Spreuken 3:17

Statenvertaling (States Bible)

Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 119:165 : 165 Die Uw wet beminnen, hebben groten vrede, en zij hebben geen aanstoot.
  • Matt 11:28-30 : 28 Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. 29 Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. 30 Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.
  • Luk 1:79 : 79 Om te verschijnen dengenen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods; om onze voeten te richten op den weg des vredes.
  • Rom 5:1 : 1 Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus;
  • Fil 4:8-9 : 8 Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve; 9 Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn.
  • Ps 119:174 : 174 O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.
  • Spr 2:10 : 10 Als de wijsheid in uw hart zal gekomen zijn, en de wetenschap voor uw ziel zal liefelijk zijn;
  • Spr 16:7 : 7 Als iemands wegen den HEERE behagen, zo zal Hij ook zijn vijanden met hem bevredigen.
  • Spr 22:18 : 18 Want het is liefelijk, als gij die in uw binnenste bewaart; zij zullen samen op uw lippen gepast worden.
  • Jes 26:3 : 3 Het is een bevestigd voornemen, Gij zult allerlei vrede bewaren, want men heeft op U vertrouwd.
  • Jes 57:19 : 19 Ik schep de vrucht der lippen, vrede, vrede dengenen, die verre zijn, en dengenen, die nabij zijn, zegt de HEERE, en Ik zal hen genezen.
  • Ps 19:10-11 : 10 De vreze des HEEREN is rein, bestaande tot in eeuwigheid, de rechten des HEEREN zijn waarheid, samen zijn zij rechtvaardig. 11 Zij zijn begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig en honigzeem.
  • Ps 25:10 : 10 Caph. Alle paden des HEEREN zijn goedertierenheid en waarheid, dengenen, die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren.
  • Ps 37:11 : 11 De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde erfelijk bezitten, en zich verlustigen over groten vrede.
  • Ps 63:3-5 : 3 Voorwaar, ik heb U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkheid en Uw eer; 4 Want Uw goedertierenheid is beter dan het leven; mijn lippen zouden U prijzen. 5 Alzo zou ik U loven in mijn leven; in Uw Naam zou ik mijn handen opheffen.
  • Ps 112:1 : 1 Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.
  • Ps 119:14 : 14 Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.
  • Ps 119:47 : 47 En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.
  • Ps 119:103 : 103 Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 18Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig.

  • Spr 3:13-16
    4 verzen
    85%

    13Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt!

    14Want haar koophandel is beter dan de koophandel van zilver, en haar inkomst dan het uitgegraven goud.

    15Zij is kostelijker dan robijnen en al; wat u lusten mag, is met haar niet te vergelijken.

    16Langheid der dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer.

  • Spr 7:25-27
    3 verzen
    78%

    25Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

    26Want zij heeft veel gewonden nedergeveld, en al haar gedoden zijn machtig vele.

    27Haar huis zijn wegen des grafs, dalende naar de binnenkameren des doods.

  • Spr 2:18-20
    3 verzen
    77%

    18Want haar huis helt naar den dood, en haar paden naar de overledenen.

    19Allen die tot haar ingaan, zullen niet wederkomen, en zullen de paden des levens niet aantreffen;

    20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.

  • Spr 31:30-31
    2 verzen
    77%

    30Schin. De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid; maar een vrouw, die den HEERE vreest, die zal geprezen worden.

    31Thau. Geef haar van de vrucht harer handen, en laat haar werken haar prijzen in de poorten.

  • Spr 31:25-28
    4 verzen
    76%

    25Ain. Sterkte en heerlijkheid zijn haar kleding; en zij lacht over den nakomenden dag.

    26Pe. Zij doet haar mond open met wijsheid; en op haar tong is leer der goeddadigheid.

    27Tsade. Zij beschouwt de gangen van haar huis; en het brood der luiheid eet zij niet.

    28Koph. Haar kinderen staan op, en roemen haar welgelukzalig; ook haar man, en hij prijst haar, zeggende:

  • Spr 5:3-6
    4 verzen
    76%

    3Want de lippen der vreemde vrouw druppen honigzeem, en haar gehemelte is gladder dan olie.

    4Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.

    5Haar voeten dalen naar den dood, haar treden houden de hel vast.

    6Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.

  • Spr 4:8-11
    4 verzen
    75%

    8Verhef ze, en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, als gij haar omhelzen zult.

    9Zij zal uw hoofd een aangenaam toevoegsel geven, een sierlijke kroon zal zij u leveren.

    10Hoor, mijn zoon! en neem mijn redenen aan, en de jaren des levens zullen u vermenigvuldigd worden.

    11Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen.

  • 2Want langheid van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u vermeerderen.

  • 2Op de spits der hoge plaatsen, aan den weg, ter plaatse, waar paden zijn, staat Zij;

  • Spr 2:9-10
    2 verzen
    74%

    9Dan zult gij verstaan gerechtigheid, en recht, en billijkheden, en alle goed pad.

    10Als de wijsheid in uw hart zal gekomen zijn, en de wetenschap voor uw ziel zal liefelijk zijn;

  • 12Gimel. Zij doet hem goed en geen kwaad, al de dagen haars levens.

  • 6Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren.

  • 26En ik vond een bitterder ding, dan de dood: een vrouw, welker hart netten en garen, en haar handen banden zijn; wie goed is voor Gods aangezicht, zal van haar ontkomen; daarentegen de zondaar zal van haar gevangen worden.

  • 12Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;

  • Spr 9:14-16
    3 verzen
    72%

    14En zij zit aan de deur van haar huis, op een stoel, op de hoge plaatsen der stad;

    15Om te roepen degenen, die op den weg voorbijgaan, die hun paden recht maken, zeggende:

    16Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts; en tot den verstandeloze zegt zij:

  • 6Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.

  • 8Voorbijgaande op de straat, nevens haar hoek, en hij trad op den weg van haar huis.

  • Spr 5:18-19
    2 verzen
    72%

    18Uw springader zij gezegend; en verblijd u vanwege de huisvrouw uwer jeugd;

    19Een zeer liefelijke hinde, en een aangenaam steengeitje; laat u haar borsten te allen tijd dronken maken; dool steeds in haar liefde.

  • 24Liefelijke redenen zijn een honigraat, zoet voor de ziel, en medicijn voor het gebeente.

  • 28In het pad der gerechtigheid is het leven; en in den weg van haar voetpad is de dood niet.

  • 18Want het is liefelijk, als gij die in uw binnenste bewaart; zij zullen samen op uw lippen gepast worden.

  • 35Want die Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van den HEERE.

  • 20Ik doe wandelen op den weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts;

  • 4Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij:

  • 14He. Zij is als de schepen eens koopmans; zij doet haar brood van verre komen.

  • 22Want zij zijn het leven dengenen, die ze vinden, en een medicijn voor hun gehele vlees.

  • 3Uw huisvrouw zal wezen als een vruchtbare wijnstok aan de zijden van uw huis; uw kinderen als olijfplanten rondom uw tafel.

  • 5Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit.