Spreuken 16:29

Statenvertaling (States Bible)

Een man des gewelds verlokt zijn naaste, en hij leidt hem in een weg, die niet goed is.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Sam 19:11 : 11 Maar Saul zond boden heen tot Davids huis, dat zij hem bewaarden, en dat zij hem des morgens doodden. Dit gaf Michal, zijn huisvrouw, David te kennen, zeggende: Indien gij uw ziel dezen nacht niet behoedt, zo zult gij morgen gedood worden.
  • 1 Sam 19:17 : 17 Toen zeide Saul tot Michal: Waarom hebt gij mij alzo bedrogen en hebt mijn vijand laten gaan, dat hij ontkomen is? Michal nu zeide tot Saul: Hij zeide tot mij: Laat mij gaan, waarom zou ik u doden?
  • 1 Sam 22:7-9 : 7 Toen zeide Saul tot zijn knechten, die bij hem stonden: Hoort toch, gij, zonen van Jemini, zal ook de zoon van Isai u altegader akkers en wijnbergen geven? Zal hij u allen tot oversten van duizenden, en oversten van honderden stellen? 8 Dat gij u allen tegen mij verbonden hebt, en niemand voor mijn oor openbaart, dat mijn zoon een verbond gemaakt heeft met den zoon van Isai; en niemand is onder ulieden, dien het wee doet van mijnentwege, en die het voor mijn oor openbaart; want mijn zoon heeft mijn knecht tegen mij opgewekt, tot een lagenlegger, gelijk het te dezen dage is. 9 Toen antwoordde Doeg, de Edomiet, die bij de knechten van Saul stond, en zeide: Ik zag den zoon van Isai, komende te Nob, tot Achimelech, den zoon van Ahitub;
  • 1 Sam 23:19-21 : 19 Toen togen de Zifieten op tot Saul naar Gibea, zeggende: Heeft zich niet David bij ons verborgen in de vestingen in het woud, op den heuvel van Hachila, die aan de rechterhand der wildernis is? 20 Nu dan, o koning, kom spoedig af naar al de begeerte uwer ziel; en het komt ons toe hem over te geven in de hand des konings. 21 Toen zeide Saul: Gezegend zijt gijlieden den HEERE, dat gij u over mij ontfermd hebt!
  • Neh 6:13 : 13 Daarom was hij gehuurd, opdat ik zou vrezen, en alzo doen, en zondigen; opdat zij iets zouden hebben tot een kwaden naam, opdat zij mij zouden honen.
  • Spr 1:10-14 : 10 Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet; 11 Indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, ons versteken tegen den onschuldige, zonder oorzaak; 12 Laat ons hen levend verslinden, als het graf; ja, geheel en al, gelijk die in den kuil nederdalen; 13 Alle kostelijk goed zullen wij vinden, onze huizen zullen wij met roof vullen. 14 Gij zult uw lot midden onder ons werpen; wij zullen allen een buidel hebben.
  • Spr 2:12-15 : 12 Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt; 13 Van degenen, die de paden der oprechtheid verlaten, om te gaan in de wegen der duisternis; 14 Die blijde zijn in het kwaad doen, zich verheugen in de verkeerdheden des kwaden; 15 Welker paden verkeerd zijn, en afwijkende in hun sporen;
  • Spr 3:31 : 31 Zijt niet nijdig over een man des gewelds, en verkies geen van zijn wegen.
  • Spr 12:26 : 26 De rechtvaardige is voortreffelijker dan zijn naaste; maar de weg der goddelozen doet hen dwalen.
  • 2 Petr 3:17 : 17 Gij dan, geliefden, zulks te voren wetende, wacht u, dat gij niet door de verleiding der gruwelijke mensen mede afgerukt wordt, en uitvalt van uw vastigheid;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 16:27-28
    2 verzen
    81%

    27Een Belialsman graaft kwaad; en op zijn lippen is als brandend vuur.

    28Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt den voornaamsten vriend.

  • 30Hij sluit zijn ogen, om verkeerdheden te bedenken; zijn lippen bijtende, volbrengt hij het kwaad.

  • 26De rechtvaardige is voortreffelijker dan zijn naaste; maar de weg der goddelozen doet hen dwalen.

  • Spr 29:5-6
    2 verzen
    76%

    5Een man, die zijn naaste vleit, spreidt een net uit voor deszelfs gangen.

    6In de overtreding eens bozen mans is een strik; maar de rechtvaardige juicht en is blijde.

  • 22Een toornig man verwekt gekijf; en de grammoedige is veelvoudig in overtreding.

  • Spr 17:18-20
    3 verzen
    75%

    18Een verstandeloos mens klapt in de hand, zich borg stellende bij zijn naaste.

    19Die het gekijf liefheeft, heeft de overtreding lief; die zijn deur verhoogt, zoekt verbreking.

    20Wie verdraaid is van hart, zal het goede niet vinden; en die verkeerd is met zijn tong, zal in het kwaad vallen.

  • Spr 26:18-19
    2 verzen
    74%

    18Gelijk een, die zich veinst te razen, die vuursprankelen, pijlen en dodelijke dingen werpt;

    19Alzo is een man, die zijn naaste bedriegt, en zegt: Jok ik er niet mede?

  • 11Zekerlijk, de wederspannige zoekt het kwaad; maar een wrede bode zal tegen hem gezonden worden.

  • 14In zijn hart zijn verkeerdheden, hij smeedt te aller tijd kwaad; hij werpt twisten in.

  • 12Een Belialsmens, een ondeugdzaam man gaat met verkeerdheid des monds om;

  • Spr 1:10-11
    2 verzen
    73%

    10Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;

    11Indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, ons versteken tegen den onschuldige, zonder oorzaak;

  • 29Een goddeloos man sterkt zich in zijn aangezicht; maar de oprechte, die maakt zijn weg vast.

  • Spr 1:15-16
    2 verzen
    73%

    15Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

    16Want hun voeten lopen ten boze; en zij haasten zich om bloed te storten.

  • Spr 25:17-18
    2 verzen
    73%

    17Spaar uw voet van het huis uws naasten, opdat hij niet zat van u worde, en u hate.

    18Een man, tegen zijn naaste een valse getuigenis sprekende, is een hamer, en zwaard, en scherpe pijl.

  • Spr 4:14-15
    2 verzen
    73%

    14Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.

    15Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

  • Spr 3:29-31
    3 verzen
    73%

    29Smeed geen kwaad tegen uw naaste, aangezien hij met vertrouwen bij u woont.

    30Twist met een mens niet zonder oorzaak, zo hij u geen kwaad gedaan heeft.

    31Zijt niet nijdig over een man des gewelds, en verkies geen van zijn wegen.

  • 10De ziel des goddelozen begeert het kwaad; zijn naaste krijgt geen genade in zijn ogen.

  • 10Die de oprechten doet dwalen op een kwaden weg, zal zelf in zijn gracht vallen; maar de vromen zullen het goede beerven.

  • 11Vurige kolen moeten op hen geschud worden; Hij doe hen vallen in het vuur, in diepe kuilen, dat zij niet weder opstaan.

  • 3Trek mij niet weg met de goddelozen, en met de werkers der ongerechtigheid, die van vrede spreken met hun naasten, maar kwaad is in hun hart.

  • 12Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt;

  • Spr 22:24-25
    2 verzen
    72%

    24Vergezelschap u niet met een grammoedige, en ga niet om met een zeer grimmig man;

    25Opdat gij zijn paden niet leert, en een strik over uw ziel haalt.

  • 3Want hij vleit zichzelven in zijn ogen, als men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten is.

  • 21Die een mens schuldig maken om een woord, en leggen dien strikken, die hen bestraft in de poort; en die den rechtvaardige verdrijven in het woeste.

  • 8Die denkt om kwaad te doen, dien zal men een meester van schandelijke verdichtselen noemen.

  • 2Een ieder zal van de vrucht des monds het goede eten; maar de ziel der trouwelozen het geweld.

  • 23De goddeloze zal het geschenk uit den schoot nemen, om de paden des rechts te buigen.

  • 19Een vals getuige, die leugenen blaast; en die tussen broederen krakelen inwerpt.

  • 15Loer niet, o goddeloze! op de woning des rechtvaardigen; verwoest zijn legerplaats niet.

  • 13Die kwaad voor goed vergeldt, het kwaad zal van zijn huis niet wijken.

  • 27Wie het goede vroeg nazoekt, zoekt welgevalligheid; maar wie het kwade natracht, dien zal het overkomen.

  • 17Die haastig is tot toorn, zal dwaasheid doen; en een man van schandelijke verdichtselen zal gehaat worden.

  • 17Een mens, gedrukt om het bloed ener ziel, zal naar den kuil toevlieden; men ondersteune hem niet!

  • Spr 15:18-19
    2 verzen
    71%

    18Een grimmig man zal gekijf verwekken; maar de lankmoedige zal den twist stillen.

    19De weg des luiaards is als een doornheg; maar het pad der oprechten is wel gebaand.

  • 15Welker paden verkeerd zijn, en afwijkende in hun sporen;

  • 3De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.

  • 7De verwoesting der goddelozen zal hen doorsnijden, omdat zij weigeren recht te doen.