Spreuken 13:1

Statenvertaling (States Bible)

Een wijs zoon hoort de tucht des vaders; maar een spotter hoort de bestraffing niet.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 10:1 : 1 De spreuken van Salomo. Een wijs zoon verblijdt den vader; maar een zot zoon is zijner moeder droefheid.
  • Spr 15:20 : 20 Een wijs zoon zal den vader verblijden; maar een zot mens veracht zijn moeder.
  • Spr 9:7-8 : 7 Wie den spotter tuchtigt, behaalt zich schande; en die den goddeloze bestraft, zijn schandvlek. 8 Bestraf den spotter niet, opdat hij u niet hate; bestraf den wijze, en hij zal u liefhebben.
  • Jes 28:14-15 : 14 Daarom, hoort des HEEREN woord, gij bespotters, gij heersers over dit volk, dat te Jeruzalem is! 15 Omdat gijlieden zegt: Wij hebben een verbond met den dood gemaakt, en met de hel hebben wij een voorzichtig verdrag gemaakt; wanneer de overvloeiende gesel doortrekken zal, zal hij tot ons niet komen; want wij hebben de leugen ons tot een toevlucht gesteld, en onder de valsheid hebben wij ons verborgen.
  • Spr 14:6 : 6 De spotter zoekt wijsheid, en er is gene; maar de wetenschap is voor den verstandige licht.
  • Spr 15:5 : 5 Een dwaas zal de tucht zijns vaders versmaden; maar die de bestraffing waarneemt, zal kloekzinniglijk handelen.
  • 1 Sam 2:25 : 25 Wanneer een mens tegen een mens zondigt, zo zullen de goden hem oordelen; maar wanneer een mens tegen den HEERE zondigt, wie zal voor hem bidden? Doch zij hoorden de stem huns vaders niet, want de HEERE wilde hen doden.
  • Spr 4:1-9 : 1 Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten. 2 Dewijl ik ulieden goede leer geve, verlaat mijn wet niet. 3 Want ik was mijns vaders zoon, teder, en een enige voor het aangezicht mijner moeder. 4 Hij nu leerde mij, en zeide tot mij: Uw hart houde mijn woorden vast, onderhoud mijn geboden, en leef. 5 Verkrijg wijsheid, verkrijg verstand; vergeet niet, en wijk niet van de redenen mijns monds. 6 Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren. 7 De wijsheid is het voornaamste; verkrijg dan wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting. 8 Verhef ze, en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, als gij haar omhelzen zult. 9 Zij zal uw hoofd een aangenaam toevoegsel geven, een sierlijke kroon zal zij u leveren. 10 Hoor, mijn zoon! en neem mijn redenen aan, en de jaren des levens zullen u vermenigvuldigd worden. 11 Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen. 12 In uw gaan zal uw tred niet benauwd worden, en indien gij loopt, zult gij niet struikelen. 13 Grijp de tucht aan, laat niet af; bewaar ze, want zij is uw leven. 14 Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.
  • Spr 4:20-22 : 20 Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen. 21 Laat ze niet wijken van uw ogen, behoud ze in het midden uws harten. 22 Want zij zijn het leven dengenen, die ze vinden, en een medicijn voor hun gehele vlees.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 5Een dwaas zal de tucht zijns vaders versmaden; maar die de bestraffing waarneemt, zal kloekzinniglijk handelen.

  • 12De spotter zal niet liefhebben, die hem bestraft; hij zal niet gaan tot de wijzen.

  • Spr 19:25-27
    3 verzen
    78%

    25Sla de spotter, zo zal de slechte kloekzinnig worden; en bestraf den verstandige, hij zal wetenschap begrijpen.

    26Wie de vader verwoest, of de moeder verjaagt, is een zoon, die beschaamd maakt, en schande aandoet.

    27Laat af, mijn zoon, horende de tucht, af te dwalen van de redenen der wetenschap.

  • 20Een wijs zoon zal den vader verblijden; maar een zot mens veracht zijn moeder.

  • Spr 15:31-32
    2 verzen
    78%

    31Het oor, dat de bestraffing des levens hoort, zal in het midden der wijzen vernachten.

    32Die de tucht verwerpt, die versmaadt zijn ziel; maar die de bestraffing hoort, krijgt verstand.

  • 1Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten.

  • Spr 9:7-9
    3 verzen
    77%

    7Wie den spotter tuchtigt, behaalt zich schande; en die den goddeloze bestraft, zijn schandvlek.

    8Bestraf den spotter niet, opdat hij u niet hate; bestraf den wijze, en hij zal u liefhebben.

    9Leer den wijze, zo zal hij nog wijzer worden; onderwijs den rechtvaardige, zo zal hij in leer toenemen.

  • 18Armoede en schande is desgenen, die de tucht verwerpt; maar die de bestraffing waarneemt; zal geeerd worden.

  • 6De spotter zoekt wijsheid, en er is gene; maar de wetenschap is voor den verstandige licht.

  • Spr 1:7-8
    2 verzen
    76%

    7De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht.

    8Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet;

  • 1De spreuken van Salomo. Een wijs zoon verblijdt den vader; maar een zot zoon is zijner moeder droefheid.

  • Spr 3:11-12
    2 verzen
    76%

    11Mijn zoon! verwerp de tucht des HEEREN niet, en wees niet verdrietig over Zijn kastijding;

    12Want de HEERE kastijdt dengene, dien Hij liefheeft, ja, gelijk een vader den zoon, in denwelken hij een welbehagen heeft.

  • 18Wanneer iemand een moedwilligen en wederspannigen zoon heeft, die de stem zijns vaders en de stem zijner moeder niet gehoorzaam is; en zij hem gekastijd zullen hebben, en hij naar hen niet horen zal,

  • 33Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet.

  • 25Een zotte zoon is een verdriet voor zijn vader, en bittere droefheid voor degene, die hem gebaard heeft.

  • 24Die zijn roede inhoudt, haat zijn zoon; maar die hem liefheeft, zoekt hem vroeg met tuchtiging.

  • 11Zijt wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart; opdat ik mijn smader wat te antwoorden heb.

  • 11Als men den spotter straft, wordt de slechte wijs; en als men den wijze onderricht, neemt hij wetenschap aan.

  • 17Het pad tot het leven is desgenen die de tucht bewaart; maar die de bestraffing verlaat, doet dwalen.

  • 1Wie de tucht liefheeft, die heeft de wetenschap lief; maar wie de bestraffing haat, is onvernuftig.

  • 5Het is beter te horen het bestraffen des wijzen, dan dat iemand hore het gezang der dwazen.

  • 7Die de wet bewaart, is een verstandig zoon; maar die der vraten metgezel is, beschaamt zijn vader.

  • 1Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;

  • 15De roede, en de bestraffing geeft wijsheid; maar een kind, dat aan zichzelf gelaten is, beschaamt zijn moeder.

  • 13Beter is een arm en wijs jongeling, dan een oud en zot koning, die niet weet van meer vermaand te worden.

  • 13Weer de tucht van den jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan, zal hij niet sterven.

  • 10De bestraffing gaat dieper in den verstandige, dan den zot honderd maal te slaan.

  • 2Een verstandig knecht zal heersen over een zoon, die beschaamd maakt, en in het midden der broederen zal hij erfenis delen.

  • 15De dwaasheid is in het hart des jongen gebonden; de roede der tucht zal ze verre van hem wegdoen.

  • 18Tuchtig uw zoon, als er nog hoop is; maar verhef uw ziel niet, om hem te doden.

  • Heb 12:6-7
    2 verzen
    72%

    6Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon, die Hij aanneemt.

    7Indien gij de kastijding verdraagt, zo gedraagt Zich God jegens u als zonen; (want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt?)

  • 5Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen.

  • 12Een wijs bestraffer bij een horend oor, is een gouden oorsiersel, en een halssieraad van het fijnste goud.

  • 15De weg des dwazen is recht in zijn ogen; maar die naar raad hoort, is wijs.

  • 13Een zotte zoon is zijn vader grote ellende; en de kijvingen ener vrouw als een gestadig druipen.

  • 15Mijn zoon! zo uw hart wijs is, mijn hart zal blijde zijn, ja, ik.

  • 19Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.

  • 21Wie een zot genereert, die zal hem tot droefheid zijn; en de vader des dwazen zal zich niet verblijden.

  • 13In de lippen des verstandigen wordt wijsheid gevonden; maar op den rug des verstandelozen de roede.

  • 2Een ieder zal van de vrucht des monds het goede eten; maar de ziel der trouwelozen het geweld.

  • 24Die een hovaardig pocher is, zijn naam is spotter; hij gaat met hovaardige verbolgenheid te werk.

  • 5Die den arme bespot, smaadt deszelfs Maker; die zich verblijdt in het verderf, zal niet onschuldig zijn.