breidt dwaasheid uit.

  • 28Een dwaas zelfs, die zwijgt, zal wijs geacht worden, en die zijn lippen toesluit, verstandig.

  • Spr 10:10-11
    2 verzen
    75%

    10Die met het oog wenkt, richt smart aan; en een dwaas van lippen zal omgeworpen worden.

    11De mond des rechtvaardigen is een springader des levens; maar het geweld bedekt den mond der goddelozen.

  • Spr 13:2-3
    2 verzen
    75%

    2Een ieder zal van de vrucht des monds het goede eten; maar de ziel der trouwelozen het geweld.

    3Die zijn mond bewaart, behoudt zijn ziel; maar voor hem is verstoring, die zijn lippen wijd opendoet.

  • Spr 26:4-6
    3 verzen
    75%

    4Antwoord den zot naar zijn dwaasheid niet, opdat gij ook hem niet gelijk wordt.

    5Antwoord den zot naar zijn dwaasheid, opdat hij in zijn ogen niet wijs zij.

    6Hij snijdt zich de voeten af, en drinkt geweld, die boodschappen zendt door de hand van een zot.

  • 3En ook wanneer de dwaas op den weg wandelt, zijn hart ontbreekt hem, en hij zegt tot een iegelijk, dat hij dwaas is.

  • 4De woorden van den mond eens mans zijn diepe wateren; en de springader der wijsheid is een uitstortende beek.

  • 7Alle wijsheid is voor den dwaze te hoog; hij zal in de poort zijn mond niet opendoen.

  • 12Hebt gij een man gezien, die wijs in zijn ogen is! Van een zot is meer verwachting dan van hem.

  • 2De zot heeft geen lust aan verstandigheid, maar daarin, dat zijn hart zich ontdekt.

  • 20Hebt gij een man gezien, die haastig in zijn woorden is? Van een zot is meer verwachting dan van hem.

  • 24Der wijzen kroon is hun rijkdom; de dwaasheid der zotten is dwaasheid.

  • 1De arme, in zijn oprechtheid wandelende, is beter dan de verkeerde van lippen, en die een zot is.

  • 3Want hij vleit zichzelven in zijn ogen, als men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten is.

  • 20Van de vrucht van ieders mond zal zijn buik verzadigd worden; hij zal verzadigd worden van de inkomst zijner lippen.

  • 16De wijze vreest, en wijkt van het kwade; maar de zot is oplopende toornig, en zorgeloos.

  • 24In het aangezicht des verstandigen is wijsheid; maar de ogen des zots zijn in het einde der aarde.

  • 23Die zijn mond en zijn tong bewaart, bewaart zijn ziel van benauwdheden.