Spreuken 4:14

Statenvertaling (States Bible)

Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 1:15 : 15 Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.
  • Ps 1:1 : 1 Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters;
  • Spr 1:10 : 10 Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;
  • 1 Kor 15:33 : 33 Dwaalt niet, kwade samensprekingen verderven goede zeden.
  • Ps 26:4-5 : 4 Ik zit niet bij ijdele lieden, en met bedekte lieden ga ik niet om. 5 Ik haat de vergadering der boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet.
  • Spr 2:11-12 : 11 Zo zal de bedachtzaamheid over u de wacht houden, de verstandigheid zal u behoeden; 12 Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt;
  • Spr 9:6 : 6 Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.
  • Spr 13:20 : 20 Die met de wijzen omgaat, zal wijs worden; maar die der zotten metgezel is, zal verbroken worden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 15Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

  • Spr 1:15-16
    2 verzen
    83%

    15Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

    16Want hun voeten lopen ten boze; en zij haasten zich om bloed te storten.

  • Spr 4:26-27
    2 verzen
    82%

    26Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn.

    27Wijk niet ter rechter hand of ter linkerhand, wend uw voet af van het kwade.

  • Spr 2:19-20
    2 verzen
    80%

    19Allen die tot haar ingaan, zullen niet wederkomen, en zullen de paden des levens niet aantreffen;

    20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.

  • 25Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

  • 17De baan der oprechten is van het kwaad af te wijken; hij behoedt zijn ziel, die zijn weg bewaart.

  • 10Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;

  • Spr 4:11-13
    3 verzen
    77%

    11Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen.

    12In uw gaan zal uw tred niet benauwd worden, en indien gij loopt, zult gij niet struikelen.

    13Grijp de tucht aan, laat niet af; bewaar ze, want zij is uw leven.

  • 1Zijt niet nijdig over de boze lieden, en laat u niet gelusten, om bij hen te zijn.

  • Spr 2:12-13
    2 verzen
    76%

    12Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt;

    13Van degenen, die de paden der oprechtheid verlaten, om te gaan in de wegen der duisternis;

  • 19De weg der goddelozen is als donkerheid, zij weten niet, waarover zij struikelen zullen.

  • Ps 34:13-14
    2 verzen
    76%

    13Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien?

    14Nun. Bewaar uw tong van het kwaad, en uw lippen van bedrog te spreken.

  • 8Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;

  • 8En gaat over weg in gezelschap met de werkers der ongerechtigheid, en wandelt met goddeloze lieden.

  • 4Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enigen handel in goddeloosheid te handelen, met mannen, die ongerechtigheid werken; en dat ik niet ete van hun lekkernijen.

  • 19Ontsteek u niet over de boosdoeners; zijt niet nijdig over de goddelozen.

  • Spr 22:24-25
    2 verzen
    74%

    24Vergezelschap u niet met een grammoedige, en ga niet om met een zeer grimmig man;

    25Opdat gij zijn paden niet leert, en een strik over uw ziel haalt.

  • 15Loer niet, o goddeloze! op de woning des rechtvaardigen; verwoest zijn legerplaats niet.

  • 15Hebt gij het pad der eeuw waargenomen, dat de ongerechtige lieden betreden hebben?

  • 5Doornen en strikken, zijn in den weg des verkeerden; die zijn ziel bewaart, zal zich verre van die maken.

  • 7Zijt niet wijs in uw ogen; vrees den HEERE, en wijk van het kwade.

  • 73%

    1Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters;

  • 3Trek mij niet weg met de goddelozen, en met de werkers der ongerechtigheid, die van vrede spreken met hun naasten, maar kwaad is in hun hart.

  • 31Zijt niet nijdig over een man des gewelds, en verkies geen van zijn wegen.

  • 6Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.

  • 6Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.

  • 29Een man des gewelds verlokt zijn naaste, en hij leidt hem in een weg, die niet goed is.

  • 4Het verkeerde hart zal van mij wijken; den boze zal ik niet kennen.

  • 17Het pad tot het leven is desgenen die de tucht bewaart; maar die de bestraffing verlaat, doet dwalen.

  • 15Welker paden verkeerd zijn, en afwijkende in hun sporen;

  • 19De kwaden buigen voor het aangezicht der goeden neder, en de goddelozen voor de poorten des rechtvaardigen.

  • 27Samech. Wijk af van het kwade, en doe het goede, en woon in eeuwigheid.

  • 7Ga weg van de tegenwoordigheid eens zotten mans; want gij zoudt bij hem geen lippen der wetenschap merken.

  • 24Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong.

  • 13Die kwaad voor goed vergeldt, het kwaad zal van zijn huis niet wijken.

  • 2Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, dat gij u neigt naar de menigte, om het recht te buigen.

  • 11Dag en nacht omringen zij haar op haar muren; en ongerechtigheid en overlast is binnen in haar.

  • 20Die met de wijzen omgaat, zal wijs worden; maar die der zotten metgezel is, zal verbroken worden.

  • 4Zij scherpen hun tong, als een slang; heet addervergift is onder hun lippen. Sela.

  • 28In het pad der gerechtigheid is het leven; en in den weg van haar voetpad is de dood niet.

  • 15Goed verstand geeft aangenaamheid; maar de weg der trouwelozen is streng.

  • 16De wijze vreest, en wijkt van het kwade; maar de zot is oplopende toornig, en zorgeloos.