Spreuken 1:15

Statenvertaling (States Bible)

Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 119:101 : 101 Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.
  • Ps 1:1 : 1 Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters;
  • Ps 26:4-5 : 4 Ik zit niet bij ijdele lieden, en met bedekte lieden ga ik niet om. 5 Ik haat de vergadering der boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet.
  • 2 Kor 6:17 : 17 Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen.
  • Spr 4:14-15 : 14 Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen. 15 Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.
  • Spr 4:27 : 27 Wijk niet ter rechter hand of ter linkerhand, wend uw voet af van het kwade.
  • Spr 5:8 : 8 Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;
  • Spr 9:6 : 6 Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.
  • Spr 13:20 : 20 Die met de wijzen omgaat, zal wijs worden; maar die der zotten metgezel is, zal verbroken worden.
  • Jer 14:10 : 10 Alzo zegt de HEERE van dit volk: Zij hebben zo liefgehad te zwerven, zij hebben hun voeten niet bedwongen; daarom heeft de HEERE geen welgevallen aan hen, nu zal Hij hunner ongerechtigheden gedenken, en hun zonden bezoeken.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 4:14-15
    2 verzen
    84%

    14Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.

    15Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

  • 16Want hun voeten lopen ten boze; en zij haasten zich om bloed te storten.

  • Spr 1:10-11
    2 verzen
    82%

    10Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;

    11Indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, ons versteken tegen den onschuldige, zonder oorzaak;

  • Spr 4:26-27
    2 verzen
    79%

    26Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn.

    27Wijk niet ter rechter hand of ter linkerhand, wend uw voet af van het kwade.

  • 25Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

  • 20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.

  • 19Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.

  • 25Opdat gij zijn paden niet leert, en een strik over uw ziel haalt.

  • Spr 5:6-8
    3 verzen
    77%

    6Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.

    7Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.

    8Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;

  • 27Laat af, mijn zoon, horende de tucht, af te dwalen van de redenen der wetenschap.

  • 8Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet;

  • Spr 2:12-13
    2 verzen
    76%

    12Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt;

    13Van degenen, die de paden der oprechtheid verlaten, om te gaan in de wegen der duisternis;

  • Spr 22:5-6
    2 verzen
    76%

    5Doornen en strikken, zijn in den weg des verkeerden; die zijn ziel bewaart, zal zich verre van die maken.

    6Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.

  • 15Welker paden verkeerd zijn, en afwijkende in hun sporen;

  • Spr 4:19-20
    2 verzen
    76%

    19De weg der goddelozen is als donkerheid, zij weten niet, waarover zij struikelen zullen.

    20Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen.

  • 17De baan der oprechten is van het kwaad af te wijken; hij behoedt zijn ziel, die zijn weg bewaart.

  • 15Hebt gij het pad der eeuw waargenomen, dat de ongerechtige lieden betreden hebben?

  • 14Gij zult uw lot midden onder ons werpen; wij zullen allen een buidel hebben.

  • 17Spaar uw voet van het huis uws naasten, opdat hij niet zat van u worde, en u hate.

  • Rom 3:15-16
    2 verzen
    75%

    15Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;

    16Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;

  • 21Mijn zoon! laat ze niet afwijken van uw ogen; bewaar de bestendige wijsheid en bedachtzaamheid.

  • 5Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.

  • 1Zijt niet nijdig over de boze lieden, en laat u niet gelusten, om bij hen te zijn.

  • 20Die met de wijzen omgaat, zal wijs worden; maar die der zotten metgezel is, zal verbroken worden.

  • 20Mijn zoon, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet.

  • 1Wees niet te snel met uw mond, en uw hart haaste niet een woord voort te brengen voor Gods aangezicht; want God is in den hemel, en gij zijt op de aarde; daarom laat uw woorden weinig zijn.

  • 6Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.

  • 32Nu dan, kinderen! hoort naar Mij; want welgelukzalig zijn zij, die Mijn wegen bewaren.

  • 2Ook is de ziel zonder wetenschap niet goed; en die met de voeten haastig is, zondigt.

  • 101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.

  • Spr 4:11-12
    2 verzen
    74%

    11Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen.

    12In uw gaan zal uw tred niet benauwd worden, en indien gij loopt, zult gij niet struikelen.

  • 2Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, dat gij u neigt naar de menigte, om het recht te buigen.

  • 21Mijn zoon! vrees den HEERE en den koning; vermeng u niet met hen, die naar verandering staan;

  • 73%

    1Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters;

  • 26Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.

  • 73%

    7Zo zijt dan hun medegenoten niet.

  • 1Mijn zoon! vergeet mijn wet niet, maar uw hart beware mijn geboden.

  • 31Zijt niet nijdig over een man des gewelds, en verkies geen van zijn wegen.

  • 8En gaat over weg in gezelschap met de werkers der ongerechtigheid, en wandelt met goddeloze lieden.

  • 1Mijn zoon, bewaar mijn redenen, en leg mijn geboden bij u weg.