Spreuken 12:28

Statenvertaling (States Bible)

In het pad der gerechtigheid is het leven; en in den weg van haar voetpad is de dood niet.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 3 Joh 1:11 : 11 Geliefde, volgt het kwade niet na, maar het goede. Die goed doet, is uit God; maar die kwaad doet, heeft God niet gezien.
  • Deut 30:15 : 15 Ziet, ik heb u heden voorgesteld het leven, en het goede, en den dood, en het kwade.
  • Spr 8:35 : 35 Want die Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van den HEERE.
  • Spr 9:11 : 11 Want door Mij zullen uw dagen vermenigvuldigen, en de jaren des levens zullen u toegedaan worden.
  • Spr 10:16 : 16 Het werk des rechtvaardigen is ten leven; de inkomst des goddelozen is ter zonde.
  • Spr 11:19 : 19 Alzo is de gerechtigheid ten leven, gelijk die het kwade najaagt, naar zijn dood jaagt.
  • Ezech 18:9 : 9 In Mijn inzettingen wandelt, en Mijn rechten onderhoudt, om trouwelijk te handelen; die rechtvaardige zal gewisselijk leven, spreekt de Heere HEERE.
  • Ezech 18:20-24 : 20 De ziel, die zondigt, die zal sterven; de zoon zal niet dragen de ongerechtigheid des vaders, en de vader zal niet dragen de ongerechtigheid des zoons; de gerechtigheid des rechtvaardigen zal op hem zijn, en de goddeloosheid des goddelozen zal op hem zijn. 21 Maar wanneer de goddeloze zich bekeert van al zijn zonden, die hij gedaan heeft, en al Mijn inzettingen onderhoudt, en doet recht en gerechtigheid, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven. 22 Al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, zullen hem niet gedacht worden; in zijn gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven. 23 Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve? 24 Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, doende naar al de gruwelen, die de goddeloze doet, zou die leven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; in zijn overtreding, waardoor hij overtreden heeft, en in zijn zonde, die hij gezondigd heeft, in die zal hij sterven.
  • Rom 5:21 : 21 Opdat, gelijk de zonde geheerst heeft tot den dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen Heere.
  • Rom 6:22-23 : 22 Maar nu, van de zonde vrijgemaakt zijnde, en Gode dienstbaar gemaakt zijnde, hebt gij uw vrucht tot heiligmaking, en het einde het eeuwige leven. 23 Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.
  • Tit 2:11-12 : 11 Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. 12 En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld;
  • 1 Joh 2:29 : 29 Indien gij weet, dat Hij rechtvaardig is, zo weet gij, dat een iegelijk, die de rechtvaardigheid doet, uit Hem geboren is.
  • 1 Joh 3:7 : 7 Kinderkens, dat u niemand verleide. Die de rechtvaardigheid doet, die is rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 12Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods.

  • 25Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods.

  • 19Alzo is de gerechtigheid ten leven, gelijk die het kwade najaagt, naar zijn dood jaagt.

  • Spr 2:19-20
    2 verzen
    79%

    19Allen die tot haar ingaan, zullen niet wederkomen, en zullen de paden des levens niet aantreffen;

    20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.

  • Spr 11:3-6
    4 verzen
    78%

    3De oprechtheid der oprechten leidt hen; maar de verkeerdheid der trouwelozen verstoort hen.

    4Goed doet geen nut ten dage der verbolgenheid; maar de gerechtigheid redt van den dood.

    5De gerechtigheid des oprechten maakt zijn weg recht; maar de goddeloze valt door zijn goddeloosheid.

    6De gerechtigheid der vromen zal hen redden; maar de trouwelozen worden gevangen in hun verkeerdheid.

  • 2Schatten der goddeloosheid doen geen nut; maar de gerechtigheid redt van den dood.

  • 24De weg des levens is den verstandige naar boven; opdat hij afwijke van de hel, beneden.

  • 32De goddeloze zal heengedreven worden in zijn kwaad; maar de rechtvaardige betrouwt zelfs in zijn dood.

  • 21Die rechtvaardigheid en weldadigheid najaagt, zal het leven, rechtvaardigheid en eer vinden.

  • Spr 10:16-17
    2 verzen
    75%

    16Het werk des rechtvaardigen is ten leven; de inkomst des goddelozen is ter zonde.

    17Het pad tot het leven is desgenen die de tucht bewaart; maar die de bestraffing verlaat, doet dwalen.

  • 9Dan zult gij verstaan gerechtigheid, en recht, en billijkheden, en alle goed pad.

  • 19De weg des luiaards is als een doornheg; maar het pad der oprechten is wel gebaand.

  • 29De weg des HEEREN is voor den oprechte sterkte; maar voor de werkers der ongerechtigheid verstoring.

  • 20Ik doe wandelen op den weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts;

  • 17De baan der oprechten is van het kwaad af te wijken; hij behoedt zijn ziel, die zijn weg bewaart.

  • Spr 13:14-15
    2 verzen
    74%

    14Des wijzen leer is een springader des levens, om af te wijken van de strikken des doods.

    15Goed verstand geeft aangenaamheid; maar de weg der trouwelozen is streng.

  • Spr 12:26-27
    2 verzen
    74%

    26De rechtvaardige is voortreffelijker dan zijn naaste; maar de weg der goddelozen doet hen dwalen.

    27Een bedrieger zal zijn jachtvang niet braden; maar het kostelijk goed des mensen is des vlijtigen.

  • 18Als de rechtvaardige afkeert van zijn gerechtigheid, en doet onrecht, zo zal hij daarin sterven.

  • 6De gerechtigheid bewaart den oprechte van weg; maar de goddeloosheid zal den zondaar omkeren.

  • 18Die oprecht wandelt, zal behouden worden; maar die zich verkeerdelijk gedraagt in twee wegen, zal in den enen vallen.

  • 26Als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, en sterft in dezelve, hij zal in zijn onrecht, dat hij gedaan heeft, sterven.

  • 16Een mens, die van den weg des verstands afdwaalt, zal in de gemeente der doden rusten.

  • 7Het pad des rechtvaardigen is geheel effen, den gang des rechtvaardigen weegt Gij recht.

  • 73%

    6Want de HEERE kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan.

  • 13Ook zal de HEERE het goede geven; en ons land zal zijn vrucht geven. [ (Psalms 85:14) De gerechtigheid zal voor Zijn aangezicht henengaan, en Hij zal ze zetten op den weg Zijner voetstappen. ]

  • 27De vreze des HEEREN is een springader des levens, om af te wijken van de strikken des doods.

  • Spr 4:11-12
    2 verzen
    72%

    11Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen.

    12In uw gaan zal uw tred niet benauwd worden, en indien gij loopt, zult gij niet struikelen.

  • 18Maar het pad der rechtvaardigen is gelijk een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot den vollen dag toe.

  • 16Die het gebod bewaart, bewaart zijn ziel; die zijn wegen veracht, zal sterven.

  • 15Dit alles heb ik gezien in de dagen mijner ijdelheid; er is een rechtvaardige, die in zijn gerechtigheid omkomt; daarentegen is er een goddeloze, die in zijn boosheid zijn dagen verlengt.

  • 17Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.

  • Spr 4:14-15
    2 verzen
    71%

    14Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.

    15Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

  • 8Beter is een weinig met gerechtigheid, dan de veelheid der inkomsten zonder recht.

  • 6De arme, wandelende in zijn oprechtheid, is beter, dan die verkeerd is van wegen, al is hij rijk.

  • 19Zo zijn de paden van een iegelijk, die gierigheid pleegt; zij zal de ziel van haar meester vangen.

  • 5Doornen en strikken, zijn in den weg des verkeerden; die zijn ziel bewaart, zal zich verre van die maken.

  • 8En tot dit volk zult gij zeggen: Zo zegt de HEERE: Ziet, Ik stel voor ulieder aangezicht den weg des levens en den weg des doods.

  • 23Dan zult gij uw weg zeker wandelen, en gij zult uw voet niet stoten.

  • 30De vrucht des rechtvaardigen is een boom des levens; en wie zielen vangt, is wijs.

  • 10De tucht is onaangenaam voor dengene die het pad verlaat; en die de bestraffing haat, zal sterven.

  • 17Wees niet al te goddeloos, noch wees al te dwaas; waarom zoudt gij sterven buiten uw tijd?