Spreuken 7:25

Statenvertaling (States Bible)

Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 5:8 : 8 Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;
  • Spr 5:23 : 23 Hij zal sterven, omdat hij zonder tucht geweest is, en in de grootheid zijner dwaasheid zal hij verdwalen.
  • Spr 6:25 : 25 Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.
  • Spr 23:31-33 : 31 Zie den wijn niet aan, als hij zich rood vertoont, als hij in den beker zijn verve geeft, als hij recht opgaat; 32 In zijn einde zal hij als een slang bijten, en steken als een adder. 33 Uw ogen zullen naar vreemde vrouwen zien, en uw hart zal verkeerdheden spreken.
  • Jes 53:6 : 6 Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.
  • Matt 5:28 : 28 Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aan ziet, om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan.
  • Ps 119:176 : 176 Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.
  • Spr 4:14-15 : 14 Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen. 15 Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 5:5-9
    5 verzen
    83%

    5Haar voeten dalen naar den dood, haar treden houden de hel vast.

    6Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.

    7Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.

    8Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;

    9Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;

  • Spr 6:24-26
    3 verzen
    81%

    24Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong.

    25Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.

    26Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.

  • Spr 7:26-27
    2 verzen
    80%

    26Want zij heeft veel gewonden nedergeveld, en al haar gedoden zijn machtig vele.

    27Haar huis zijn wegen des grafs, dalende naar de binnenkameren des doods.

  • Spr 2:15-20
    6 verzen
    79%

    15Welker paden verkeerd zijn, en afwijkende in hun sporen;

    16Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit;

    17Die den leidsman harer jonkheid verlaat, en het verbond haars Gods vergeet;

    18Want haar huis helt naar den dood, en haar paden naar de overledenen.

    19Allen die tot haar ingaan, zullen niet wederkomen, en zullen de paden des levens niet aantreffen;

    20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.

  • 15Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

  • 5Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit.

  • Spr 4:5-6
    2 verzen
    78%

    5Verkrijg wijsheid, verkrijg verstand; vergeet niet, en wijk niet van de redenen mijns monds.

    6Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren.

  • Spr 4:13-15
    3 verzen
    78%

    13Grijp de tucht aan, laat niet af; bewaar ze, want zij is uw leven.

    14Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.

    15Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

  • 17Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.

  • 8Voorbijgaande op de straat, nevens haar hoek, en hij trad op den weg van haar huis.

  • 3Geeft aan de vrouwen uw vermogen niet, noch uw wegen, om koningen te verdelgen.

  • 20En waarom zoudt gij, mijn zoon, in een vreemde dolen, en den schoot der onbekende omvangen?

  • Spr 7:10-12
    3 verzen
    76%

    10En ziet, een vrouw ontmoette hem in hoerenversiersel, en met het hart op haar hoede;

    11Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet;

    12Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;

  • Spr 23:26-27
    2 verzen
    76%

    26Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.

    27Want een hoer is een diepe gracht, en een vreemde vrouw is een enge put.

  • 19Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.

  • 24Nu dan, kinderen, hoort naar mij, en luistert naar de redenen mijns monds.

  • 10Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;

  • Spr 7:21-22
    2 verzen
    75%

    21Zij bewoog hem door de veelheid van haar onderricht, zij dreef hem aan door het gevlei harer lippen.

    22Hij ging haar straks achterna, gelijk een os ter slachting gaat, en gelijk een dwaas tot de tuchtiging der boeien.

  • 26En ik vond een bitterder ding, dan de dood: een vrouw, welker hart netten en garen, en haar handen banden zijn; wie goed is voor Gods aangezicht, zal van haar ontkomen; daarentegen de zondaar zal van haar gevangen worden.

  • Spr 9:15-16
    2 verzen
    74%

    15Om te roepen degenen, die op den weg voorbijgaan, die hun paden recht maken, zeggende:

    16Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts; en tot den verstandeloze zegt zij:

  • 25Opdat gij zijn paden niet leert, en een strik over uw ziel haalt.

  • 21Laat ze niet wijken van uw ogen, behoud ze in het midden uws harten.

  • Spr 4:26-27
    2 verzen
    73%

    26Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn.

    27Wijk niet ter rechter hand of ter linkerhand, wend uw voet af van het kwade.

  • 33Uw ogen zullen naar vreemde vrouwen zien, en uw hart zal verkeerdheden spreken.

  • 4Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij:

  • 33Wat maakt gij uw weg goed, daar gij boelering zoekt? Waarom gij ook de booste hoeren uw wegen geleerd hebt.

  • 2Op de spits der hoge plaatsen, aan den weg, ter plaatse, waar paden zijn, staat Zij;

  • 5Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.

  • 5Doornen en strikken, zijn in den weg des verkeerden; die zijn ziel bewaart, zal zich verre van die maken.